Op 1 december jl. werd ook in West Papua herdacht dat alweer 41 jaar geleden de nationale symbolen van West Papua, de Morgenstervlag, het volkslied "Hai Tanahku Papua" en het nationale wapen officieel door het Nederlandse gouvernement werden erkend. Tijdens het Suharto-regime uit den boze, werden ze tijdens Wahids ambtsperiode gedoogd. Het nieuwe hoofd van de politie in Papua, Budi Utomo, komt daar nu op terug. Hij vindt de legale status van vlaghijsingen onduidelijk en om "uitbarstingen van onrust in Papua te voorkomen" kan deze beslissing maar beter ingetrokken worden.
"Omdat Papua's een ander ras zijn en andere godsdienst hebben? Nee, dat is het niet. Het is het resultaat van meer dan 40 lange jaren van onderdrukking waaraan drie factoren ten grondslag liggen: de politieke samenzwering van 1961 tot en met 1969, de schending van de grondrechten die geleid heeft tot de dood van 100.000 mensen, en tenslotte de schending van het grondrecht op voorspoed en sociale emancipatie." In zijn speech noemde Beanal het de verantwoordelijkheid van het Papua-volk om een oplossing te zoeken voor deze complexe problemen en wel door middel van een politieke dialoog binnen het kader van rechtzetting van de geschiedenis. De eerste aanzet hiertoe was al gemaakt door het Presidium op 19 december 2001, middels een verklaring die werd ingediend bij de minister voor Politieke en Veiligheidszaken. Tot op heden is hier geen reactie op gekomen van de Indonesische regering.
Tot slot noemde Thom Beanal Beanal de belangrijkste focus voor het Papua-volk in 2003: verzoening, consolidatie en vreedzame diplomatie. Daarnaast bedankte hij ook de NGO's, solidariteitsgroepen, universiteiten en individuen wereldwijd die zich oprecht het lot van de Papua's aangetrokken hebben, in het bijzonder de mensenrechtenactivisten en advocaten die zich inzetten voor de rechten van het Papua-volk.