West Papua Courier
Home Archief Links Contact
Nummer 4 - 2000
 

Artikelen
Wamena
Interview met Joweni
1 December
Solidair met West Papua
Een goed virus
Kerken in oerwoud

Korte Berichten
Ordetroepen moeten
stoppen

Bemiddelaar Suebu
Compromis over vlag
Onrust door Vlag
Autonomie voor Aceh en Irian

Brieven
KomPemPa

Eens strijden, is blijvend strijden!

Een ontmoeting met vrijheidsstrijder Uri Richard Joweni

Het eerste nummer van dit jaar bevatte een achtergrondartikel over de OPM (Organisasi Papua Merdeka), waarin Melkianus Awom, ookwel Konsup genoemd, en Uri Richard Joweni werden belicht, twee nog actief zijnde vrijheidsstrijders, die bovendien het langst in de jungle vertoeven. Afgelopen mei tijdens onze reis naar West Papua kregen we de unieke kans een van deze OPM-leiders, Uri Richard Joweni, te ontmoeten. En het werd een zeer bijzondere ontmoeting.

Uri Richard Joweni

"Nog even wachten," krijgen we te horen na een lange en vermoeiende tocht van enige uren vanuit Jayapura, "hij is nog in gesprek met een plaatselijke journalist." "Geen enkel probleem," antwoorden wij geheel overbodig. Het was overduidelijk dat we wel wat overhadden voor een gesprek met deze man die nooit te lang op dezelfde plek kan zijn.

Een ontmoeting met deze OPM-leider had nl. nogal wat voeten in de aarde. Onze informant waarschuwde ons van tevoren dat de Indonesische strijdkrachten (ABRI) overal ogen en oren hebben. De tocht erheen mocht dan ook beslist niet opvallen. Onderweg zouden we één militaire post van de ABRI passeren maar deze zou geen problemen opleveren. Om geen enkel risico te nemen, ging hij eerst alleen om polshoogte te nemen, de weg erheen goed te verkennen en aan de heer Joweni zelf te vragen of wij welkom waren. Onze informant en Yoweni hadden elkaar herhaaldelijk ontmoet, telkens op een andere plek. Terug in Jayapura vertelde hij ons dat wij van harte welkom waren, en dat de heer Joweni graag informatie uit het buitenland wilde horen. Onze informant had de dag en tijdstip al geregeld. Helaas ging de afspraak op het laatste moment niet door. Opnieuw werden er afspraken gemaakt, en op zaterdag 27 mei jl. was het toch nog zover: we mogen komen. In alle haast regelen we een betrouwbare chauffeur, zorgen voor een volle tank en reserveband (die we nog nodig bleken te hebben ook) en gaan op weg.

Om 4 uur in de namiddag rijden we stapvoets een bijna uitgestorven kampong binnen, die op het eerste gezicht niets te verbergen heeft. Een paar vrouwen doen de was, er lopen wat slechtuitziende honden en enkele kinderen plagen een kip. Waar zijn de mannen? Het lijkt erop dat we het dorp weer uitrijden maar onverwachts duiken er slagbomen op uit het niets. Er wappert een Papua-vlag links van de slagbomen. We worden door enkele Papua's in zwarte kleding tot stoppen gemaand. Onze informant stapt uit en praat met de veiligheidsmannen. Hij groet ook de mannen bij de commandopost met opnieuw een Papua-vlag enkele meters verderop. Ook wij stappen uit en nemen de omgeving op. We worden hartelijk begroet door de commandant van de post en hij begeleidt ons het terrein op. Tussen de hoge bomen verscholen staat een onopvallend huis met overdekt terras met banken binnen een houten omheining. Onder het afdak praten enkele mannen. Het lijkt net een vakantieplaatje, alleen hier dragen de mannen legerkleding en de sfeer is minder ontspannen dan het plaatje doet vermoeden. Het is duidelijk dat deze mannen niet uit het dorp afkomstig zijn. We zijn op de plek van bestemming, het tijdelijke hoofdkwartier (Markas) van Uri Joweni.

Uri Richard Joweni, zoon van een onderwijzer, is afkomstig uit het gebied Wandamen uit het dorp Risei. Hij ging naar de Middelbare Technische School in de wijk Dok 5 in de hoofdstad Port Numbai/ Jayapura. In 1965 ging hij naar Java voor een opleiding in de zogeheten huisvlijtindustrie, 'perindustrian rakyat' om in augustus 1967 weer terug te keren voor een baan bij het gouvernement of in het bedrijfsleven. Hij kan echter de mensenrechtenschendingen door het Indonesische leger niet vergeten. Hij heeft immers gezien hoe mannen, vrouwen, studenten maar ook scholieren op basis van willekeur werden gearresteerd, ondervraagd en mishandeld door het Indonesische leger. En in plaats van een baan bij de overheid te aanvaarden, sluit hij zich in oktober 1967 aan bij het verzet. Vanaf die tijd verblijft hij samen met zijn gezin in de onherbergzame jungle van West Papua. Onder zijn leiding worden enkele succesvolle verzetsactiviteiten uitgevoerd. Zijn bekendste operatie is de aanval op de Indonesische legereenheden die wetenschappers van Shell bewaakten in het Mamberamo-gebied, tijdens een onderzoek naar olie en gas in mei 1983. De verrassingsaanval om vier uur in de ochtend op nietsvermoedende militairen verloopt succesvol. Er vallen geen slachtoffers bij zijn manschappen, en de drie onderzoekers van de Shell laten ze ongedeerd gaan nadat Joweni, gebruikmakend van hun eigen Shell SSB-radio, een helikopter oproept om de onderzoekers op te halen. Het werpt zijn vruchten af, het Mamberamo-project van Shell werd gestaakt.

"Of we toch nog even geduld willen hebben", vraagt de commandant van het hoofdkwartier, "het interview met de journalist is afgelopen maar de heer Joweni moet eerst een vergadering houden met zijn afvaardiging naar het congres en daarna inspecteert hij zijn TPN-eenheden." "Prima," antwoorden wij opnieuw. Het geeft ons de kans om even met zijn manschappen te praten. Het wordt al schemerig als we buiten onder het afdak op houten banken met enkelen van zijn TPN-manschappen van gedachten te wisselen over allerlei zaken. Waar komen ze vandaan? Hoe lang dienen zij al in dit Nationale Bevrijdingsleger van West Papua ( TPN)? Opvallend is de uiteenlopende leeftijd, er zijn zowel ouderen (in Nederland zouden ze al pensioensgerechtigd zijn), als jongeren van diverse regio's, van Biak tot Merauke. Wat bewoog deze mensen zich aan te sluiten bij de manschappen van Yoweni? Allen hadden ze één duidelijk doel, ze wilden zich aansluiten bij het bevrijdingsleger om te vechten vóór onafhankelijkheid, tegen het Indonesische regime. Een oudere vertelt eerst glimlachend maar dan bloedserieus: "Sommigen van ons zitten al meer dan 10 jaar, anderen al meer dan 15 jaar, en sommigen zelfs meer dan 20 jaar bij Joweni! Waar hij gaat gaan wij, we trekken overal met hem mee." Onder de ouderen bevindt zich een ex-inspecteur van politie, die zijn pro Papua-idealen duur moest betalen met gevangenschap en vervolgens ontslag. Heeft hij spijt van deze stap? "Geen enkele spijt! Dit is mijn bedrage voor een vrij West Papua. Kijk naar mij, ik ben nu eenmaal een Papua en geen Indonesiër. Ik kan niet en zou ook niet willen dienen onder het Indonesische regime," zo luidt zijn simpele antwoord. "Maar is het geen oneerlijke strijd?" vragen we ons af. "En wat drijft jullie om toch te blijven strijden tegen de beter bewapende Indonesiërs?" "In feite is Indonesië niet zo sterk, hun macht zit in de wapens. Als wij dezelfde wapens hadden, joegen we hen de zee in." Een ander vult aan: "Wij zoeken hen nu op in de steden. Wij zijn niet bang voor de Indonesiërs." Plots hoor ik geroep uit de bossen, het blijken bevelen. Joweni gaat zijn manschappen inspecteren. In mijn enthousiasme ren ik erheen gewapend met camera om voor het huis bijna tegen de man zelf op te botsen. Ik weet mezelf geen houding te geven en krijg na de gesprekken met zijn manschappen zelfs de neiging om in de houding te gaan staan. Ik onderdruk deze belachelijke impuls en stap snel opzij. De heer Joweni loopt gelukkig onverstoorbaar door.

Eindelijk na een uur wachten komt de postcommandant ons vertellen dat de "paitua" (de oude) ons kan ontvangen. We komen binnen in een half- donkere woonkamer, voor de helft gevuld met jonge soldaten, waar Joweni en zijn secondant ons ontvangen. Een vriendelijk ogende man met een bijna bedaarde stem begroet ons hartelijk. Onmiddellijk informeert hij naar de strijdmakkers in het buitenland. Hij is zichtbaar geroerd als wij zijn vermoedens bevestigen en vertellen dat Markus Wonggor Kaisiepo op 18 mei jl. inderdaad overleden is. Hij vertelt hoezeer hij deze oude vrijheidsstrijder van het eerste uur gerespecteerd had. Het spijt hem dat hij hem nooit heeft mogen ontmoeten. Zo noemde hij ook andere strijders die hij graag had willen ontmoeten, zoals Nicolaas Jouwe, Herman Womsiwor, Menase Suwae en Filemon Jufuway. Hij betreurde het dat het niet gelukt was om Jouwe in 1974 in Madang te ontmoeten toen Papua New Guinea een ontmoeting organiseerde voor overleg met de OPM. Dan komt zijn onvermijdelijke vraag hoe het zit met de strijd van de Papua's in het buitenland. We vertellen hem over de situatie in het buitenland in het algemeen, en in het bijzonder over Nederland. Over een comité in Nederland, Forepin, dat is opgericht, om een dialoog aan te gaan met diverse Papua-organisaties in Nederland voor een gezamenlijke strijd en steun aan de strijd in West Papua. Ook de OPM-missie in het buitenland, waarvan de heer S.J. Rumkorem voorzitter is, komt ter sprake. De resultaten van de jaarlijkse vergadering die op 18 en 19 december 1999 in Stockholm plaats had worden overgebracht. Joweni merkte op dat hij graag zou willen zien dat diplomatieke missies zich meer gaan toeleggen op landen, die aan onze kant stonden tijdens de behandeling van de Nieuw Guinea-zaak in begin en eind zestiger jaren (1961/62 en 1969) in de Verenigde Naties. Over het tweede nationale Papua-congres, dat toen nog moest plaatsvinden, was hij positief. Zelf had hij 500 mensen voorbereid die het Tweede Nationale Papua Congres zouden bijwonen. Zijn boodschap voor het congres was er maar één: streven naar de onafhankelijkheid, dus geen autonomie onder Indonesië. "En hoe denkt u over Theys Eluay?", vragen we. Er volgt een bedachtzame stilte. "Tja, iedereen weet dat hij aanvankelijk pro-Indonesisch was, maar nu voor de vrijheid van West Papua strijdt. Hij is als Paulus die eerst christenen uitroeide, maar later bekeerd was en een heel goede apostel werd. Zo heb je vele anderen die het Indonesische regime eerst aan den lijve moeten ondervinden om tot bekering te komen en nu tegen Indonesië zelf vechten voor de onafhankelijkheid van West Papua." Niet alleen een vechter, ook een diplomaat. "Wat vindt u van de eis voor onafhankelijkheid van 100 Papua- vertegenwoordigers die 26 februari 1999 met de toenmalige president Habibie spraken?" "West Papua is ons eigen land. Wij moeten nemen wat van ons is. Maar wij moeten ons voor die overname sterk maken, zowel moreel als materieel. Dan pas kunnen we aan Indonesië eisen stellen. Met andere woorden: de OPM moet eerst groeien en zeker sterk zijn. Daar moeten we allen voor zorgen. Persoonlijk had ik liever gezien dat de 100 vertegenwoordigers meteen een concept-kabinet met grondwet van een vrij West Papua hadden overhandigd."

Onafhankelijkheid of autonomie, voor Joweni staat vast dat er niet met Indonesië onderhandeld moet worden over autonomie, maar wel over de volledige onafhankelijkheid. "Wij Papua's moeten niet over West Papua als het achtergebleven, door Indonesië verwaarloosde gebied, praten. Indonesië denkt dan dat het ons alleen om verbetering van materiele zaken gaat. Wij willen onafhankelijkheid, niets meer en niets minder. Zeuren om verbetering van het onderwijs, de levensstandaard, meer rijkdommen enz. leidt juist af van het werkelijke doel, en dat is onafhankelijkheid. Indonesië heeft tenslotte al veel aan het onderwijs gedaan in West Papua," grapt hij, "de schoolkinderen schrijven zelfs op de wc! Dat is toch zeker een uiting van vooruitgang in het onderwijs? In de Nederlandse tijd was het verboden overal te schrijven, zeker niet op de wc!" Hij vervolgt op serieuzere toon en vertelt over zijn plannen voor samenwerking met het buitenland en organisaties in het binnenland. Helaas laat de communicatie tussen verschillende organisaties nogal eens te wensen over. "Snelle en betrouwbare berichtgeving wordt steeds belangrijker, dat zie je."

De avond is inmiddels gevallen als wij ons haasten om de terugtocht aan te vangen. De post is een stuk rustiger omdat die middag vijf manschappen richting Jayapura zijn vertrokken om zich aan te sluiten bij de Papua-ordetroepen in Jayapura ter voorbereiding voor het congres. De plek krijgt bijna iets gemoedelijks met het terras en de rokende mannen. Als je goed kijkt blijkt dat er her en der mannen het huis en de omgeving goed in de gaten houden. Het zou niet de eerste keer zijn dat het Indonesische leger getipt was over zijn verblijfplaats. Wij kijken terug op een goede ontmoeting met een bescheiden man die, hoewel zijn rustige verschijning dat niet doet vermoeden, geldt als de meest geharde en volhardende vrijheidsstrijder van West Papua. Iemand die bovendien twee jaar geleden zijn vrouw, lid van het bevrijdingsleger in de rang van sergeant I, verloor door ontberingen en ziektes in de jungle. Als we afscheid nemen vraag ik mij af hoelang hij nog op deze bijna idyllische plek onder de bomen in het bos kan blijven. Bij dat besef verliest ook deze plek al haar idylle.  

< Vorig | Volgend >
 
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]