Een geschenk van Suharto
De historische epidemie van brandwonden in de Hooglanden van Irian Jaya
Samenvatting van artikel en voordracht van Dr H.W.A. Voorhoeve, arts in Voormalig Ned. Nieuw Guinea, in 'Memisa Medisch'.
Dit verhaal begint op een woensdagavond in de laatste week van januari 1978. Omstreeks half 8 's avonds werd er gebeld. Nadat ik de deur had geopend zag ik een mij onbekende man in het habijt van een Franciscaner monnik, die mij zei dat hij met verlof uit Irian Jaya was en daar van de Papua's mijn naam had gehoord met het verzoek mij te bezoeken. Bovendien wilde de pater, Wim Rombouts, graag het verhaal van zijn ervaringen in het Centrale Bergland vertellen aan belangstellenden in Nederland. Mede met de hoop advies te krijgen voor de benadering van het probleem bij terugkomst in het Centrale Bergland. Die avond hebben wij met toenemende verbazing het verhaal van pater Rombouts aangehoord. Zijn boodschap: de missionarissen waren geconfronteerd met een mysterieuze epidemie van brandwonden in de Centrale Hooglanden. Het was mij al snel duidelijk dat het hier ging om een parasitaire ziekte.
Hij presenteerde feiten die hij later, op mijn voorstel, zou presenteren voor de NVTG-vergadering (Nederlands Vereniging Tropische Geneeskunde). Pater Rombouts vroeg met name aan de deskundigen van de NVTG-vergadering om een oplossing van het probleem. Over de oorzaak van de epidemie van brandwonden werd niet gesproken, maar door de Papua's werd dit intuïtief aangevoeld. Ongeveer tien jaar later wordt hun vermoeden ook in de literatuur bevestigd.
Inmiddels zijn de toen gepresenteerde feiten gepubliceerd in een gezondheidsbulletin van Indonesië, en in de Antwerpense ICHD thesis van Budi Subianto. Een samenvatting van Rombouts verhaal volgt hieronder, voor het complete artikel compleet met medische data verwijs ik naar de hieronder genoemde publicatie van 'Memisa Medisch'.
Brandwonden
Voor 1972, in de periode 1968-1971, waren er jaarlijks slechts 5 tot 8 patiënten met brandwonden opgenomen in het Enarotali-ziekenhuis. Dit aantal nam vanaf 1972 aanzienlijk toe (28 gevallen), en in 1973 was dit opgelopen tot 43 gevallen. In de periode van 1973-1976 werden in totaal 157 mensen met brandwonden opgenomen. In de meeste gevallen ging het om derde- en vierdegraads verbrandingen. Opvallend was dat de meeste patiënten ook epileptische aanvallen hadden vóór maar ook tijdens hun verblijf in het ziekenhuis. Voorts waren er meer mannelijke dan vrouwelijk patiënten en vielen de meeste slachtoffers in de leeftijdscategorie tussen de 21 en 40 jaar.
Het geschenk
De oorzaak werd door de bevolking al snel gezocht bij de nieuwkomers die de ziekte zouden hebben meegenomen naar Paniai. Anderen vermoedden dat de ziekte was geïntroduceerd door geïmporteerde varkens. Dit laatste bleek het geval en ook het waarom werd duidelijk.
De Ekari waren niet tevreden over de uitslag van de zgn. verkiezingen, de 'Act of Free Choice', in 1969 en kwamen in opstand. Er werden militaire troepen in het gebied gedropt en een geschenk van Suharto om de militaire actie enigszins te 'verzachten'.
President Soeharto zond in 1970 als "geschenk" enkele met taenia solium (lintworm in de volksmond) geïnfecteerde varkens uit Bali aan de hoofdman van de Ekari stam, Obaharuk. De ziekte werd omstreeks 1970 in het gebied geïntroduceerd, daarna werd vanaf 1972 een epidemie van brandwonden geconstateerd. Dit was het gevolg van epileptische insulten ten gevolge van cerebrale cysticercosis (een soort afwijking in de hersenen) waardoor de patiënten in het kookvuur vielen.

Papua-jongetje met brandwonden als gevolg van
een epileptische aanval na het eten van besmet varkensvlees.
Epidemische vormen
Sindsdien heeft de infectie zich over het gehele Centrale Bergland verspreid, naar het oosten tot in Papua New Guinea en naar het westen tot in het Arfak-gebergte in de richting van Sorong.
Een verklaring voor het feit dat voornamelijk mannen in de leeftijd van 21-40 jaar het slachtoffer waren moet worden gezocht in de culturele varkensfeesten. Bij bijzondere gebeurtenissen, bijv. huwelijken of begrafenissen, worden er in korte tijd veel varkens geslacht, soms in het geheim na zonsondergang. Dit maakt een goede vleesinspectie onmogelijk. Daarnaast wordt het vlees niet gekookt of geroosterd maar alleen gesmoord tussen hete stenen en bladeren. Volgens traditie eten de jonge mannen eerst en het meest, de vrouwen en kinderen eten pas daarna de overgebleven resten.
Onrust
De epidemie heeft voor veel sociale onrust gezorgd in bovengenoemde gebieden. In 1997 wordt de ziekte door medici omschreven als een snel opkomende ziekte in Indonesië, daar inmiddels 40-50% van de populatie besmet is. De besmettingsgraad op Bali bedraagt slechts 0,72%. Pogingen om de ziekte in te dammen zijn tot nog toe weinig succesvol gebleken, deels omdat de nodige medicijnen niet voorhanden waren en goede voorlichting, latrines, voedselinspecties en transportverboden van varkens uit het Paniai-gebied niet werkten.
M.n. de zinsnede over het 'geschenk' van Soeharto als oorzaak van de epidemie is van juridische betekenis over de doelstelling van Indonesië m.b.t. Papua.
(Uit: Memisa Medisch jaargang 66, december 2000, samenvatting Vien Sawor)
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]