Aids in Timika
Timika eerste prijs in Indonesië voor de snelheid van besmetting Aids-virus.
In het vorige nummer plaatsen wij een brief die we ontvingen via Missio (Pauselijk missiewerken Nederland) van Pater Bert Hagendoorn die sinds een aantal jaren als Franciscaanse missionaris in de stad Timika woont en werkt. Bert Hagendoorn schreef de WPC ditmaal rechtstreeks en geeft in zijn brief aanvullende uitleg over de schrijnende situatie van AIDS/HIV patiënten in Timika. Hij doet een beroep op de lezers van de WPC om hulp voor de slachtoffers van AIDS/HIV in Timika.
Timika, 6 maart. 2003.
Toen ik terug kwam van mijn verlof naar Nederland in oktober 2002, was het aantal gekende mensen dat met het HIV-virus besmet is hier in het stadje Timika aan de zuidkust van Papua, gestegen tot 233. Wanneer je daar de sleutel van de Wereld Gezondheidsorganisatie voor dit soort berekeningen op toepast, wil dat zeggen dat je ervan uit moet gaan dat het aantal werkelijk geïnfecteerden zo'n 23.300 personen bedraagt. Op een bevolking van 70.000 voor dit stadje betekent dit dus dat 1 op de 3 inwoners besmet is.
Deze ontwikkeling heeft een aantal bezorgde mensen hier in Timika doen besluiten een stichting in het leven te roepen die het lot van deze seropositieven en zo dadelijk van alle Aids-patiënten hier in de stad moet gaan behartigen. Temeer, omdat er geen tekenen waren dat de regering enige bekommernis heeft over de ontwikkelingen die gaande zijn. De nieuwe stichting kreeg de naam Yayasan Peduli Aids Timika, hetgeen betekent: de Timika Stichting "Bekommerd om Aids". De stichting trekt zich in de eerste plaats lot aan van degenen die reeds met het virus besmet zijn. Dat zij een behoorlijke behandeling krijgen, niet gediscrimineerd en niet gestigmatiseerd worden. En dat zij de medische zorg krijgen die zij behoeven.
(…)
Soms breekt Aids door in de vermomming van een gewone ziekte (chronische verkoudheid, diarree, TBC, malaria, pneumonie, storingen in de nierfuncties en dergelijke). Maar Aids kan ook weerzinwekkende vormen aannemen vooral in tropische gebieden zoals het onze, waar virussen en zwammen toch al in groten getale aanwezig zijn die dan volop de kans krijgen. De patiënt wordt zwakker en zwakker en steeds meer afhankelijk van anderen. Ze kunnen niet meer zonder speciale aandacht en verzorging.
Het eerste geval van infectie met het HIV-virus hier in Timika dateert uit 1995. Eind 1996 waren er al vier gevallen bekend. Drie jaar later kon Timika getuige zijn van de eerste Aids-patiënt van eigen bodem. Daarna nam hun aantal gestaag toe. Het cumulatieve aantal HIV-gevallen in Timika eind november 2002 was 348 en het cumulatieve aantal Aids-patiënten was toen 58. Gedurende het jaar 2002 verzorgde het lokale ziekenhuis 42 Aids-patiënten. Zeven van hen zijn inmiddels overleden. Dertig van hen worden nu poliklinisch behandeld terwijl er vijf zijn die een meer intensieve verzorging nodig hebben. In de eerste twee maanden van dit jaar werden er 61 nieuwe gevallen van besmetting met het HIV-virus ontdekt.
Het ligt in de verwachting dat de grafiek van het aantal Aids-patiënten dat van het aantal HIV-patiënten volgt met een tussentijd van drie tot vijf jaar. Met een aantal van 233 HIV-gevallen in oktober 2002, een aantal van 348 gevallen in november 2002 en een aantal van 409 gevallen in februari 2003, kunnen we dezelfde aantallen Aids-patiënten verwachten binnen de drie tot vijf jaar. Maar het aantal werkelijke gevallen zal aanzienlijk groter zijn, omdat ervan uit gegaan wordt dat een normaal functionerende medische dienst slechts 1 procent van de HIV-infecties ontdekt.
Timika heeft de eerste prijs in Indonesië voor de snelheid waarmee het virus er verspreid wordt. Daarvoor kunnen een aantal redenen genoemd worden. Het aantal buitenechtelijke seksuele contacten is nogal hoog. Er is een aantal bedrijven in en rond Timika die salarissen uitbetalen. Daarvoor hebben mensen het geld dat nodig is om naar een bordeel te kunnen. Veel werknemers zijn 'plaatselijke vrijgezellen' die graag seks bedrijven in hun vrije tijd. Er is een ruim aanbod van dit soort centra. De gewoontes van de Papua-stammen aan de zuidkust van Papua geven nogal wat ruimte voor vrije seksuele omgang. De stammen die wonen in het berggebied waren vroeger streng als het ging om buitenechtelijke seksuele contacten. Maar nu voelt men zich niet meer zo gebonden aan wat vroeger was. En de bevolking uit de bergen die naar Timika komt voor een verzetje, grijpt de gelegenheid voor ongecontroleerde seks met handen en voeten aan. Veel mannen houden er meer dan een vrouw op na. De leeftijd van de jeugd die voor het eerst seks heeft daalt snel. Uit onderzoek is gebleken dat 29,2% van de jeugd al seksuele contacten heeft gehad voor het bereiken van de vijftienjarige leeftijd. Groepsseks als een vorm van recreatie komt meer en meer voor. Porno is overal te vinden, in de vorm van tijdschriften of in de vorm van (VCD) films. Er is een duidelijke toename van huiselijk geweld, waarbij gedwongen seksuele contacten normaal zijn. Ten slotte blijkt de greep van ouders op hun kinderen af te nemen.
De snelle verspreiding van het HIV-virus in Timika is een probleem dat vele kanten heeft. De Yayasan Peduli Aids Timika heeft er voor gekozen om vooral aandacht te geven aan hen die seropositief zijn en aan de Aids-patiënten. (Er zijn andere instanties in Timika die voor Aids-preventie gekozen hebben.) Twee zaken vragen speciale aandacht. Ten eerste gaat het erom ervoor te waken dat de kwaliteit van leven voor hen die het virus met zich meedragen optimaal blijft. Ze hebben nog een lange weg te gaan. Daarnaast zijn er de Aids-patiënten aan wie wij een menswaardige behandeling verschuldigd zijn. Zij hebben recht op een goede verzorging en een optimale medische behandeling. Het lokale ziekenhuis zal daar voor waken, maar is in zijn mogelijkheden beperkt. Naast de Aids-patiënten zijn er de gewone acute ziektegevallen die behandeld dienen te worden. Hun aantal vermindert niet, omdat er nu meer Aids-patiënten zijn. Het is de policy van het (enige en particuliere) ziekenhuis om Aids-patiënten op te nemen zo lang ze specifieke medische hulp nodig hebben. Zodra dat niet meer het geval is, worden ze naar huis gestuurd en verder poliklinisch behandeld. Er wordt verondersteld dat de patiënten thuis 'home care' of een thuisbehandeling krijgen. Deze veronderstelling blijkt gefingeerd: veel gezinnen zijn niet in staat langdurige zieken de zorg en aandacht te geven die ze nodig hebben.
Yayasan Penduli Aids Timika wil bijzondere aandacht geven aan twee zaken die urgent lijken: het begeleiden van wat 'home care' heet en het oprichten van een hospitium voor Aids-patiënten. Voor het oprichten van een hospitium kun je aankloppen bij grote internationale organisaties. Die zijn blij wanneer ze met een "groot project" kunnen aankomen bij hun geldschieters. Voor "home care" en voor het gaande houden van de organisatie die daar de zorg voor draagt, ligt dat anders.
Voor de duidelijkheid laat ik u weten dat de bouw van een hospitium in voorbereiding is. Gisteren heeft het kadaster de benodigde grond gemeten. Zodra de officiële papieren van het kadaster er zijn, willen grotere organisaties achter de realisering van het hospitium gaan staan. Dat kost misschien even wat tijd, maar in principe zal dat allemaal gaan lopen. Wij als stichting zitten met heel andere moeilijkheden.
Sinds de oprichting van de stichting maken wij gebruik van een gebouw van de Yayasan Caritas Timika ("de Timika Stichting Caritas"). Deze stichting heeft als hoofdbezigheid het runnen van een ziekenhuis (het enige) in het stadje Timika (Rumah Sakit Mitra Masyarakat). (..) Maar de vorige maand ontving de Yayasan Peduli Aids Timika bericht, dat de Yayasan Caritas Timika het huis zelf nodig heeft. Wij werden verzocht het huis voor 31 maart 2003 leeg op te leveren. De inventaris zouden wij voor de helft van de koopprijs kunnen overnemen. Dat werd snel handelen. We konden een huis huren van iemand die terug ging naar zijn geboortegrond Ambon. Hij vroeg Rp. 30.000.000,- aan huishuur voor twee jaar (2003 en 2004). We hebben zijn aanbod aangenomen, blij iets gevonden te hebben. Maar er bleek geen ventilatie te zijn in dat huis. We moesten ventilatiegaten en ramen aanbrengen. Bovendien moest het uitgewoonde huis geverfd worden. Dat kostte ons weer bijna Rp. 10.000.000,-. En dan de meegenomen inventaris die aan de Yayasan Caritas Timika betaald moet worden en waar we nog fondsen voor moeten zien te vinden. Dat zal ook de Rp. 10.000.000,- benaderen.
Dan is er het programma van de begeleiding van "home care". Er zijn een gediplomeerde verpleger en een gediplomeerde verpleegster die dit werk willen gaan doen. Maar als dit een fulltime job wordt, dat hebben ze daar een vergoeding voor nodig. Die mensen moeten ook leven en wonen. En waarschijnlijk hebben ze ook een vorm van transport nodig. De afstanden zijn hier groot (de parochie is zo'n honderd bij zestig kilometer) en openbaar vervoer is beperkt.
AIs u ons zou kunnen helpen met de twee bovenstaande punten, een hoofdkwartier voor de stichting en het opzetten van een systeem voor "home care", dat zijn we al een eind uit de brand.
Beschikbare rekeningen zijn: ABN-Amro: 48.55.53.546 t.n.v. Missieprocuur Paters Franciscanen, Utrecht o.v.v. "Aidsproject P." Bert Hagendoorn in Papoea"; en: Postbank 15317 t.n.v. Missieprokuur Franciscanen, Utrecht o.v.v. "Aidsproject P." Bert Hagendoorn in Papoea". We hebben ook een bankrekening hier in Timika. Ik weet niet in hoeverre het zinvol is, maar hier volgen de gegevens: Bank Niaga, Kuala Kencana Branch in Timika I Papua, Ace. No.: 068-01-12817-12-7 tg.v. Yayasan Peduli Aids Timika.
Tot slot voeg ik daar het volgende aan toe. Het blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat Papoea-familie's een familielid terugnemen, als in het ziekenhuis duidelijk wordt, dat hij of zij Aids heeft. Er zijn een aantal gevallen bekend waar de familie zich van hun familielid ontdaan heeft. In een kampong is de zieke in de rivier gegooid en verdronken. In een andere kampong heeft de familie een hutje gebouwd in het bos ergens achter het huis, daar de zieke in gelegd en verder aan zijn lot overgelaten totdat de lucht duidelijk maakte dat hij blijkbaar al enige tijd gestorven was. Afgelopen maand heeft het ziekenhuis vijf Aids-patiënten terug gestuurd naar de plaats waar zij vandaan kwamen, hoog in de bergen. Bij aankomst zijn zij gepeild door de familie. Er zijn patiënten die niet eens meer door de familie worden opgehaald, als bekend wordt dat zij Aids hebben. Het ziekenhuis zit er maar mee.
Waar wij ook aan werken is een onderkomen voor Aids-patiënten die niet meer door de familie terug genomen worden. Het gaat dan om mensen die uit het ziekenhuis ontslagen worden en ergens naar toe moeten. Ze hebben geen intensieve verzorging nodig, maar wel begeleiding. Er staan zo'n vijftien mensen op de lijst die opgevangen zouden moeten worden. Moeten we daarvoor ergens een huis huren? Zal de verhuurder nog willen verhuren als hij weet waar zijn huis voor gebruikt gaat worden? Moeten we een huis kopen? Waar halen we de fondsen vandaan? We kunnen ergens een huis met grond kopen. De eigenaar vraagt daar Rp. 250.000.000,- voor (de wisselkoers is niet stabiel, maar we rekenen doorgaans Rp. 8.000,- voor een Euro). Aansluitend nog een stukje grond, waar hij Rp. 40.000.000,- voor vraagt. Er liggen geen woningen naast. Ideaal als je er nog een unit bij wilt bouwen.
Dit was mijn verhaal en tevens verzoek om hulp. Ik wijs er op dat ik eenzelfde informatie ook aan anderen heb gestuurd. Hoewel er nog geen reacties binnen zijn, laat ik weten dat eenzelfde uitgave niet twee maal betaald zal worden. Wie dat wil kan een verantwoording krijgen over de besteding van de gelden die als bijdrage gestuurd werden. Bedankt voor alle aandacht. Gezamenlijk kunnen we een eind komen. Moge de Heer uw werk zegenen.
Met vriendelijke groet,
P Bert Hagendoorn, OFM
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]