Papua 98

Zij waren trots,
trots als Paradijsvogels
in de balts;
er was zang, gitaar en trommel,
een danspas en soms
een nerveuze gulle lach.
De kleurrijke optocht
door een stad vol van
gekoesterd exotisch pluimage,
accentueerde de eenzaamheid
van hun simpele wens:
te leven in vrijheid in hun eigen land.;
gerespecteerd te worden als
volk, als waardevolle mensen en
niet als gefokt wild voor
de plezierjacht van de onderdrukker.

Er is het trauma,
hen te zien demonstreren in het
land dat hen zo lang geleden
in de steek liet en ik
die aan de wieg stond
van hun zelfbeschikking,
wiens baby gevoed werd
met het bloed van onze
gedode makkers
als een macabere borstvoeding;
ik onderga deze pijn
als waren we een lichaam.

De wond, die waarschijnlijk
nooit zal helen,
brak vandaag weer open;
want geteisterd door herinneringen
aan dood, ontbering en verraad,
is er voor mij bijna niets erger
dan in
negentien acht en negentig,
een Papoea te zien huilen
voor het hek
van de Internationale Onverschilligheid.

Pieter van Merrienhoven, Nieuw Guinea-veteraan, heeft gediend bij het 6e Infanterie bataljon (6IB) van augustus 1961 t/m november 1962. Hij schreef dit gedicht twee jaar geleden n.a.v. een demonstratie van Papua's in Nederland naar het vredespaleis. Ook nu, 2 jaar later is het gedicht nog van toepassing op de situatie in West Papua, vandaar dat de WPC-redactie het gedicht graag alsnog plaatst.

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]