1 mei aanstaande,
…is het precies veertig jaar geleden dat Nieuw Guinea via kort VN-bestuur door Nederland werd overgedragen aan Indonesië. Terwijl Indonesië "Merdeka" riep, zagen de Papua's hoe hun vrijheid verkwanseld werd. Nederlandse ambtenaren moesten massaal vertrekken, waardoor van echte goede overdracht geen sprake kon zijn en van 'Papuanisering' al helemaal niet. Zo liep 134 jaar Nederlands bestuur over Nieuw Guinea ten einde. Een chronologisch verslag van die doorslaggevende periode 1962-1963 aan de hand van enkele foto's 'uit de oude doos'. Geen 'tempo doeloe' en hoge klapperbomen, maar een terugblik die de historische misstap(pen) illustreert.
Door Vien Sawor
Historische misstappen
1 mei 1963: Nederland likt zijn wonden, West Irian is doorgegeven en niet langer haar probleem. De overdracht via VN-interimbestuur is een feit. Neerlands laatste stukje trots in het Verre Oosten kon niet langer gehandhaafd worden, ondanks verwoede pogingen van Luns die tot het laatst toe bleef vasthouden aan Nieuw Guinea. Omdat ook Indonesië hardnekkig bleef vasthouden aan Nieuw Guinea ontstond er een conflict. Toen ook Australië, Engeland en tot overmaat van ramp ook Amerika, de gebroeders Kennedy, Nederland keihard lieten vallen, kreeg Indonesië zijn gelijk. De VN greep in en op 15 augustus 1962 viel het doek voor de Papua's en werd de 'New York Agreement' ondertekend. De Overeenkomst voorzag in een VN-interimbestuur van 7 maanden, de zogeheten UNTEA-periode (United Nations Temporary Executive Authority). Daarna mocht Indonesië het proberen en zou de volledige bestuurlijke verantwoordelijkheid aan hen worden overgedragen. Aan de Papua's werd niets gevraagd.
Indonesië heeft gelijk
President John Kennedy wilde snel van de Nieuw Guinea-ellende af. De Russen begonnen zich met het Nieuw Guinea-vraagstuk te bemoeien en dat zinde de gebroeders Kennedy geenszins. John Kennedy's broer Robert bezocht als minister van Justitie Indonesië in 6 dagen en deed daarna een weekend Den Haag. Op maandagmorgen 26 februari 1962 sprak minister Luns uitvoerig met Robert Kennedy over de kwestie Nieuw Guinea. Het mocht niet baten, voor Kennedy was het een uitgemaakte zaak. Na afloop beschreven de Nederlandse ministers hem unaniem als een "arrogante Amerikaanse vlegel'. Zo had hij, met zijn handen in de zakken, gevraagd: "Hoeveel inwoners heeft Nederland?" Minister Luns: "Twaalf miljoen." Kennedy: "En Indonesië?" Luns: "Tachtig miljoen." Kennedy: "Dan heeft Indonesië gelijk."
"Alle goeds voor de toekomst…"
Op 31 juli 1962 waren de onderhandelaars in Amerika er op enkele details na uit: op 15 augustus zou bij de Veiligheidsraad in New York een akkoord worden getekend, waarmee het lot van zo'n 800.000 Papua's bezegeld werd. Op die dag bleef de ministerraad in Nederland nog tot laat in de avond overleggen. Minister Luns had er nog steeds geen vrede mee. Pas tegen middernacht gaf Luns zich gewonnen en kreeg de in New York wachtende Nederlandse delegatie het verlossende woord. Het akkoord kon worden getekend en na het tekenen bekrachtigden de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken Subandrio (links) en ambassadeur J. H. van Roijen (rechts) het akkoord met een ferme handdruk. U Thant, VN-secretaris generaal destijds, keek goedkeurend toe. Premier De Quay verscheen in een rechtstreekse uitzending voor de televisie om de Papua's "alle goeds voor de toekomst te wensen". Het akkoord bevatte echter flinterdunne garanties voor het recht op zelfbeschikking van de Papua's.
Handhaving van recht en orde
Zo'n 1500 Pakistaanse troepen landden in Kaimana voor de handhaving van orde en veiligheid onder leiding van Generaal Said Uddin Khan. Ze dienden in de eerste plaats de Papua-politie aan te vullen en te helpen. De Amerikaanse en Canadese luchtmachteenheden waren ter beschikking gesteld voor met name bevoorrading vanuit de lucht. Volgens artikel 7 van de NY Agreement moet: "De bestuurder van de Verenigde Naties zoveel mogelijk gebruik maken van de Papua-politie als veiligheidstroepen van Verenigde Naties ter handhaving van recht en orde, indien hij dit wenselijk oordeelt, Indonesische strijdkrachten." Helaas waren de Indonesische strijdkrachten, die in de eerste helft van 1962 massaal gedropt werden in Fak Fak, Teminbuan, Kaimana en Merauke, groter in aantal dan de Pakistaanse troepen. Met de "recht en orde" was het vanaf dat moment gedaan: in de december 1962 zijn de internaten van de Kweekschool, de Bestuurschool, de Landbouwschool en de Christelijke scholen in Kota Raja in Hollandia één voor één middelpunt geweest van nachtelijke invallen, geleid door het Indonesische leger, met hulp van pro-Indonesische groepen, omdat leerlingen van deze scholen voorbereidingen troffen voor de 1 december-demonstratie. Leerlingen werden van hun bed gelicht en tot bloedens toe geslagen en gevangen gezet in onder water gezette cellen in het militaire kamp in Ifaar. Alle mannen van het dorp Ifaar werden gearresteerd en moesten dezelfde marteling ondergaan en werden gedwongen hun eigen urine te drinken. (Foto: ANP).
Wantoestanden
Tijdens het VN-interimbestuur ging Indonesië voortvarend te werk. Indonesische troepen werden ter beschikking gesteld aan het VN-bestuur (links) en moesten de Papua-politie (rechts) ondersteunen in de rechtshandhaving. Op papier zagen de opbouwplannen voor West Papua er goed uit, de praktijk bleek anders. Met de onbelemmerde komst van Indonesiërs begonnen de wantoestanden: diefstal, beroving, schietpartijen en bedreigingen waren aan de orde van de dag. Indonesische zeelui hadden hieraan de grootste schuld maar ook het Indonesische leger droeg zijn steentje bij. Winkels werden leeg gekocht, bezittingen zoals zitjes op veranda's van Papua's werden op klaarlichte dag van woningen van Papua's in auto's geladen en weggevoerd. IJskasten, radio's, enz. werden 's nachts uit woningen en restaurants gestolen. In sommige gevallen werden Papua's gevraagd hun spullen goedkoop te verkopen. Weigerden ze dit dan werd met het pistool gedreigd. Vaak werd de uiteindelijke "verkoop" zonder betalen afgehandeld.
Drempel te hoog
"Papoea's op de drempel van zelfbeschikking", was de titel van een brochure die het Gouvernement van Nederlands Nieuw Guinea in 1961 uitgaf. De drempel bleek te hoog gelegd…. Met het vertrek van de Nederlandse overheid en bedrijven was bijna alles tot stilstand gekomen en nam de werkloosheid schrikbarend toe. In voormalig Hollandia konden slechts enkele projecten worden afgebouwd, waaronder het Nieuw Guinea Raadsgebouw en het Paleis van Justitie (foto). De heer Pavel K. Komin (boven), directeur van openbare werken tijdens UNTEA, had de leiding over het werk aan het Paleis van Justitie. Met het vertrek van de Nederlanders en entree van Indonesië, nam de sociale onrust drastisch toe en zette de economische teloorgang in. Aan het eind van het VN-interimbestuur waren bijna alle winkels leeg en moest men voor bepaalde producten in lange rijen staan.
1 mei 1963
Op 1 mei 1963 werd de Heer E.J. Bonay (links) geïnstalleerd als de eerste gouverneur van Irian Barat, de nieuwe Indonesische naam voor Nieuw Guinea. De Indonesische Minister van Buitenlandse Zaken, Subandrio (rechts), tekende het document waarmee dit bezegeld werd.
Mede door het brute optreden van de Indonesiërs in de beginperiode begon het Papua-verzet al in de UNTEA-periode. Het Indonesische regime sloeg des te harder terug. Vele onschuldige slachtoffers vielen. Ook gouverneur Bonay ontkwam er niet aan en werd op 26 november 1964 ontslagen en korte tijd daarna gearresteerd. Hij zat vast van 1 mei 1963 tot 26 november 1964. Nadat de overdracht een feit was kon de Indonesische terreurcampagne pas echt ongehinderd van start gaan.
"Dwingend verlangen naar een eigen staat."
Eind april 1963: het werk van de Pakistaanse troepen zat erop, ze maakten zich op voor vertrek vanuit Biak. Hun verantwoordelijkheden hadden ze officieel overgedragen aan hun Indonesische collega's. Vanaf dat moment schoten de verzetsorganisaties als paddestoelen uit de grond. Op 15 juli 1963 verbood President Sukarno, presidentieel decreet no. 8, Stbl. no. 77/1963, het Papua-volk politieke partijen op te richten die strijdig waren met de beginselen van de NASCOM en de "geleide democratie" van Indonesië. De zeven in de Nederlandse tijd opgerichte politieke partijen werden opgedoekt. Voorts werd op 16 oktober 1963 bekend gemaakt door dezelfde Sukarno, dat "...alle inwoners van Sabang tot Merauke die actieve politiek bedrijven die strijdig is met de ideologie en de politiek van de Indonesische staat, ter dood veroordeeld zullen worden." Begin september 1963 verklaarde president Sukarno West Irian tot gesloten gebied. Vanaf dat moment mochten buitenlanders niet langer zonder toestemming van de Indonesische regering West Irian in. Slechts enkele journalisten wisten berichten over standrechtelijke executies, moordpartijen en martelingen naar buiten te brengen. Toen op 15 januari 1965 de Indonesische regering haar lidmaatschap van de verenigde naties opzegde, braken vier fatale jaren voor het Papua-volk aan. Zo was in het Algemeen Dagblad van 6 februari 1967 te lezen: "Papua's in dienst van de Indonesische politie of van het Indonesische leger, die met het volk samenspannen tegen het Indonesische gezag, moeten voortaan zonder vorm van proces ter dood worden gebracht." De journalist citeerde uit een officieel schrijven van het hoofd van de politietroepen in West Irian gericht aan de ondercommandanten in Sukarnapura (het tegenwoordige Jayapura), Biak, Manokwari, Fak Fak en Merauke. In het schrijven werd onomwonden erkend dat onder de bevolking een "dwingend verlangen naar een eigen vrije staat bestaat en dat zij op de aanwezigheid van het Indonesische gezag niet gesteld is."
"Er zijn 150.000 Papoea's zoek"
Zo kopte de krant "het Vrije Volk" op 17 oktober 1979. Het Indonesische terreurbewind kostte (en kost!) vele Papua's het leven. Bij bombardementen in de periode januari 1967 t/m eind augustus 1968 op de gehele Vogelkop kwamen meer dan 25.000 Papua's om het leven. Naast standrecht en de bombardementen werden verschillende Papua-ambtenaren, onderwijzers en politiek bewuste Papua's van de Vogelkop door de Indonesische moordbrigade opgepakt en vermoord. Er werden geheime executies uitgevoerd, alles werd in het werk gesteld om te voorkomen dat de uitslag van het beloofde referendum in 1969 ten nadele van Indonesië zou uitpakken. Indonesië heeft zijn "gelijk" in 1969 opnieuw gekregen. De uitslag van de volksraadpleging is alom bekend, 1025 kiesmannen werden gedwongen te kiezen voor aansluiting bij Indonesië. Irian Barat behoort vanaf dat moment officieel aan Indonesië toe, de - overgebleven - Papua's werden er op de koop toe bij genomen.
Bronnen:
- Onrecht, al 25 jaar lang, Est HAPIN
- Ik ben een Papoea, Zacharias Sawor
- The United Nations in West New Guinea, an unprecedented story. United Nations publication
* aanstellen van Papua's in onderscheidende functies Terug
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]