Inside Indonesia, nr. 67 juli - september 2001, kwam met een speciale editie over West Papua getiteld: "Towards a new Papua". Gerry van Klinken, de redacteur, vroeg o.a. Benny Giay, docent aan de Theologische Hogeschool in Jayapura, een bijdrage te leveren. De redactie van de WPC publiceert hierbij zijn artikel in verkorte vorm.
Naar een nieuw Papua
Door Benny Giay
Papua's zijn Papua's
In hun ziel zijn Papua“s Papua“s. Je kunt Papua“s niet in Indonesiėrs veranderen. Elke Papua, wie hij of zij ook is, gelooft dat Indonesiėrs en Papua's verschillen.
In de jaren '70 heeft een medewerker van de kerk in Beoga, bij het Carstenz-gebergte waar Damals leven, een rapport geschreven over een niet-Papua regeringsambtenaar die zich ongemakkelijk voelde. Deze wist dat hij niet veel succes had de Papua“s ervan te doordringen dat zij Indonesiėrs zijn (of dat Indonesiėrs Papua“s zijn?) Hij had ontelbare lezingen gegeven, zowel in de kerk als in regeringsgebouwen, maar nog steeds geloofden de mensen dat zij anders waren dan Indonesiėrs. “Meneer districtshoofd“ zeiden zij “jij bent Indonesiėr, wij zijn Damal.“ Zij wezen hem op de verschillen in voedsel, kleding, huidskleur en haar om hun gelijk te bewijzen: Damals zijn geen Indonesiėrs en Indonesiėrs zijn geen Damals.
(
)
Als het Indonesische Parlement in augustus 1998 een delegatie naar Papua stuurt, geleid door Abdul Gafur, om precies te weten te komen waarom Papua“s onafhankelijk willen zijn, wordt dit in een vergadering, gehouden met de delegatie uit Jakarta in het provinciaal parlementsgebouw, door dominee Herman Saud, voorzitter van de GKI, als volgt uitgelegd: "Toen de Indonesiėrs naar Papua kwamen was ik nog jong. Met beide handen (terwijl hij zijn handen ophief) streek ik de vlag van West Papua, de Morgenster, en met dezelfde handen hees ik het Rood Wit. Vanaf dat moment werd ik geleerd om een Indonesiėr te zijn. Maar ik ben waarschijnlijk dom, want ik slaagde er maar niet in om Indonesiėr te worden. Steeds heb ik de Indonesiėrs maar horen zeggen: "Papua“s zijn dom, Papua“s kunnen het niet, Papua“s zijn lui en Papua“s zijn dronkelappen".
Geloof
Al vele jaren is de aanwezigheid van de kerk voor de mensen in dit land een inspiratie en een pilaar geweest voor hun ontwikkeling. De kerk heeft de rol van ontwikkelingspionier gespeeld, heeft bemiddeld tussen de regering en de mensen, is vredestichter geweest en een profetische stem die de machthebbenden heeft toegesproken.
Maar zelden horen we hoe het Christelijk geloof, dat de kerk predikt, de onderdrukte mensen heeft geļnspireerd. Laat me uitleggen hoe het geloof de mensen kracht heeft gegeven om “door de vallei der duisternis te gaan“.
De kerk heeft tussen de mensen van dit land gewerkt vanaf februari 1855 tot nu. De laatste drie decennia hebben de mensen de kerk beschouwd als een bevrijdend instituut. Of, tenminste als een alternatief, misschien een laatste redmiddel, de brenger van nieuwe hoop voor een gemeenschap gevangen in de koude ideologie van ontwikkeling die de regering van de Nieuwe Orde met zich meebracht.
De kerk heeft altijd verlossing van zonde gepredikt en de strijd voor waarheid en gerechtigheid. Maar vaak horen mensen wat ze willen horen en interpreteren ze de boodschap naar gelang hun behoeften. Het is niet verbazend dat het evangelie van de kerk functioneert omdat het de vrijheidsaspiraties van de Papua“s absorbeert. Het wordt een middel en inspiratie voor de vrijheidsstrijd, met dien verstande dat God de vrijheid van een onafhankelijk West Papua steunt.
Deze interpretatie ontstaat direct uit hun onheilspellende ervaring van onderdrukking door buitenstaanders op elk gebied: ideologisch, sociaal of economisch. De Bijbel wordt een ''doorgang'' die de mensen nieuwe mogelijkheden geeft, nieuwe dimensies om een betere wereld te zien dan die waar ze elke dag in leven. De Bijbel schildert een nieuwe wereld, vrij van manipulatie, intimidatie en trauma. (..) Op dorps- en gemeenteniveau krijgt de bijbelse tekst een krachtige nieuwe mening omdat mensen deze lezen in de context van hun strijd voor emancipatie. De tekst geeft nieuwe kracht aan Papua“s die zich onderdrukt voelen. Onbewust en onbedoeld identificeren Papua“s hun strijd met die van het volk van Israėl die vochten om Egypte te verlaten. Iedereen leest de Bijbel met zijn eigen ogen. De Bijbel geeft hen hoop en nieuwe energie voor een onafhankelijkheidsstrijd tegen ketens van trauma en ideologie.
Ik ving iets van deze energie op toen ik een OPM-strijder hoorde spreken tegen een priester in een dorp die probeerde de OPM-ers over te halen om zich over te geven. Hij zei: "Maar Vader, u bent het evangelie vergeten".
Want niet voorgoed blijft de arme vergeten,
niet voor immer gaat de hoop der ootmoedigen teloor.
De begeerte der ootmoedigen hebt Gij, Here, gehoord:
Gij sterkt hun hart, uw oor merkt op,
om recht te doen de wees en de verdrukte,
zodat nooit meer een aards sterveling schrik aanjaagt.
Om de onderdrukking der ellendigen, het zuchten der armen,
maak ik mij thans op, zegt de Here,
Ik stel de veiligheid wie daarnaar smacht.
[Psalm 9:19, 10:17-18, 12:6]
De kerk en vele andere theologen zullen waarschijnlijk tegenspreken dat deze interpretatie van de Bijbel niet kan worden gerechtvaardigd. Maar juist de aanwezigheid van een kerk die deze geschriften predikt betrekt mensen in een strijd voor vrijheid.
De weg naar een Nieuw Papua vrij van angst, manipulatie en intimidatie is een lange maar hij moet worden afgelegd. Vele doornstruiken zullen het pad bemoeilijken. Daarom moet de reis goed gepland worden en Papua“s moeten hem afleggen met vrijheid in gedachten. Het zij zo.
(Dr Benny Giay (sttwpirja@jayapura.wasantara.net.id) doceert aan de Theologische Hogeschool vlakbij Jayapura. Het artikel is met zijn toestemming overgenomen uit zijn boek, 'Menuju Papua Baru') (Jayapura/Port Numbay: Deiyai/Elsham Papua, 2000)
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]