|
|
|
Artikelen
Korte Berichten
Brieven
|
Maart 2000
Irian Jaya/Papua is de enige provincie van Indonesië waarvan het
overgrote deel van de bevolking Christen is. Dit is het resultaat
van meer dan honderd jaar missie. Kiki van Bilsen was te gast in
Irian Jaya, bij missionarissen, maar ook bij de 'bekeerden'. Hier
volgt haar eerste verhaal uit een reeks over het geloof in Irian
Jaya/Papua.
Kerken in het oerwoud
Twee uur lang afzien in een oude jeep die met de nodige moeite over
een nauwelijks te herkennen weg hobbelt is geen pretje. Gelukkig
wordt het afzien rijkelijk beloond als de plaats van bestemming is
bereikt: een klein dorp -een uur per jeep verwijderd van Pyramid-
in de hooglanden van Irian Jaya. Vier honi - traditionele Papua-
woningen gemaakt van houten planken en met een dak van stro - staan
verdekt tussen bananen- en papayabomen. Het achtergronddecor bestaat
uit imposante bergruggen die af en toe verdwijnen in de mist.
Welhaast idyllisch. Bijna, want naast een van de honi staat een
dissonant: een stenen kerkgebouw, compleet met toren. De kampong is verlaten op de dorpsoudste na. De rest van het dorp is aan het werk: de vrouwen en een enkele man in de 'tuin' en de meeste mannen 'ergens in de bush' (wat de mannen precies doen weet ik nog steeds niet). De oude man praat wat met de tolk. Even later grijnst de dorpsoudste naar me. "Let op", waarschuwt de vertaler. Dan slaakt de man een luide kreet. Luttele seconden erna klinkt een echo - zo lijkt het. Het blijkt echter een antwoord. Even later ben ik omringd door een groot aantal dorpbewoners die me lachend aanstaren. Ik ben evengoed, zo niet meer, een attractie voor hen als zij voor mij. Na de kennismaking ga ik op een omgevallen boomstam zitten. De Papua's nestelen zich om me heen. Degene die het dichtst bij me zitten kijken triomfantelijk. Er worden papayavruchten aangesneden en een grote bak met sago-pap doet de ronde. Als iedereen voldaan is legt de tolk uit dat hij mij naar het dorp heeft meegenomen omdat ik nog niet eerder een traditioneel 'dorp' van de Dani heb gezien (mijn tolk komt uit deze omgeving). Meteen daarop word ik meegesleurd naar een van de hutjes en mag ik binnen komen kijken. Even later branden de vragen los. Wat ik van West Papua vind, of ik al eerder sago heb gegeten en hoe het smaakt. En natuurlijk wat ik van hun dorp vind. Ik vertel hen dat ik hun land geweldig en de sago wat minder geweldig vind. Dat ik bij aankomst versteld stond van de schoonheid van de omgeving, de lieflijke hutjes, maar ook dat ik het raar vond hier een kerk te zien staan. En dat ik graag zou willen weten of de bewoners van dit dorp Christenen zijn en of ze blij zijn dat er een kerk in hun dorp is. Dat blijkt een goed onderwerp. Er wordt grif op mijn vragen ingegaan. Een van de oudere vrouwen vertelt dat de hele kampong in Here Jezus gelooft. En ook de dorpen 'achter hier'. Ze wijst met haar hand naar het gebergte achter haar. De vrouw komt voor me staan. Ze is gekleed in rieten rok en iets dat ooit een T-shirt moet zijn geweest. Ze mist acht vingerkootjes; er zijn dus al acht mannelijke familieleden van haar overleden. Hoe vreemd komt het me over uit haar mond te horen dat ze zo'n goede Christen is. "De Heer is onze herder", zegt ze trots. Een jongen voegt er met zachte stem nog iets aan toe. Meteen kijkt de rest hem boos aan. De tolk wil me aanvankelijk niet zeggen wat de jongen zojuist vertelde maar na enig aandringen fluistert hij: ""Die jongen zei net dat de Heer hen zal helpen met het verdrijven van de Indonesiërs. Dat de Heer hen merdeka (vrijheid) zal geven". Ook legt de tolk uit waarom de uitspraak niet gewaardeerd werd. De missionarissen (protestanten uit de Verenigde Staten) willen hiervan niet horen en men is bang dat ik dit aan de missionarissen zal vertellen. Ik glimlach en laat de tolk vertellen dat ik geen van de missionarissen hier ken en dat ik niet van plan ben ze te ontmoeten. Ze kunnen dus gerust zijn. De mensen halen opgelucht adem. De dorpsoudste doorbreekt de onaangename stilte die was ontstaan. Hij vertelt dat de mensen blij zijn met de kerk. Als er dienst wordt gehouden, komen er mensen uit andere kampongs. Na de dienst blijven die vaak nog een paar uur in het dorp voor de gezelligheid. Ik vraag hem of hij het niet een beetje raar vindt dat de kerk van steen is terwijl de Papua's nog steeds in primitieve hutten leven. Ik word niet begrepen. De kerk is het huis van de Heer. Logisch dus dat de kerk 'mooier' is dan de huizen van de Papua's. Daar weet ik niet zo snel iets tegen in te brengen. Kort hierna verlaat ik het dorp. Een aantal kinderen gevolgd door enkele ouderen hollen nog een tijdje achter de jeep aan. Ze schreeuwen iets. "May God be with you", verduidelijkt de tolk. |
| [ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ] |