|
|
|
Artikelen
Wamena Interview met Joweni 1 December Solidair met West Papua Een goed virus Kerken in oerwoud Korte Berichten
Ordetroepen moeten stoppen
Brieven
|
1 December, nationale dag voor de Papua's
1 December, een nationale dag en belangrijke dag voor de Papua's, die door Papua's in West Papua massaal en openlijk herdacht wordt, sinds dit na de val van Suharto in 1998 weer mogelijk is. Als deze editie van de WPC verschijnt staat de 1 December-herdenking weer voor de deur. Ook in Nederland wordt deze datum jaarlijks herdacht, met name door de eerste generatie Papua's in Nederland. Tijd om even stil te staan bij deze historische datum in 1961.
Waarom 1 december? Op initiatief van de Nieuw Guinea Raadsleden (de Nieuw Guinea Raad, het eerste Papua-parlement), Nicolaas Jouwe, Eliezer Jan Bonay, Nicolaas Tanggahma en Penehas F. Torey kwamen op de avond van 19 oktober 1961, 72 vooraanstaande Papua's uit geheel Nederlands Nieuw Guinea bijeen in het voorlopige Nieuw Guinea Raad-gebouw in Hollandia (nu Jayapura). Bij die gelegenheid werd een Nationaal Comité in het leven geroepen bestaande uit 17 leden. De heer Willem Inury, ambtenaar bij de Dienst van Culturele Zaken te Hollandia, werd tot voorzitter van het Nationale Comité gekozen, vice-voorzitter werd de heer Nicolaas Jouwe en de secretaris resp. tweede secretaris de heren M.W. Kaisiepo en ds. H. Morimuzendi. Verder zaten in het comité de leden, E. J. Bonay, B. Gebze, F. Jufuway, B. Kunjab, S. Malibela, Th. Meset, A.S. Onim, F. Poana, ds. F. J. S. Rumainum, D. Sarwom, W. Zonggenao, N. Tanggahma en F. Torey. Deze 17 leden aanvaardden met algemene stemmen een door de initiatiefnemers opgesteld manifest, waarin het verlangen van het Papua-volk werd uitgesproken. Dit verlangen luidde als volgt: 1. Met ingang van 1 november 1961 (de officiële datum is uiteindelijk 1 december geworden) de eigen Papua-vlag te doen wapperen naast de Nederlandse vlag; 2. Het volkslied, "Hai Tanahku Papua" te zingen naast het Nederlandse Wilhelmus; 3. De naam van het vaderland zal zijn West Papua/Papua Barat; 4. De naam van het volk zal zijn, het Papua-volk. Zichtbaar ontroerd Met algemene stemmen riep het Nationale Comité het lied, "Hai Tanahku Papua", gecomponeerd door ds. I.S. Kijne, uit tot nationale hymne. Voor de nationale vlag van West Papua hadden de heren Bonay, Jouwe, Tanggahma en Torey de opdracht van het Nationale Comité gekregen om een ontwerpvlag en -wapen in te dienen. Torey trok zich later terug, zodat er uiteindelijk gekozen werd tussen de ontwerpen van de heren Bonay, Jouwe en Tanggahma. Het vlagontwerp en het ontwerp van het nationale wapen van de heer Jouwe werd met 14 van de 17 stemmen als nationale symbolen aanvaard. Nadat de nationale symbolen officieel waren aangenomen was iedereen zichtbaar ontroerd en trots. Ik citeer het gouvernementsblad, "Pangantara" van 21 oktober 1961: "Hierna verhieven alle aanwezigen zich van hun zetel en terwijl de ontroering zich zichtbaar van de aanwezigen meester maakte werd het manifest voorgelezen dat zojuist unaniem werd aanvaard. De aanwezigen werden vervolgens uitgenodigd het manifest te ondertekenen." In gesprekken met de pers toonden de deelnemers zich diep ontroerd en verheugd. Nicolaas Jouwe vatte de historische stap als volgt samen: "Wij hebben vanavond duidelijk ons eigen verlangen tot uitdrukking gebracht, het verlangen onze eigen plaats in deze wereld te kunnen innemen." De betekenis van de nationale symbolen De nationale vlag zoals die aanvaard was door het Nationale Comité toont een rode staande baan langs de vlaggenmast, waarin zich een witte, vijfpuntige ster bevindt. Daarnaast toont de vlag zeven blauwe horizontale banen, afgewisseld met zes witte horizontale banen. De basiskleuren, aldus Nicolaas Jouwe in zijn toelichting, zijn ontleend aan de Nederlandse vlag als dank aan Nederland voor haar bescherming van het Papua-volk in de moeilijke tijden. De rode kleur betekent, de moed, de fierheid die het Papua-volk heeft getoond in moeilijke tijden om het land te verdedigen tegen vreemde overheersers. De blauwe kleur betekent de trouw aan het vaderland, trouw aan principes, aan de hoogste idealen van het land. De witte kleur betekent vrede, handhaving van vrede met de naaste buren en de wereld. De zes witte banen stellen de zes residenties van het land voor volgens de bestuurlijke indeling. De zeven blauwe banen symboliseren de verschillende bevolkingsgroepen van West Papua, die tezamen het Papua-volk vormen. Zeven is tevens een heilig getal uit de Bijbel (o.a. Openbaringen 15:7 en 16:1 en Mattheus 18:22). De ster in de rode baan is de Morgenster, de ster van de hoop, de hoop op een goede dag, een goede toekomst. Het ontwerp voor het nationale wapen toont een staande kroonduif (=mambroek) met gespreide vleugels. Op de borst prijkt het schild met daarop de afhangende nationale Papua-vlag met respectievelijk in de rechter- en linkerklauwen de tifa (trommel) en de zeven pijlen. In de klauwen bevindt zich tevens een lint met de spreuk: "Banjak dalam satu": "Eenheid in verscheidenheid", "One people, one soul". ![]() De kroonduif, het nationale wapen van West Papua Toen…. 1 december 1961 wordt uiteindelijk de officiële datum waarop de nieuwe vlag, het wapen en het Papua-volkslied officieel in gebruik worden genomen, tot grote onvrede van Indonesië die met een heuse oorlog dreigt. De officiële vlaggenceremonie vindt plaats in Hollandia: de Nederlandse driekleur werd gehesen onder het zingen van het Wilhelmus. Daarna de Papua-vlag, de Morgenster, onder het zingen van "Hai Tanahku Papua". De muzikale begeleiding werd destijds verzorgd door het corps mariniers van de Koninklijke Marine. Maar wat het begin leek van een onafhankelijke staat werd al gauw een nachtmerrie. Een nachtmerrie die begon met de zogeheten New York Agreement tussen Nederland en Indonesië. Elsworth Bunker, een Amerikaanse diplomaat, had een plan opgesteld met als essentie de overdracht van het gebied aan Indonesië met splinterdunne garanties voor het zelfbeschikkingsrecht van de Papua's. Dit plan zou uitmonden in de 'New York Agreement'. Zo werd Nederlands Nieuw Guinea, na een korte periode van interim-bestuur door de VN, de zogeheten UNTEA-periode (op 1 oktober 1962), (United Nations Temporary Executive Authority) op 1 mei 1963 overgedragen aan Indonesië, zonder dat de Papua's zelf werden geraadpleegd. Sindsdien zijn de nationale symbolen die vol trots twee jaar eerder aanvaard waren verboden. Een klein Papua-vlaggetje aan de binnenkant van je jas, het zingen van het volkslied of zelfs het uitspreken van de naam 'Papua' betekende de gevangenisstraf of erger, de dood. Nu… Tot de val van Suharto. Dan volgt er een tijd van openheid, democratische verkiezingen, kortom de tijd van 'Reformasi' breekt aan. De nieuwste president, Abdurahman Wahid, belooft beterschap en biedt zelfs zijn excuses aan voor het gedane leed. Op 1 december 1999, voor het eerst na de val van Suharto na 38 jaar, konden de ongeveer 11.000 toegestroomde Papua's hun eigen vlag officieel gehesen zien worden in de hoofdstad Jayapura, die bij die gelegenheid weer de oorspronkelijke naam Port Numbay kreeg. Wat in de afgelopen 38 jaar niet voor mogelijk kon worden gehouden, gebeurde toch. De ceremonie was indrukwekkend. De vlag die voor de ceremonie van 1999 werd gebruikt was dezelfde vlag die in 1961 werd gehesen. De Papua-vlag wordt gehesen terwijl de ongeveer 11.000 mensen het 'Hai Tanahku Papua' uit volle borst meezingen. Velen zijn zichtbaar ontroerd en het lukt de menigte om het eerste vers naar behoren uit te zingen, maar bij het tweede vers kunnen de meesten hun emoties niet meer de baas. Velen beginnen van ontroering te huilen, sommigen zakken door hun knieën, niet langer in staat om te blijven staan. Het, na lange tijd onderdrukt geweest te zijn, opgebloeide Papua-nationalisme boezemt de nieuwe democratische Indonesische regering echter angst in. Op 12 oktober jl. besluit het parlement dan ook de nationale Papua-vlag te verbieden en geeft als deadline voor het strijken van de Papua-vlag 19 oktober 2000. En dat terwijl President Wahid zelf in januari jl. toestemming gaf voor het hijsen van de Papua-vlag, zij het dat eerst de Indonesische vlag gehesen moest worden en de Papua-vlag lager moest hangen en kleiner moest zijn. In West Papua geeft men echter geen gehoor aan de besluiten van het parlement: 'Merdeka atau mati!' (vrijheid of sterven), is de boodschap van het volk aan het gezag in Jakarta. Genoeg is genoeg, de Papua's zijn bereid te sterven voor de vrijheid. 1 december opnieuw onder druk Het Tweede Nationale Papua Congres, in haar zitting van 29 mei-4 juni jl., heeft in haar resolutie opgesteld dat de Papua's sinds 1 december 1961 hun soevereiniteit reeds hebben verkregen. Juridisch juist of niet, feit is dat de Papua's, indien Nederland niet door de knieën ging vanwege de internationale druk met Amerika voorop, hun onafhankelijkheid zouden hebben gekregen en West Papua nu een onafhankelijke staat zou zijn geweest. Indonesië gooide roet in het eten, annexeerde Nieuw Guinea en ontpopte zich al snel tot een neo-kolonisator. In de resolutie van het Tweede Nationale Papua-congres staat o.a. dat de Verenigde Naties, de Verenigde Staten en Nederland hun betrokkenheid bij het proces van annexatie van West-Papua door Indonesië opnieuw moeten bezien en de resultaten in alle oprechtheid, eerlijk en waarheidsgetrouw kenbaar moeten maken aan het Papua-volk op 1 december 2000. Tevens moet de Papua-raad (Papua-Presidium, het hoogste uitvoerende orgaan) verantwoording afleggen op 1 december 2000 voor de uitvoering van zijn opdracht, nl. internationale lobby voor de strijd van de Papua's voor onafhankelijkheid en aspiraties van het volk middels dialoog kenbaar maken aan het centrale gezag in Jakarta. 1 December staat dus opnieuw onder druk. Bovenstaande beloftes eisen een duidelijke uitleg aan het volk en bovendien zijn de Papua-symbolen inmiddels verboden en daarmee ook een officiële vlaghijsing om de 1ste december van 1961 te herdenken. Thom Beanal, vice-voorzitter van het Presidium was in oktober jl. op bezoek in Nederland en antwoordde op mijn vraag hoe het Presidium zich voorbereidde op de 1ste December: "Het voltallige Presidium moet vóór 1 november 2000 in West Papua zelf aanwezig zijn en niet op buitenlandse missies. Eerste prioriteit is de communicatie met het volk. We moeten duidelijk maken dat onafhankelijkheid niet iets is waar je een deadline aan kan stellen. Het zal een harde boodschap zijn, maar we moeten hoe dan ook bloedvergieten zien te voorkomen." De nieuwe deadline voor het strijken van de Papua-vlag is inmiddels 1 december 2000. Bronnen: N. Jouwe, Toespraak op 1 december 1986 t.g.v. 25-jarig bestaan van de nationale symbolen. Gouvernementsblad, "Pengantara" van 21 oktober. |
| [ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ] |