Sinds de val van het corrupte, dictatoriale regime Soeharto en zijn Orde Baru in mei 1998, komt het verlangen van regio's als West Papua, Aceh, Riau, Zuid Sulawesi en Zuid Molukken zich los te maken van de Indonesische eenheidstaat en een eigen staat te stichten sterk op de voorgrond. Geconfronteerd door deze politieke wending kan Jakarta niet anders doen dan het minst vergaande politieke systeem, autonomie aan te bieden aan de regio's. Het Indonesische parlement moet daarbij speciale wetten en regels opstellen ten behoeve van de autonomie van de regio's. West Papua en Aceh, de meest vooruitstrevende gebieden voor eigen staat buiten de Indonesische eenheidstaat, zullen bijzondere autonome autonomie verkrijgen. Of zij hiermee genoegen nemen valt nog te bezien.

Indonesië en autonomie voor West Papua anno 2001

Zacharias Sawor

Wat houdt autonomie in?
In de WPC, jaargang 20 nummer 3 & 4, heb ik reeds uitgelegd wat het woord autonomie precies betekende. Voor de duidelijkheid citeer ik uit dat artikel als volgt: Van Dale, het Groot woordenboek der Nederlandse Taal, geeft de volgende betekenis voor het woord 'autonomie':
1. bevoegdheid zichzelf wetten te geven; zelfregering.
2. bevoegdheid van rechtsgemeenschappen van lager orde dan de staat algemeen bindende voorschriften te geven in eigen aangelegenheden.
3 zelfstandigheid met betrekking tot economische verhoudingen.
4. onafhankelijkheid van de mens als geestelijk wezen, etc.
Wat is het verschil tussen autonomie en onafhankelijkheid? Nu de waarde die het West Papua-volk aan de betekenis van die woorden geeft van immens belang is, lijkt het me goed ook hier de betekenis van het woord 'onafhankelijkheid' volgens Van Dale uit dat artikel te citeren:
- van niemand afhankelijk, aan niemand ondergeschikt of onderworpen, in doen en laten door niemand beperkt, vrij, zelfstandig (= zelfstandigheid, vrijheid van vreemde inmeninging of overheersing, strijden voor de onafhankelijkheid in de welvaart van het land). Dat betekent, dat de regio's hun eigen binnenlandse aangelegenheden, van bestuur tot economie en financiën, zelf zullen moeten regelen zonder de bemoeizucht van Jakarta. De daerah's/regio's zouden dan zelf een groter deel van hun natuurlijke rijkdommen mogen behouden om de ontwikkeling van hun regio te kunnen bekostigen.

Nu is er een grote diversiteit aan rijkdommen tussen de verschillende regio's. Toevallig zijn de twee meest vooruitstrevende regio's voor de onafhankelijkheid - Aceh en West Papua - het meest gezegend met bodemschatten. Het is nu de vraag hoe welwillend zij zouden zijn om met minder genoegen te nemen ter wille van de armere gebieden zoals Java en andere eilanden/regio's die weinig te bieden hebben en die dus voor een groot deel afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke pot van de centrale regering in Jakarta. Nu reeds al klinken morrende stemmen in deze gebieden, die zeggen: "Moeten juist wij onder de plak zitten van Jakarta ter wille van de "have nots?" De regering in Jakarta is reeds jarenlang op de hoogte van de eisen van deze rijke provincies om een groot deel van hun natuurlijke rijkdommen te mogen behouden voor de ontwikkeling van de eigen regio. Tot op heden is die eis niet gehonoreerd en om de onwil van de machthebbers te camoufleren worden de initiatiefnemers tot betere verdeling van de oogst van deze rijkdommen uitgemaakt voor anti-Indonesisch met separatistische ideeën. Hoewel dit streven naar onafhankelijkheid er wel degelijk is, wordt elk initiatief voor een betere verdeling door Jakarta gebruikt als goedkoop argument ten gunste van machtsbehoud en economisch gewin.

Bemoeizucht van Jakarta
Al kent het land eigenlijk al op papier enkele gebieden met autonome bestuurlijke status, zoals Jogyakarta, de hoofdstad Jakarta, Aceh en Papua/Irian Jaya, in de praktijk komt het erop neer, dat Jakarta een grote vinger in de pap heeft bij alles met betrekking tot de opbouw en ontwikkeling van de provincie, dus van bestuurlijke zaken tot de economische en financiële zaken. Deze voortdurende handhaving van de macht schept een log bureaucratisch apparaat dat de opbouw en ontwikkeling van de regio's eerder vertraagt dan versnelt. En dat terwijl de machthebbers voortdurend verkondigen dat zij de intentie hebben om de achtergebleven provincies, zoals in dit geval West Papua, versneld op te bouwen totdat ze hetzelfde ontwikkelingspeil bereiken als andere provincies van Indonesië. Vanwaar deze voordurende bemoeizucht vanuit Jakarta? Mijn verklaring is deels politiek maar ook deels sociaal maatschappelijk.
1. Jakarta beschouwt West Papua als de regio met een bevolking die onwillig is voor aansluiting bij de Republik Indonesia, en die alleen door politieke manipulatie bij Indonesië ingelijfd kon worden. Er moet dus voortdurend toezicht gehouden worden op het reilen en zeilen van de provincie door de machthebbers uit Jakarta. Dat verklaart tevens de onderdrukkingspraktijken van het Indonesische leger op de bevolking. Om een paar voorbeelden te noemen, de onderdrukking van de opstand in Arfai-Manokwari op 28 juli 1965 onder leiding van Permenas Awom en de gebroeders Lodewijk en Barend Mandatjan, de situatie in West- en Noord-Biak in 1968 - 1970, waarbij de bevolking van hele dorpen werd vermoord, omdat ze onder leiding van Melkianus Awom in opstand kwam tegen het regime, en de opstand in de Wisselmeren in 1969, en in 1998 in Biak met de vlaghijsing, etc. De onderdrukking van al deze opstanden ging gepaard met de instelling van de zgn. speciale militaire operaties, zoals "operasi sadar", "operasi tumpas", "operasi koteka", "operasi pamungkas", etc.

2. Een andere verklaring voor de gehandhaafde bestuurlijke bemoeizucht van Jakarta op de regio's is een puur sociaal-economische kwestie van de desbetreffende functionarissen van de centrale regering die hun "broodfuncties" niet willen opgeven omwille van de autonomie voor de regio's. Het is misschien een simpele verklaring voor een ingewikkelde kwestie, maar wie de Indonesische sobat- en vriendjespolitiek kent begrijpt dat zaken van algemeen belang vaak het onderspit moeten delven ter wille van eigenbelang. Dat verklaart ook tevens de hoge bezettingsgraad van de meeste kantoren en diensten in West Papua door nieuwkomers, i.p.v. eigen Papua-landskinderen. Een diensthoofd, als hij/zij eenmaal goed en wel zit, laat namelijk zijn familie en naaste verwanten uit de andere arme gebieden in Indonesië naar West Papua overkomen om functies te bekleden.

Voorbeelden van mislukte autonomie
In mijn hierboven geciteerde artikel in de WPC heb ik de door de Indonesische overheid per presidentieel besluit toegekende autonomie aan Irian Barat/Irian Jaya of nu Papua al genoemd. Ik verwees ter verduidelijking naar de wet no.15, 1956 in Soasiu, Midden Ternate op de Noord-Molukken, toen de voorlopige hoofdstad van de provincie Irian Barat. Deze wet werd vervangen door het presidentiële besluit (penpres) No. 1, 1962 van 1 januari 1962, nadat president Soekarno op 19 december 1961 in zijn bekende toespraak "Trikora" (Trikomando Rakyat) in Jokyakarta het commando gaf om Irian Barat voor het einde van het jaar in te nemen. Dit presidentiele besluit gaf wederom autonomie met vergaande bevoegdheden aan de provinciale regering om zaken te regelen voor de opbouw en ontwikkeling van de provincie en haar bevolking. En toch is er van al deze wetten en besluiten met betrekking tot het bestuur met verdergaande autonomie in Irian Barat en nu West Papua niets terechtgekomen.

Autonomie, anno 2001
Het is nu ruim 39 jaar geleden, sinds de invoering van het presidentiele besluit voor autonomie op 1 januari 1962, dat Irian Barat het predikaat kreeg een autonoom gebied te zijn met ruime gouvernementsbevoegdheden. Nu, anno 2001, moet de Indonesische regering blijkbaar opnieuw gaan "uitvinden" wat voor soort autonomie geschikt zou moeten zijn voor West Papua. Alles moet uiteraard binnen het bestel van de Indonesische eenheidstaat NKRI (Negara Kesatuan Republik Indonesia) "passen". Je kunt immers geen NKRI handhaven en bijzondere autonomie verlenen aan bepaalde provincies. Dan kun je net je zo goed teruggaan naar de door Nederland destijds voorgestelde federatieve vorm van staten, dus het RIS. Op 28 en 29 maart jl. werd een groot overleg gehouden met de vertegenwoordigers van de bevolking in het vml. gebouw van de Nieuw Guinea Raad in Port Numbay over de invulling van de autonomie voor West Papua. Buiten het gebouw werd door de pro-onafhankelijkheidsbeweging gedemonstreerd. Er is een levendige discussie losgebarsten, waar de overgrote meerderheid van de bevolking de onafhankelijkheid als "Harga Mati" (lett. "dode prijs") bestempelt. Met andere woorden, er is geen ander alternatief dan Merdeka voor West Papua. Indonesië is natuurlijk niet blind noch doof voor deze oproepen van de bevolking die door de bittere ervaringen in de loop der tijd wel beter weet dan klakkeloos te accepteren wat ze voorgeschoteld krijgen. Er werd zelfs een vergelijking getrokken met de volksraadpleging van 1969, waarbij door intimidatie en bedrog uiteindelijk voor aansluiting bij Indonesië werd gekozen door een handje vol mensen (1025) namens het gehele volk.

Bevolking van Paniai/de Wisselmeren tegen autonomie
In een verklaring van 8 februari jl. getekend door vertegenwoordigers van het Adat Instituut van de residentie Paniai werd de invoering van de autonomie voor West Papua verworpen. In de verklaring werd benadrukt dat de zgn. autonomie voor Irian Barat/West Papua eigenlijk al sinds 1969 in werking is. En wat is het resultaat van deze autonomie voor hun regio? "Moord op onschuldige bevolking, verkrachting van hun jonge vrouwen en hun moeders, onderdrukking van Papua's in hun eigen land". Tot vandaag de dag zijn in hun regio 4.110 slachtoffers gevallen door bruut en onmenselijk geweld. Voor hen is "Merdeka Harga Mati", geen andere weg dan alleen 'Merdeka'. Er werd verder aangevoerd dat zij in de verklaring niets anders deden dan te luisteren naar de stem uit het diepste van hun hart en naar de stem van hun geweten. De verklaring werd ondertekend door 2.000 vooraanstaande vertegenwoordigers van het volk. Zij houden vast aan de resultaten van het 2de Nationale Congres in Jayapura/Port Numbay van 29 mei - 4 juni 2001, waarin voor "M" werd gepleit.

Ontwerp bijzondere autonomie voor West Papua
De Engelstalige "The Jakarta Post" wist een kopie te bemachtigen van het ontwerp van de zgn. "bijzondere autonomie" voor West Papua. Het ontwerp werd door een team van 14 leden opgesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van ambtenaren, de volksraden MRP en DPRP, niet-gouvernementele organisaties en vrijheidsactivisten. Het kwam onder andere met de volgende punten:
  1. Leden van de volksraden MRP en DPRP moeten Papua's zijn of in elk geval één van de beide ouders van Papua origine;
  2. De gouverneur en vice-gouverneur moeten een Papua zijn;
  3. Naast de Indonesische nationale vlag rood-wit en het Indonesische volkslied erkennen de Papua's ook hun eigen nationale vlag en nationaal volkslied, die hun identiteit symboliseren.
  4. Terugtrekking van het leger en de nationale politie en het vormen van een eigen politiemacht onder de verantwoordelijkheid van de gouverneur. De provinciale politie gaat samenwerken met de nationale politie.
  5. Wat de verdeling van de provinciale rijkdommen betreft, claimt de provincie 80% wat neerkomt op een bedrag van Rp 12.8 trillioen (= US $ 1.16 miljard) en Jakarta zal dan 20% krijgen. De huidige begroting voor Irian Jaya bedraagt Rp 2.8 trillioen.
  6. Er zullen meer vrouwen in de raden MRP en DPRP komen.
  7. Ook de traditionele rechten van de Papua's zullen moeten worden erkend.
  8. Verder pleit het ontwerp voor goede gezondheidszorg en goede voedselvoorziening.
Dit ontwerp bestaat uit 76 artikelen en is al aangeboden aan president Abdurrahman Wahid en de voorzitter Akbar Tandjung van de DPR. De regering in Jakarta heeft ook een eigen ontwerp, dat minder vergaande volmachten aan de Papua's geeft. De heer Simon Patrice Morrin, parlementslid van de Golkarpartij, zei dat wanneer de centrale regering een verzoenende houding naar de onafhankelijkheidsbeweging wil maken, ze dan serieuze aandacht aan het ontwerp moet schenken. Of dit ontwerp van de vertegenwoordigers van het volk kans van slagen heeft moet nog worden afgewacht. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken weigerde nl. het reeds voor West Papua ingediende autonomieontwerp terug te trekken met het argument dat het Papua-ontwerp veel te laat binnen kwam. De directeur-generaal Soedarsono van de Regionale Autonomie voegde eraan toe, dat het ontwerp van West Papua alleen meeging als referentie.

Desintegratie
Niemand minder dan Amien Rais, de voorzitter van het Volkscongres (MPR), is bijzonder bezorgd over de toenemende wens van de regio's om zich los te maken van de eenheidstaat NKRI. In een toespraak in Bandar Lampung (Kompas, 6 november 2000) voor zijn Islamitische Muhammadiyah, riep hij zijn aanhang op om er zorg voor te dragen dat de NKRI niet uiteen viel. Hij noemde daarbij West Papua en Aceh, die de sterke wil hebben om het voorbeeld van Oost-Timor te volgen in het pad van eigen onafhankelijkheid. In dezelfde toespraak riep hij op om niet te debatteren en elkaar te beschuldigen, maar naar de toekomst kijken. Volgens hem heeft de situatie in Oost-Timor, met name de grove schendingen van mensenrechten, het aanzien van Indonesië zowel nationaal als internationaal verslechterd. Hij noemde o.a. de Amerikaanse minister van Defensie William Cohen, die Indonesië dreigde met economische boycot naar aanleiding van de situatie in Attambua (Oost-Timor) waarbij leden van VN vluchtelingenorganisatie UNHCR door opstandige milities werden gedood. Andy Ayamiseba, een van onze OPM-woordvoerders in de Pacific, heeft op 7 januari 1999 commentaar geleverd naar aanleiding van een verklaring van jongeren van diverse politieke partijen, die zich bezorgd maakten over de desintegratie van Indonesië. Zij pleitten voor de handhaving van de eenheidstaat NKRI. Dit commentaar is tekenend voor de huidige situatie binnen de Indonesische eenheidstaat. Andy Ayamiseba in zijn commentaar als volgt: "De basis van de huidige desintegratie - met Oost-Timor voorop - is het feit dat de huidige staat een republiek van gemakzucht is, het dient alleen de belangen van degenen die alles bezitten en niet van degenen die niets bezitten." Hans W. Vriens, Managing Director of APCO Indonesia, schreef in The Jakarta Post van 13 maart jl. het volgende: "The old system of over-centralization made sure the political power, and the wealth of resource-rich Indonesia stayed within a small group consisting of the president, his family, their cronies and the Jakarta elite". Het mag als geen verrassing komen dat de Papua's zich niet langer wensen te laten koloniseren door een kleine corrupte kliek in Jakarta. De boodschap blijft overeind: "MERDEKA HARGA MATI!" (Vrijheid al kost het ons leven).

Bronnen:

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]