In mei 2000 kregen WPC-redacteuren Vien en Zacharias Sawor na enkele mislukte afspraken eindelijk de kans een van de meest volhardende vrijheidsstrijders in de jungle van West Papua in het geheim te ontmoeten (zie interview in WPC nr 4, 2000). Tijdens dat interview maakte Uri Richard Joweni, zoon van een onderwijzer en afkomstig uit het gebied Wandamen, een buitengewoon rustige indruk voor iemand die constant op de vlucht is en altijd op zijn hoede moet zijn. Zijn tijdelijke standplaats destijds had bijna iets idyllisch, ware het niet dat er her en der mannen het huis en de omgeving constant in de gaten hielden. Onlangs koos hij opnieuw voor de publiciteit en gaf een interview aan Don Greenlees van The Australian d.d. 29 januari 2002. Hieronder de vertaling van dit interview met deze geharde OPM-vrijheidsstrijder die al meer dan 30 jaar in de jungle van West Papua vertoeft.

"We willen niet langer als nomaden leven."



Het dilemma van OPM-strijder Joweni

Don Greenlees
WPC-redacteur in gesprek met Joweni
WPC-redacteur in gesprek met Joweni (rechts} tijdens een van zijn zeldzame interviews, juli 2000

Richard Joweni zit met gekruiste benen op een mat van palmbladeren omringd door ongeveer 20 man die zonder twijfel hun leven voor hem zouden geven. Met deze vriendelijke oude man - 30 jaar in de jungle doen hem ouder lijken dan 59 jaar- hebben ze al menig strijd geleverd, zonder angst. Zijn gewapende lijfwachten hebben een kille, emotieloze blik, de blik van mannen die bereid zijn elke kogel op te vangen. Aan hun loyaliteit voor hun doel - een onafhankelijke Papua-staat- hoeft niemand te twijfelen. Maar hun waakzaamheid lijkt voor een deel toneelspel: de gewapende strijd lijkt deze dag ver weg. Het enige geluid dat de warme namiddag verstoort is het gekwetter van overvliegende watervogels.

Dilemma
Brigadier Joweni, een van de hoogste commandanten van de OPM, heeft voor deze zeldzame ontmoeting een verlaten wit strand ten westen van de hoofdstad Jayapura gekozen. De gevreesde elitetroepen van het Indonesische leger, Kopassus, wagen zich in het algemeen niet aan aanvallen op guerrillastrijders ver in dichtbegroeide bergen of kust. "De jungle is van ons," aldus een van Joweni's soldaten tijdens de lange auto- en-bootreis. Dit tactische voordeel wordt gelogenstraft door de groeiende uitdaging waarvoor de vrijheidsstrijders zich geplaatst zien. Joweni is de belichaming van dit dilemma. Hij nam ontslag van zijn overheidsbaan in Jayapura om zich in 1968 aan te sluiten bij de verzetsbeweging in the jungle. Het was een leven in het geheim, met sporadische gevechten met veiligheidstroepen, een leven waarbij men nooit te lang op één plek kan vertoeven. Een dergelijk bestaan eist zelfs van de meest toegewijde zijn tol. Joweni moet het interview even onderbreken vanwege een vervelende kuchhoest. Twee jaar geleden stierf zijn vrouw na een ziektebed, hem achterlatend met een pasgeboren baby. Hij is inmiddels opnieuw getrouwd en heeft een tweede kind. "We willen niet langer als nomaden leven," aldus Joweni. "Vrijheidsstrijders moeten zelfbestuur kunnen uitoefenen en een eigen plek krijgen." Joweni is zich bewust van de moeilijkheden om de gewapende strijd te kunnen volhouden en opvolging van de oudere guerrillacommandanten. Hij staat hierin niet alleen. De leiders van de gewapende vleugel van de OPM, het nationale bevrijdingsleger (TPN), beraadslaagden vorig jaar in het geheim en besloten tot een van meest radicale heroverwegingen over de toekomst van de vrijheidsbeweging.

Nieuwe strategie
Dacht men hier met een versplinterde groep van tribale militaire leiders te maken te hebben, het tegendeel blijkt als commandanten verspreid over geheel West Papua brieven en boodschappen beginnen uit te wisselen met als doel een effectiever bevel te voeren en een nieuwe strategie te ontwikkelen voor het voortdurende conflict. Het zou moeten resulteren in een onderverdeling van West Papua in 14 districtscommando's, elk aangevoerd met commandanten als Joweni die "bataljons" van milities en rebellen zouden opbouwen. Hoewel districtcommandanten nog steeds niet voorstander zijn van een gecentraliseerd provinciebreed militair commando, streven ze wel naar één "concept en strategie". "We willen onszelf op de toekomst oriënteren," aldus Joweni. "Hiervoor moeten we onszelf moderniseren willen we overleven en moeten we één militaire macht worden. We kunnen niet langer de oude methoden gebruiken."

Militaire uitdaging
Maar een serieuze bedreiging vormen voor Indonesië zal moeilijk worden. Ten eerste ontberen de rebellen bijna elk moderne militaire uitrusting. De meeste wapens zijn traditionele wapens en de pistolen zijn meestal zelfgemaakt. Er zijn een paar moderne wapens buitgemaakt bij aanvallen op politie of het leger, maar de ammunitie is moeilijk te krijgen. Communicatie verloopt nog steeds via koeriers. Ten tweede is er een tekort aan financiën en bereidwillige leveranciers voor de aanschaf van de nodige uitrusting voor een effectieve campagne. Ten derde is een leven vol ontberingen in de jungle niet bepaald een aantrekkelijk vooruitzicht om een nieuwe generatie van soldaten te werven. Het aantal daadwerkelijke actieve strijdkrachten van het Papua/bevrijdingsleger wordt op slechts enkele honderden geschat. Een van Joweni's soldaten in Jayapura beschrijft een vergadering in de hoofdstad vorig jaar die nieuwe soldaten moest werven. De vergadering trok 50 jonge mannen, uiteindelijk waren slechts vier van hen bereid hun stadsleven op te geven voor een hard leven in de jungle.

Joweni´s manschappen Speciale Autonomie
Het probleem om te volharden in de strijd voor onafhankelijkheid lijkt met de komst van de speciale autonomie (Otsus) begin dit jaar alleen groter te worden. Met het extra geld en de administratieve vrijheid in Papua snijdt het mes aan twee kanten: het betekent enerzijds meer geld, maar het zou ook een sterke impuls voor de opgeleide jeugd en stadselite kunnen zijn te zoeken naar een vreedzame oplossing voor hun onvrede. De omstandigheden dwingen politieke voorstanders van de onafhankelijkheid en de rebellenbeweging nu al tot meer overleg. De politici zeggen de kwestie over de nieuwe militaire strategie geheel over te willen laten aan de rebellen in de jungle, terwijl Joweni van mening is dat de politieke en diplomatieke strategie voor een groot deel bepaald zou moeten worden door de Papua-Presidium Raad.









Manschappen van Joweni tijdens interview juli 2000.

Verzoenend
Behalve de incidentele gevechten met veiligheidstroepen, waarbij een of twee slachtoffers vallen, is er geen bewijs van gevechten zoals ze plaatsvinden in Aceh of Oost-Timor. Joweni's retoriek is dan ook verzoenend. Hij verzekert nogmaals dat buitenlandse investeerders niet het slachtoffer zullen zijn van hun activiteiten en blijft erbij dat er geen wraakacties zullen plaatsvinden tegen het grote aantal Indonesische migranten van buiten Papua. "Ze zijn veilig hier," aldus Joweni. "Ze hebben hier geen schuld aan. We hebben een probleem met het centrale regime. Als ons land vrij is zullen de grenzen voor iedereen openstaan, niet alleen voor de Javanen, maar ook voor andere landen, Australiërs, Aziaten en Europeanen."

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]