Onrecht, dat niet verdwijnen wil

De kwestie Nieuw Guinea blijft opspelen.

Kees Lagerberg

Onlangs, 19 maart jl., onthulde het Tv-programma "Andere tijden" een tot nu toe ongepubliceerd Amerikaans dossier P.B. Het is de weergave van een initiatief dat prins Bernhard nam om in een gesprek met de Amerikaanse premier John Kennedy een oplossing te brengen in het conflict over Nieuw Guinea tussen Nederland en Indonesië dat de wereldvrede scheen te bedreigen. We schrijven dan 1961 en het meningsverschil inzake de overdracht van het laatste Nederlandse gebiedsdeel verkeerde al in een fase dat infiltraties overzee en met paratroopers plaatsvonden. Er werd een Indonesische motortorpedoboot door het Nederlandse fregat de Kortenaar naar de kelder geschoten, onderzeeërs en vliegtuigen met Russische bemanning namen deel aan Indonesische aanvallen, de commandant van de Nederlandse strijdkrachten wilde overgaan tot tegenaanvallen, kortom, er heerste een oorlogssituatie met internationale verwikkelingen.

Onoplosbaar geschil
In die dagen hadden de VS er alle belang bij dat conflict in Zuid-Oost-Azië uit de weg te ruimen, want de tegenstellingen in dat gebied, die tenslotte uitmondden in de Viëtnam-oorlog, bedreigden de wereldvrede. Nederland had lange tijd getracht het meningsverschil met Indonesië door onderling overleg op te lossen, maar er was een onoplosbaar geschil tussen beide landen: Nederland had Nieuw Guinea in 1949 uitgezonderd van de overdracht van de koloniale soevereiniteit omdat het land van de Melanesische Papua's geen wezenlijk onderdeel van de Indonesische archipel uitmaakte en wilde dus het principe van de zelfbeschikking voor de onmondig gebleven Papua-bevolking toepassen. Indonesië eiste de overdracht van Nieuw Guinea (West-Irian zoals zij het noemden) eenvoudig op als onderdeel van het voormalige Nederlands-Indië. De VS hadden zich steeds op het standpunt gesteld dat gebiedsoverdracht niet gewapenderhand mocht geschieden.

Dossier P.B.
De tegenstelling tussen beide landen, die er via onderling overleg en ook door stemming in de Verenigde Naties niet uitkwamen, escaleerde dus, waarbij de Nederlandse diplomatie in New York (de VN) en in Washington (de VS) een belangrijke rol was toebedacht. Het standpunt van Nederland werd door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken mr. Joseph Luns helder verwoord: "Nieuw Guinea ligt aan de rand van onze belangen, maar in het hart van onze principes." Achter de schermen werkten zakenlieden, die de z.g. Bilderberg-groep vormden onder voorzitterschap van Unilever-man P. Rijkens in tegengestelde richting. Prins Bernhard, die in die dagen een gewild ambassadeur van het Nederlandse zakenleven was (het ongelukkige verloop van de Lockheed -bemiddeling is bekend) kwam op 25 april 1961 in de gelegenheid president Kennedy in te lichten over de stemming in Nederland aangaande het Nieuw-Guinea-probleem bij een bezoek dat hij bracht, begeleid door de Nederlandse ambassadeur in Washington, mr. J.H. van Roijen. Prins Bernhard heeft via dat gesprek kans gezien een suggestie voor de oplossing te geven, die in de VS is vastgelegd als het dossier P.B. Het merkwaardige is dat deze suggestie de hoofdtrekken heeft van het zogeheten Plan-Bunker dat een jaar later de kern zou worden van de Overeenkomst van New York, die de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië tot een feit maakte.

Dubbelspel
Er is steeds aangenomen, dat de VS Nederland heeft geforceerd toe te geven aan de eisen van Indonesië. De toezegging van militaire steun ingeval Indonesië met de wapens zou trachten Nieuw Guinea te veroveren, waarop Luns zich jarenlang had beroepen, zou door het aantreden van de regering-Kennedy een lege verwachting zijn geworden, kortom de VS hadden de trouwe Navo-bondgenoot Nederland laten vallen ten gunste van de Amerikaanse belangen in het Azië-scenario. Uit de korte "Andere tijden"-uitzending blijkt, dat de VS en met name Kennedy niet de blaam verdienen, waarop Nederland het in zijn "Ik ben klein en hij is groot"-cultuur heeft laten aankomen. Kennedy had reden aan te nemen dat Nederland uiteindelijk geen ernst maakte met het ideaal van zelfbeschikking voor de Papua's. En die verdenking kwam voort uit het dubbelspel van enkele leidende diplomaten. Het was aan iedereen duidelijk en zeker aan Luns, dat Nederland het avontuur van een oorlog met Indonesië zonder steun van anderen niet kon aangaan. De diplomaten in de VS zowel Van Roijen in Washington als mr. Schürmann in New York waren van de stemming in de wereld beter op de hoogte dan Den Haag, al had Luns een stevige overtuiging over zijn mogelijkheden binnen de Atlantische Verdragsorganisatie, waardoor zijn blikveld niet uitsluitend bepaald werd door de macht van de VS In elk geval was er verschil van inzicht tussen de diplomaten, die nabij Washington onder leiding van de Amerikaan Bunker namens de seceretaris-generaal van de VN Oe Thant de onderhandelingen met de Indonesiërs voerden en Luns, die trachtte het Nederlandse kabinet en de Tweede Kamer onder zijn invloed te houden. In elk geval had hij zijn diplomaten niet in de hand.

Van de prins…
Een van de onderhandelaars Mr. Huydekoper van Nigtevegt kwam er enige jaren geleden openlijk voor uit, dat de rechterhand van mr. van Roijen E. Schiff en hij besloten Luns niet volledig in te lichten over hun faits et gestes in de Nieuw-Guinea-kwestie; dr. van Roijen vond het nodig de leider van de Antirevolutionaire Partij, later minister-president mr. B. Biesheuvel, tijdens een kritieke fase in het overleg naar Washington uit te nodigen opdat hij uit Amerikaanse mond kon horen dat de VS niet voor Nederland in de bres zouden springen; van Roijen zelf kwam over naar Den Haag en gaf het kabinet zijn visie op de Nieuw Guinea-kwestie, die haaks stond op de inlichtingen van Luns. De mening van het gehele corps diplomatique in de VS voor het merendeel met een zekere Indische nostalgie en, hoewel professioneel genoeg, toch "angehaucht" door een zekere camaraderie met hun Indonesische gespreksgenoten. In die diplomatieke omgeving en onder dat geleide brengt dan Prins Bernhard een bezoek aan president Kennedy en brengt over Nieuw Guinea zijn visie naar voren (vermoedelijk later op schrift gesteld) met de belofte Koningin Juliana in die zin te adviseren. Hier past de houding, die uitdrukking vindt in de Oudnederlandse zegswijze "Van de prins geen kwaad weten". In elk geval bevestigt Mc Bundy een naaste medewerker van president Kennedy dat deze beschikte over geheime inlichtingen dat Nederland van de Nieuw-Guinea-kwestie af wilde. Luns beantwoordde dit in een interview met Michel van der Plas in diens boek "Ik herinner mij......" in ronde bewoordingen: "Ik moet deze suggestie krachtig bestrijden". Had Luns geweten van het onderhoud met Prins Bernhard dan zou hij misschien zijn diplomaten, die zeggen zich niets te kunnen herinneren of op papier te hebben, minder krachtig in bescherming genomen hebben. Ik houd het erop, dat hij zich "naar een eigen uitdrukkingswijze "grotelijks belazerd gevoeld zou hebben.

Kortom, nu de dossiers open gaan en het wetenschappelijk onderzoek voortgaat (o.a. in Nederland dr. H. Meyer, in Engeland dr. J. Saltford, in Australië dr. Blay) blijkt de werkelijkheid anders te zijn dan de gangbare mening. Dat zou van gering belang zijn als de integriteit van de internationale rechtsorde en .....het beginsel van zelfbeschikking van de Papua's dat niet eisten. Want de geschiedenis van Nieuw-Guinea, Irian Barat, Irian Jaya, Papua ettert door als een verontreinigde wond.

(Dr. Kees Lagerberg is Indoloog, cultureel antropoloog en voormalig bestuursambtenaar in Ned. Nieuw Guinea)

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]