Vijftien augustus was het 40 jaar geleden dat Nederland onder internationale druk, via een korte VN-bestuursperiode, Nederlands Nieuw Guinea overdroeg aan Indonesië. Sindsdien is het slecht gesteld met de mensenrechten in de voormalige Nederlandse kolonie. Nadat de Papua's in 1969 officieel bij Indonesië horen, komt de terreurcampagne van Indonesië pas goed op gang, maar de informatie over marteling en moord druppelt slechts mondjesmaat naar buiten. West Papua werd eenvoudigweg hermetisch afgesloten voor nieuwsgierige bezoekers van buitenaf. Officiële cijfers spreken van 100.000 doden sinds de overdracht aan Indonesië op 1 mei 1963. Sinds de val Soeharto in 1998 is de informatiestroom vanuit West Papua flink op gang gekomen en wordt meer en meer duidelijk hoezeer het Indonesische leger en politie heeft huisgehouden in West Papua en hoe de situatie weer verslechterd is sinds het aantreden van Megawati. Iemand die zich al jarenlang inzet tegen de mensenrechtenschendingen in West Papua is John Rumbiak, Supervisor van West Papua's bekendste mensenrechtenorganisatie, ELSHAM in Padang Bulan, Jayapura.
"Ik geloof in de waarheid, dat is zo iets krachtigs, vroeg of laat komt de waarheid altijd boven. Het is net een rivier, het gaat waar het gaan moet en niemand kan het tegenhouden."
John Rumbiak, 40 jaar en afkomstig van het eiland Biak, is al vanaf het eerste uur actief voor ELSHAM (Lembaga Studi dan Advokasi Hak Asasi Manusia) dat op 5 mei 1998 werd opgericht. Hij is net terug uit de VS om de Amerikanen te overtuigen vooral niet de militaire banden met Indonesië weer aan te halen vanwege de strijd tegen het terrorisme. Daarvoor was hij in Duitsland en over week vertrekt hij alweer naar Jakarta om zijn campagne tegen het militarisme in West Papua voort te zetten. Hij lijkt onvermoeibaar. Zijn motivatie? Hij lacht, denkt even na en antwoordt dan serieus: "Onrecht. En niet alleen ongerechtigheid in West Papua. In 1985 en '86 was ik in West Papua getuige van grove mensenrechtenschendingen, maar net zo schokkend was wat ik in Canada zag gebeuren met de Indianen, of op Sumatra: regeringsbeambten die schaamteloos inheemse bevolkingsgroepen exploiteren en onderdrukken." Hij verduidelijkt: "Met de Dani's is in West Papua is hetzelfde gebeurd, zij zijn door het conventionele toerisme uitgebuit, het heeft de echte Dani spirit gedood. Ook de Asmat-Papua's zijn zeer spirituele mensen, ze schrijven hun afkomst toe aan de bomen. Met andere woorden, de houtkap in hun leefgebied heeft hun spirit gedood door allerlei grondconcessies waartoe ze gedwongen werden. De grote houtkapbedrijven hebben letterlijk hun leefgebied vernietigd en daarmee hun cultuur. Daarnaast was het pure uitbuiting: ze werden gedwongen om van 6 uur 's ochtends tot 6 uur 's avonds te werken voor Rp. 3500 per boomstam, soms kregen ze zelfs niets! Daartegen moet je wel in opstand komen."
Landgeschil
De (anti)climax voor hem werd in 1994 bereikt. Rumbiak, toen nog werkzaam voor een ontwikkelingsorganisatie (YPMD, Yayaysan Pengembangan Desa Masyarakat), weigerde werkeloos toe te zien hoe ongeveer 1000 mensen werden opgepakt en gemarteld door het Indonesische leger vanwege een landgeschil met Freeport. Zestien mensen werden vermoord, 4 vermist en velen raakten gewond. Tegen de wens van zijn toenmalige baas in, deed hij onderzoek naar het gebeurde en maakte zijn resultaten wereldkundig. Mensenrechtenorganisaties wereldwijd, ook in Jakarta, werden zich bewust van de problemen die Freeport-mijn met zich meebracht.
"Dat blijft altijd een probleem, de intentie van grote bedrijven als Freeport of BP: hun voornaamste doel is tenslotte winst maken en zij hebben eenvoudigweg een totaal andere manier van denken. Ze zien de inheemse bevolking als onwetend en komen met westerse concessies, die zogenaamd economische ontwikkeling moeten opleveren. Ze vergeten hierbij de inheemse landrechten en het feit dat de bewoners hun eigen kijk op de natuur hebben die ze als heilig beschouwen, een cultuur van vele duizenden jaren en enkele generaties oud. Deze verschillende manieren van denken botst altijd weer, met als gevolg dat veel bedrijven het leger toelaten of een oogje dichtknijpen om de veiligheid van hun productie te garanderen."
Gemengde gevoelens
In 1996 werd Rumbiak actief voor werkgroep voor gerechtigheid en vrede wat in 1998 ELSHAM zou worden. In datzelfde jaar 1998 kwam zijn werk erg dicht bij "huis" toen het Indonesische leger demonstranten bij een vreedzame wake bij de watertoren in Biak-stad bestormde en gericht schoot. ELSHAM deed uitgebreid onderzoek naar de gebeurtenissen: officiële cijfers spreken van meer dan 60 doden, willekeurige arrestaties, marteling van gevangenen en groepsverkrachtingen. "Op dat moment probeer je zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, mensen worden geïntimideerd en slaan op de vlucht. Je kunt op dat moment weinig mensen vertrouwen, de situatie is gespannen en de bronnen zijn beperkt. Je vertrouwt eigenlijk alleen op je eigen familie. Maar ook zij zijn herhaaldelijk bedreigd om het werk wat ik doe." Hij geeft toe dat hem dat wel eens zorgen baart. Zelf is hij ook de nodige keren met de dood bedreigd, recentelijk nog, 11 februari en 18 juli jl., na ELSHAMs onderzoek naar de moord op Papua-leider Theys Eluay ontvingen hij en de directeur van ELSHAM, Johanes Bonay, enkele telefoontjes waarin de beller meedeelde dat ze zouden worden vermoord door de Kopassus (eliteleger). "Het is niet anders. Maar je leeft maar eens en gedurende dat leven moet je doen wat je goed lijkt, iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid in het leven. Gelukkig ben ik door mijn veelvuldige werk in buitenland ook daar bekend. Toen ik met de dood werd bedreigd zijn er zelfs vragen gesteld in de Amerikaanse senaat aan de Indonesische ambassadeur, en dat kan natuurlijk geen kwaad. Maar het geeft uiteraard nooit een garantie voor veiligheid. Toch is hij vastberaden: "Geen enkele, maar dan ook geen enkele bedreiging, zal me ooit weerhouden om mijn werk te doen." Toch denkt hij met gemengde gevoelens aan het moment dat hij in Brussel een belangrijke EG-vergadering moest bijwonen en niet bij zijn moeder kon zijn toen zij stierf. "Ik was voor mijn vertrek nog bij haar geweest omdat ze ernstig ziek was. Heb nog getwijfeld te gaan, maar ze zei dat ik kon gaan. De volgende dag kreeg ik een telefoontje in Brussel dat ze was overleden. Tja, op zulke momenten denk je wel eens: waar ben ik mee bezig?"
Intimidatie Het wordt de overige medewerkers van ELSHAM ook niet bepaald gemakkelijk gemaakt. Mensenrechtenactivisten worden regelmatig geïntimideerd en of met arrestatie bedreigd. Het aantal aanvallen op mensenrechtenactivisten en vrijwilligers van NGO's (niet-gouvernementele organisaties) door pro-Indonesische milities is de afgelopen maanden flink toegenomen volgens ELSHAM.
Onlangs nog, 23 juli jl., berichtte Radio Australië dat Telecom Indonesia alle internationaal telefoonverkeer van en naar ELSHAM tijdelijk geblokkeerd had. ELSHAM ziet de militaire intimidatie als een onderdeel van de poging van de regering om hard op te treden tegen onafhankelijkheidsaanhangers.
Bemiddelende rol Naast onderzoek naar mensenrechtenschendingen, grondrechten en het geven van juridische bijstand, heeft ELSHAM ook een nieuwsservice die regelmatige rapporten uitgeeft over sociale en politieke ontwikkelingen en hun gevolgen voor mensenrechtensituatie en democratie in West Papua. Toch wordt ELSHAM meer en meer als een intermediator voor conflictpreventie gezien. "Klopt, we krijgen hier meer en meer mee te maken. We zien het als een uitdaging die we graag waar willen maken. Zo is er vanavond (9 juli 2002) een bijeenkomst tussen leden van het Presidium en OPM-leden. Wij willen faciliteren en proberen de dialoog tussen verschillende groepen op gang te krijgen. Het conflict is niet de onafhankelijkheid. Het gaat om het respecteren van politieke rechten en elkaars mening. Zelf willen beide groepen de dialoog met elkaar aangaan en wij van ELSHAM moedigen dat aan en proberen de groepen nader tot elkaar te brengen. Ook de OPM staat open voor een vreedzame weg naar onafhankelijkheid en wil graag de discussie aan. ELSHAM zelf heeft nooit een bepaald standpunt ingenomen, het is wat het volk zelf wil dat van belang is. Of dat nu speciale autonomie is of volledige onafhankelijkheid, het proces is belangrijk. Als het resultaat een referendum is dan staan we daar volledig achter."
Vredeszone ELSHAM heeft aangekondigd door te gaan met het faciliteren van bijeenkomsten tussen verschillende organisaties. De bijeenkomsten, met NGO-leiders, OPM-leden en Presidiumleden maar ook migranten, is bedoeld om elkaar te informeren en dichter bij elkaar te komen om zo van Papua een vredeszone te maken. Er is toegenomen bezorgdheid onder de mensen over de plannen van het leger voor West Papua. Sinds het aantreden van Presidente Megawati is de mensenrechtensituatie verslechterd en is het militair optreden verhard. Vorig jaar december kondigde ze zelfs onomwonden aan dat militairen bij het uitvoeren van hun taak "niet bang hoefden te zijn om bij het uitvoeren van hun taak mensenrechten te schenden." Het leger heeft daarmee carte blanche gekregen. Ondanks het toegenomen aantal militairen in West Papua, waaronder leden van de beruchte Kopassus-eenheid, heeft ELSHAM organisaties het advies gegeven zich vooral niet te laten provokeren door het leger. Niet alleen leden van de OPM, elke andere organisatie die zich laat provokeren zal worden aangemerkt als 'separatistisch' wat aanleiding zou kunnen geven tot arrestatie. Hoofd van de politie in Jayapura, Mada Mangku Pastika, is op de hoogte gesteld van ELSHAMs rol als intermediair tussen verschillende organisaties en uitgelegd dat het in het voordeel zou zijn voor geheel Papua als er naar vreedzame oplossingen gezocht voor conflicten. Toch heeft het de politie in Papua niet weerhouden om haar eigen 'vredesoperaties' aan te kondigen. Op 17 juli jl. maakte Pastika de operatie "Adil Matoa" bekend met vreemd genoeg hetzelfde doel, maar wellicht andere methodes. De operatie moet een zogenaamde 'vredeszone' creëren om de onrustige provincie als integraal onderdeel binnen de eenheidsstaat Indonesië te houden. Het belooft weinig goeds. Het pas aangetreden militair hoofd Gen. Endriartono Sutarto beloofde in juni nog hard op te treden tegen elke afscheidingsbeweging die een bedreiging zou vormen voor de eenheidsstaat Indonesië. Het duidt erop dat het leger geenszins geïnteresseerd is in dialoog en doorgaat met militaire operaties die het werk van organisaties als ELSHAM zullen ondermijnen.
"Ook Papua's hebben het recht om in vrede te leven en recht op een rechtvaardig bestaan."
Geloof in mensen Om moedeloos van te worden? "Geenszins. Ik laat me niet door intimidaties bang maken en zal me blijven inzetten tegen elke vorm van onrecht die Papua's wordt aangedaan. Ook Papua's hebben het recht om in vrede te leven en recht op een rechtvaardig bestaan. Ik zie graag een toekomst voor de Papua's waarin de inheemse Papua's zelf hun eigen toekomst kunnen bepalen, zelf kunnen uitmaken hoe en waar ze leven in vreedzame coëxistentie met de immigranten." De samenstelling van de medewerkers van ELSHAM is daar een goed voorbeeld van, de medewerkers komen uit geheel West Papua, maar ook van buiten West Papua. "Ik geloof in mensen, niet in grenzen. Of iemand nu van Biak, Merauke of Wamena komt, Katholiek of Protestant is, is niet belangrijk. De mens is belangrijk, hiermee ga je een verbond aan dat gebaseerd moet zijn op eerlijkheid en vertrouwen. Maar bovenal geloof ik in de waarheid. Dat is zo iets krachtigs vroeg of laat komt de waarheid altijd boven. Het is net een rivier, het gaat waar het gaan moet en niemand kan het tegenhouden. Ik zal me blijven inzetten om die waarheid boven tafel te krijgen."