Apo, een 'border crosser'
De angst voor Indonesische soldaten, de lange tocht naar de grens en het lange wachten op de vluchtelingenstatus is het lot van veel 'border crossers', vluchtelingen die vanuit West Papua de grens met Papua New Guinea oversteken. Imelda Yabara vertelt het verhaal van Apo, een 'border crosser'
In het holst van de nacht werd er op hun deuren geklopt. Eenmaal buiten zag hij dat de rest van het dorp, waaronder ook zijn eigen familie, al wakker was en in het midden van het dorp luisterde naar een groep mannen. Toen deze verdwenen, pakten de meeste dorpelingen in alle stilte enkele bezittingen en bereidden ze zich voor op de lange tocht die voor hen lag. Pas op dat moment realiseerde Apo zich dat hij en zijn familie zouden vertrekken.
Vroeg in de morgen, aan de hand van zijn moeder, liep Apo achter zijn vader en broers en zussen aan. Hij verliet de enige vertrouwde plek, zijn dorp vlakbij Jayapura, op weg naar een land waar hij nauwelijks iets van wist.
"De OPM-rebellen hadden ons aangeraden te vertrekken. Er zouden gevechten uitbreken tussen hen en het Indonesische leger. De dapperen bleven achter, maar ongeveer 75 procent van het dorp vertrok; niet alleen bewoners uit mijn dorp, maar uit het hele gebied van Jayapura tot Merauke.
Met mijn familie kwam ik terecht in 'Camp 400'. Hier bleven we een tijd totdat we met een boot op de rivier Fly vertrokken," herinnert Apo zich. "We waren met meer dan 1000 mensen, eerst in tenten, later in eigen gebouwde huizen van materialen uit het bos."
Nu is hij 17. Hij is al 11 jaar in PNG. Alleen, want zijn ouders zijn in1992 terug naar West Papua gegaan. "Ze zijn teruggegaan omdat mijn broers en zussen daar begraven liggen en omdat ze terug wilden naar ons land."
Hoewel hij pas zes was toen ze naar PNG vertrokken, vertelt hij nauwkeurig zijn herinneringen, in een mix van Pidgin en Engels. "Indonesische soldaten kwamen meerdere keren naar ons dorp en ondervroegen mijn vader. Ze wilden weten waar de rebellen zich ophielden. Maar mijn vader wist dit niet en werd door hen geslagen. Ze kwamen ook een keer naar ons huis om ons te ondervragen, want ze dachten dat rebellen zich bij ons schuilhielden."
Zelfs nu na zoveel jaar in PNG droomt Apo dat de soldaten komen en dat hij opnieuw moet vluchten. Dit komt omdat zijn ouders nachten lang de wacht hielden voor het geval de soldaten hun dorp zouden overvallen. "Wanneer ik 's nachts sliep, waren mijn ogen gesloten maar mijn oren altijd gespitst. Wanneer mijn ouders verdachte geluiden hoorden, moesten we ons schuilhouden in het bos waar we een geheime schuilplaats hadden," herinnert hij zich. Dit alles omdat het Indonesische leger dorpelingen doodschoot, huizen platbrandde en het vee doodde.
Apo heeft nog steeds geen vluchtelingenstatus van de PNG overheid ontvangen.
Samson Misambe, secretaris van Caritas, het bisdom in Vanimo, bevestigt dat de kampen vol zitten met mensen als Apo. "Zijn verhaal is geen uitzondering. Indonesische soldaten vielen 's nachts hun dorpen binnen, vielen hen lastig, hielden ze gevangen en namen ze mee naar afgelegen plaatsen waar ze werden vermoord."
Misambo zegt dat de meesten in het Transmitter Camp in Vanimo in december 2000 zijn gearriveerd. Momenteel zitten er 300 vluchtelingen in het kamp - mannen, vrouwen en kinderen."
Wat betreft de mensen die teruggestuurd zijn of zelf zijn teruggegaan, zegt Misambe: "Ze gaan tegen hun zin terug omdat hen dat gezegd wordt. Maar ze hebben een reële kans om de vluchtelingenstatus te ontvangen; volgens het VN handvest is ieder persoon die zijn land ontvlucht uit angst voor zijn leven een vluchteling."
Vorig jaar kwamen er functionarissen van de VN Commissie voor Vluchtelingen en de interprovinciale overheid naar het kamp om met de mensen te praten, maar sindsdien zijn ze niet meer teruggeweest.
[…]
Apo werkt nu als bewaker. Hij weet niet wat de toekomst hem zal brengen, maar hij is bang dat hij op een dag weer wordt teruggestuurd. In 2002 heeft hij met hulp van vrienden en familie geprobeerd om terug te gaan naar West Papua om uit te zoeken wat er met zijn familie is gebeurd. Maar hij is tot de grens gekomen en is uit angst weer teruggegaan naar het kamp.
Ik vroeg hem of hij ooit terug zou gaan. Hij draaide zijn hoofd weg en antwoordde dat hij ooit wilde terugkeren, als het veilig is.
Bron:
The National, 17 januari 2003
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]