Gevangenschap, marteling en moord in Jayapura
12 dagen in een Indonesische cel
De 50-jarige Oswald Iten, een Zwitserse journalist van de Neue Zurcher Zeitung, zat van 2 tot 13 december 2000 in de gevangenis van Jayapura. De aanklacht: illegale journalistieke activiteiten. Volgens de politie had hij "politieke foto's" genomen hetgeen niet is toegestaan met een toeristenvisum, dat hij gebruikt had om het land binnen te komen. De Zwitser was getuige van de dood van ten minste één man in gevangenschap. De nationale mensenrechtengroepering (KOMNAS HAM) heeft 6 februari jl. een team opgezet die onderzoek doet naar de mensenrechtenschendingen in West Papua. Het team begint met haar werk door het incident in Abepura te onderzoeken, en hoopt voorts met de getuigenis van Iten en die van anderen een civiele rechtszaak te beginnen tegen de politie voor de moord van ten minste één man en de marteling van tientallen anderen.
Hieronder enkele flarden uit Iten's getuigenis die verhaalt van gruwelijke geweldaardigheden: helaas nog steeds dagelijkse realiteit voor veel gevangen in West Papua.
Stank
"Het eerste wat me opvalt als de celdeur achter mij dichtvalt is de stank van urine en andere menselijke uitwerpselen. In de schemerige, vochtig en hete cel kan ik enkele lichamen opmaken die als sardientjes naast elkaar liggen op de vieze cementen vloer. Het is 1 uur 's ochtends. Iemand uit de opeengepakte rij geeft me een kartonnen doos, zodat ik mijn hoofd tenminste op iets schoons kan leggen.
Daar zit ik dan, in een cel met ongeveer 40 gevangen, waaronder ongeveer 26 leden van de "Satgas Papua", een militiegroep van de onafhankelijkheidsbeweging met posten door heel Irian Jaya en verantwoordelijk voor het bewaken van de vrijheidsvlag." (…)
"De leden van de Satgas Papua blijven fysiek geweld bespaard.
Dat kan helaas niet gezegd worden van alle gevangenen. Tijdens de eerste nacht in de cel wordt een dronkaard binnen gebracht. De bewakers slaan en schoppen hem in het gezicht." (…) "Bijna elke nacht wordt er wel een dronkaard binnen gebracht om zijn roes uit te slapen. En aangezien het de maand van de Ramadan is, krijgen ze een speciale behandeling, dat wil zeggen een blijvende souvenir in de vorm van een missende tand of een gebroken neus. Aanvankelijk probeer ik de bewakers nog tot andere gedachten te brengen, maar ze worden juist kwaad en besluiten hun klus af te maken in de bewakersruimte dichtbij de ingang naar de cellen. Even later worden de dronkaards, duizelig van zowel de alcohol als de mishandeling, in onze cel gegooid om de volgende morgen te worden vrijgelaten."
Onbeschrijfelijk schokkend
"Donderdag 7 december om half vijf 's ochtends: er dringen geluiden uit de bewakersruimte tot mij door, ondanks de oordopjes die ik gebruik om te kunnen slapen. Eerst denk ik nog dat de bewakers bezig zijn met een of andere ritmische oefening, maar tegelijkertijd klinkt het alsof er hard op een lichaam wordt ingeslagen. Mijn medegevangenen zijn klaarwakker. Ze proberen me tegen te houden als ik opsta om naar de ingang van ons cellenblok te gaan. Door de tralies van de deur kan ik goed zien wat er in de bewakersruimte gebeurt. En wat ik daar zie is onbeschrijfelijk schokkend. Ongeveer zes politiemannen slaan genadeloos met hun gummiknuppels in op een paar mannen op de grond. Vreemd genoeg schreeuwen de mannen niet, het enige wat je hoort is zacht gekreun. Na een tijdje krijgt een bewaker mij in de gaten en slaat met zijn knuppel tegen de tralies. Ik loop snel terug naar mijn oude plek in de cel, van waaruit ik nog steeds de knuppels, stokken en gespleten bamboestokken op en neer zie gaan. De uiteinden zijn besmeurd met bloed, ook de muren van de cel zitten onder het bloed tot aan het plafond toe. Af en toe springt er een politieman vanaf een bank bovenop de lichamen." (..)
"Er moeten wel duizend slagen zijn uitgedeeld aan een mij nog onbekend aantal mannen. Ik weet nog dat ik bij mezelf dacht: dit is nu wat er letterlijk bedoeld wordt met 'iemand in elkaar slaan'.
Slachthuis
"Om ongeveer kwart over vijf keert de rust enigszins terug, ik hoor het geluid van stromend water. Maar dan klinkt opnieuw het geluid van slagen, er is kennelijk een nieuwe groep gevangenen gearriveerd. Mijn medegevangenen vertellen dat er die nacht een politiepost is aangevallen. Ook een bewaker komt me vertellen dat 'het gebeuren van hiernaast' een volkomen normale wraakactie is voor de dood van enkele politiemannen. Kennelijk was er een aanval op een politiebureau in Abepura om half 2 's nachts, hierbij zijn twee politiemannen en een particuliere bewakingsbeambte gedood. Om half 8 's ochtends gaan de folteraars naar buiten voor het ochtendappel. De rust keert terug en ik vang een blik op van de bewakersruimte: de vloer zit onder het bloed, het is net een slachthuis. Een paar medegevangenen wordt uit de cel gehaald om de boel weer schoon te spuiten. Even voor 10 uur hoor ik opnieuw lawaai. De deur van het cellenblok wordt geopend en met stokslagen slaan de bewakers ongeveer 40 nieuwe gevangenen naar binnen. Hun haar is witgemaakt met een spuitbus, als schapen die gemerkt worden om geschoren te worden. De nieuwkomers worden in een één cel gepropt. Dan wordt de deur van het cellenblok opnieuw geopend en het ene lichaam na het andere wordt in onze reeds overvolle cel gesmeten, sommigen meer dood dan levend."
Verwrongen gezichten, vervormde lichamen
"De meesten blijven bewegingloos liggen: ze zijn bewusteloos of aan het einde van hun Latijn. Dit zijn waarschijnlijk de mannen die diezelfde morgen zijn gemarteld. Zelfs een maskermaker met veel fantasie zou zulke vreselijke verwrongen gezichten en misvormde lichamen niet kunnen verzinnen. Een van de gemartelde mannen kan vrijwel niets meer zien en wordt aan de hand van een medegevangene binnengeleid. Ik kan niet opmaken of zijn ogen kapot zijn geslagen of dat ze alleen opgezwollen zijn. De laatste die binnen wordt gesmeten is een lange man die struikelt over de andere lichamen op de vloer en kreunend blijft liggen. Zijn pogingen om overeind te komen mislukken keer op keer.
Zo nu en dan komt er een bewaker kijken, hun blik blijft onverschillig als ze door de tralies de wirwar van mishandelde lichamen zien. In het achterhoofd van de grote man blijkt een groot gat te zitten ter grootte van een munt, waardoor ik volgens mij zijn hersens zie. Na ongeveer anderhalf uur kreunen en spastische bewegingen komt er een einde aan zijn lijden. Ongeveer twee meter van mij vandaan probeert hij voor de laatste keer overeind te komen en valt met zijn hoofd tegen de muur. Voordat zijn hoofd de cementen vloer raakt, blaast hij zijn laatste adem uit. Hij is uit zijn lijden verlost. Na een tijdje slepen drie hulpjes zijn lichaam uit de cel. De jongen blijkt later Ori Dorongi te zijn. Een foto van zijn lichaam verschijnt in de lokale krant 'Cendarawasih Pos' waarin staat dat hij "tijdens de oproer omgekomen is." (Zie ook artikel in vorige nummer, nr. 5 / 2000: Ori Dorongi, 19 jaar, een student afkomstig uit de centrale hooglanden van de Nduga-stam die sliep op de kampus tijdens de aanval op het politiebureau van Abepura., V.S.) (…)
"De kans is groot dat Ori niets met de aanval te maken had, en hetzelfde gold voor de 35 andere mannen -ik telde ze de volgende dag- die ook gemarteld waren. Volgens geruchten zou het politiebureau in Abepura aangevallen zijn, omdat een van de politiemannen die die nacht dienst had de man was die op 6 oktober de (vlaggenstok en daarmee de) Papua-vlag in Wamena had omgezaagd. Hierbij vielen ongeveer 6 doden ter plekke en velen doden en gewonden in een kettingreactie op dit incident. De slachtoffers waren zowel Papua's als transmigranten. (..) Deze "negatieve" balans van slachtoffers wordt door de politie als een schande gezien; hun haat tegenover met name Papua's uit Wamena is alom bekend. Dat veel van de gearresteerden afkomstig waren uit Wamena verbaasde dan ook niemand."
Een gevaarlijke getuige
Het aantal gevangen in onze cel is inmiddels toegenomen tot 124, en vele gevangenen hebben zwerende wonden. De nacht na de orgie van geweld besluiten de bewakers dat ik in een aparte cel mag slapen. Ze trekken een vies gezicht en proberen mij duidelijk te maken dat Papua's stinken. Ik mag van hen in de bewakersruimte op de bank slapen. De vele bloedvlekken, ook op de bank waarop ik slaap, herinneren me echter constant aan de gebeurtenissen van de nacht ervoor. Als het hoofd van de politie, Daud Sihombing, echter de volgende dag ontdekt dat ik niet in de cel heb geslapen, is hij woedend en beveelt hij de bewakers mij onmiddellijk terug te brengen. Mijn muskietennet, dat ik had gekregen van een van de bewakers, wordt in beslag genomen. Ik vraag Sihombing of hij soms wil dat ik malaria krijg. Met een stem die geen tegenspraak duldt antwoordt hij: "Jij bent niet anders dan andere gevangenen. Als zij malaria krijgen, krijg jij dat ook." Vanaf dat moment besef ik dat ik misschien teveel gezien heb en gevaar kan lopen als ooggetuige. Ik blijf echter buiten schot en de bewakers zijn zelfs buitengewoon vriendelijk tegen mij." (…)
Pingpongbal
De martelingen gaan echter onverminderd voort. Op 11 december zie ik opnieuw iets verschrikkelijks. Om ongeveer kwart voor 3 's ochtends worden er drie nieuwe gevangenen binnen gebracht. Twee van hen worden buiten mijn gezichtsveld geslagen. De derde Papua valt pal voor mijn celdeur neer. De bewaker schopt de man met zijn laars tegen het hoofd en de man knalt met veel geweld tegen mijn celdeur, het bloed spuit op mijn been. De bewaker is kennelijk gefascineerd door het bewegende hoofd dat als een soort oversized pingpongbal heen en weer knalt tussen zijn laars en mijn celdeur. Hij herhaalt het schoppen nog een paar keer. Er komt een tweede bewaker bij, hij haalt met een felle trap uit naar het gezicht van de man waardoor de gevangene bewusteloos raakt. En nog steeds hebben ze er niet genoeg van. Er komt een derde bewaker bij die vanaf een afstand de hele scène had gade geslagen met een geweer in zijn hand. Hij haalt met zijn geweerkolf ongeveer vijf keer uit naar de schedel van de man die bewegingloos op de grond ligt. Het geluid van de krakende schedel is weerzinwekkend. De volgende dag is de man nog in leven, hoewel ik het nauwelijks kan geloven. Hij wordt meegenomen voor ondervraging."
"Zero Tolerance"
Het was een dag als alle andere in een Indonesische gevangenis in Irian Jaya. Het liet Sihombing koud dat ik als buitenlandse journalist getuige was van dergelijke scènes, nadat ik was gearresteerd voor het maken van enkele onschuldige "politieke" foto's. Volgens zijn denkwijze was mijn identiteit volkomen irrelevant, net als het barbaarse gedrag van de Indonesische politie en militairen na het referendum in Oost Timor. Sterker nog, met mijn arrestatie liet Sihombing duidelijk zien dat het "zero tolerance" beleid ten aanzien van de onafhankelijkheidsbeweging, dat vanaf 1 december 2000 van kracht werd, ook gold voor buitenlanders. Bezoekers met een tijdelijk persvisum krijgen geen toestemming om naar Irian Jaya te reizen. Mijn geval diende als waarschuwing voor andere journalisten om niet naar West Papua te reizen met een toeristenvisum." (…)
De gehate overheerser
"Dat ik geen haar gekrenkt ben heb ik onder andere te danken aan de snelle komst van Norbert Bärlocher, deputy mission chief van de Zwitserse ambassade in Jakarta. Hij reisde de 3.800 kilometers naar Jayapura om mij te beschermen tot mijn vertrek op 16 December. Tientallen andere minder bevoorrechte gevangenen blijven echter achter, waaronder nog steeds enkele leden van de SATGAS Papua. Hun verblijf in de gevangenis zal zonder twijfel doorgaan zoals ik heb kunnen zien; met veel geweld.
's Ochtends en 's avonds hielden de gevangenen een gebedsdienst van een uur, die werd geleid door drie godsdienstonderwijzers die het gelukt was om hun Bijbels te houden. Aan het eind van elke dienst schudt iedereen elkaar de hand. De gevangenen krijgen twee maaltijden per dag, die ze na een dankgebed nuttigen. Verder mogen ze elke middag een uur bezoek ontvangen.
Elke ochtend als de politie appel houdt brult het Indonesische volkslied uit de luidsprekers dat tot in elke cel hoorbaar is. Op precies dat moment zetten de Papua's vanuit hun cel gezamenlijk het nationale Papua-volkslied in, het 'Hai Tanahku Papua'.
Indonesië zal nooit de harten van de Papua's winnen met knuppels en geweerkolven. Het zal eenvoudigweg de gehate overheerser blijven."
(Neue Zürcher Zeitung, 22 December 2000. Zie ook: http://www.nzz.ch/english/background/background2000/background0012/bg001222west_papua.html)
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]