"Papua leeft!"

Een expositie van de oudste en omvangrijkste collectie van objecten van de Kamoro van Zuidwest Papua (Irian Jaya)

Door: Jaap Timmer

"Papua leeft! Ontmoet de Kamoro", een aantrekkelijke maar ook problematische uitroep die bezoekers naar de tentoonstelling van de materiële cultuur van de Kamoro van Zuidwest Papua (Irian Jaya/Nieuw-Guinea) in het Leidse Museum voor Volkenkunde moet trekken. Het kleurrijke kaft van het programmaboekje voor februari-juli 2003 van het museum toont uitgelaten, ogenschijnlijk strijdende Papua's in korte broeken en met witte en rode lappen stof rond hun middel. Sommigen dreigen met speren in de richting van een niet zichtbaar doel, de vijand? Iemand in korte broek en met zwarte kasuarisveren op zijn hoofd en rondom zijn nek - een typisch strijdtenue in Nieuw-Guinea - richt zijn woede naar de camera. Een prachtige foto, hoewel onscherp, maar met een onduidelijke boodschap. Zijn dit de Kamoro die we gaan zien in het museum? Gaat de tentoonstelling over de Kamoro en met name hun wijze van strijdvoeren? Nee, de tentoonstelling geeft nauwelijks een beeld van hoe de Kamoro nu leven en wat zij willen. Papua leeft in Leiden dus een stuk minder dan wordt gesuggereerd.

De tentoonstelling bewijst dat het museum in Leiden in het bezit is van een indrukwekkende verzameling beelden, schilden, prauwkoppen en kleinere ceremoniële en gewone gebruiksvoorwerpen van de Kamoro. De tentoonstelling laat het meest indrukwekkende deel van deze collectie zien. De globale indeling van de tentoonstelling volgt rituele thema's in het leven van de Kamoro: initiatie, dodenfeest, feest van het leven en het kanofeest. Middels geavanceerde belichting in van daglicht verstoken ruimtes wordt bijna elk object opgelicht door haar eigen spot. Er is duidelijk veel creativiteit en tijd gestoken in een visueel aantrekkelijke opstelling, waarin de Kamoro-beelden en prauwkoppen naar voren komen als heiligenbeelden die in een schemerige kathedraal belicht zijn om de gulzige toerist te plezieren. Dit geeft met name de grotere stukken een sacrale uitstraling. Of, en op welke wijze deze kunstmatig opgelegde waarde overeenkomt met de wijze waarop de Kamoro tegen hun objecten aankijken, wordt niet duidelijk.

Bijna de helft van de Kamoro-collectie is verzameld tijdens de militaire expeditie onder leiding van kapitein A.J. Gooszen tussen 1907 en 1915. Waarschijnlijk hadden de Kamoro reeds rond 1600 contact met Molukkers, Chinese en Nederlandse handelaren. De reactie van de Kamoro op deze vreemdelingen is in verschillende fasen verlopen. In eerste instantie was er sprake van angst en zelfbescherming tegen mogelijk gevaarlijke en onreine vreemdelingen. Na groeiend enthousiasme, met name in de loop van de kerstening vanaf het begin van de twintigste eeuw en haar belofte van heil en welzijn, ontstond er langzamerhand een honger naar (koop)waar. Echter in de loop van de twintigste eeuw werd het de meeste Kamoro en andere Papua's duidelijk dat ze tot het slechtst-bedeelde deel van de wereld zijn gaan behoren, ondanks het feit dat ze temidden en bovenop enorme natuurlijke rijkdommen leven. Wat er is in de loop van die tijd met de materiële cultuur van de Kamoro gebeurd?

De kleurrijke catalogus besteedt hier uitvoerig aandacht aan. Dit uitbundig geïllustreerde maar enigszins onrustige boek is waardevol als naslagwerk en bevat naast een gedegen catalogus ook een zestal fascinerende essays. Deze teksten zijn in hetzelfde soort kolommen geplaatst als de beschrijvingen van de objecten in het daaropvolgende catalogusdeel. Het gaat de lezer duizelen vanwege soms hele interessante maar veel te kleine zwevende plaatjes en soms overdreven opgeblazen onscherpe foto's. De meest indrukwekkende foto's zijn gemaakt door Kal Muller, één van de vele PR-mensen van de Freeport-mijn, één van de grootste goud- en kopermijnen ter wereld die in de jaren zestig is begonnen met het afgraven van de bergen en het vervuilen van het leefgebied van de Kamoro en de naburige Amungme.

Al tijdens de Nederlandse tijd (tot 1962) werd het Indonesië en de buitenwereld, met name de Verenigde Staten, duidelijk dat Papua uitzonderlijk rijk is aan grondstoffen. Gedurende de periode van VN-geleide overgang van het Nederlandse koloniale bestuur naar de Indonesische overheersing, begonnen Amerikaanse investeerders met de exploitatie van goud en koper in de bergen van de Amungme. In een mum van tijd werd een omvangrijk mijnbouwproject opgezet zonder overleg met de lokale bevolking. Niet alleen zijn de historisch, en qua levenskracht, belangrijke bergen inmiddels tot immense kraters afgegraven, ook in termen van mensenrechtenschendingen hebben de Amungme en de Kamoro een bijna onvoorstelbaar hoge tol betaald.

De Papua's zijn zich in de loop van de tijd steeds meer gaan realiseren hoe het economische, politieke en militaire spel rondom de Freeport-mijn in elkaar steekt. Na een eerste periode van subtiele intimidatie is het toenemende en steeds beter georganiseerde Papua-verzet op vaak zeer sinistere wijze de kop in gedrukt door het Indonesische leger dat financieel uitgebreid gesteund wordt door Freeport McMorran, het moederbedrijf in New Orleans. Bovendien is de omgeving tot ver buiten de mijn vervuild met afval van de mijnbouw. Met name het leefgebied van de Kamoro is in belangrijke mate vernietigd door zwaar vervuild slib. Rivieren vol vis en drinkwater, en bossen vol levensbelangrijke producten worden levenloos.

De Engelstalige uiteenzettingen in de catalogus gaan niet in op deze problemen. Zij geven daarentegen wel een waardevol overzicht van de geschiedenis van het verzamelen van Kamoro-stukken (door de conservator van het Leidse museum Dirk Smidt), een kort stuk over de bestendigheid van centrale Kamoro-waarden (door de antropoloog Todd Harple en door Methodius Mamampuku, lokaal antropoloog en bestuurder), een indrukwekkende en tijdloze uitleg van enkele centrale waarden in het leven van de Kamoro zoals uitgedrukt of uitvergroot in rituelen en de daarbij gebruikte objecten (door de antropoloog Jan Pouwer, gebruikmakend van het materiaal van de missionarissen Zegwaard en Coenen), een reflectie op de sociale en culturele veranderingen tot de jaren zestig (door voormalig bestuursambtenaar Van der Schoot), een uitleg van het ontstaan van houtsnijwerken met zowel (katholiek) christelijke als traditionele betekeniselementen (door de kunsthistorica Karen Jacobs), en een oppervlakkige beschrijving van de recente jaarlijkse Kamoro Art Festivals die door Freeport georganiseerd worden (eveneens door Jacobs).

De artikelen bieden een beknopte inleiding tot het leven en denken van de Kamoro, maar wat deze mannen en vrouwen, jong en oud, op dit moment nou precies bezighoudt wordt niet duidelijk. Welke rol de objecten die we in het museum zien nu in hun leven spelen wordt door Jacobs onder de loep genomen. Zij vraagt zich af of de door de Freeport-mijn georganiseerde Kamoro Arts Festivals, die sinds 1998 veel Indonesische en buitenlandse toeristen en handelaren in 'primitieve kunst' trekken, een Freeport- of een Kamoro-gebeurtenis zijn. Haar conclusie is dat de Kamoro in de loop van de jaren steeds enthousiaster mee zijn gaan doen en de festivals voor hen in toenemende mate de betekenis hebben gekregen van het bewaren van het eigen erfgoed en de bevestiging van de eigen identiteit. Hoe het zit met het aspect van waardigheid en gebrek aan zeggenschap over hun eigen natuurlijke omgeving en toekomst, wordt niet door haar behandeld. Ook Dirk Smidt, die tijdens festivals in 2000 en 2002 stukken voor het museum heeft aangeschaft, lijkt weinig van de wijdverspreide weerstand tegen Freeport en de Indonesische autoriteiten te hebben waargenomen. In de tentoonstelling komt Freeport aan de orde in een tekstbord naast een computerscherm met verwijzingen naar websites over de mijnonderneming.

Ook was ik verrast door het feit dat in de catalogus, met uitzondering van bovengenoemde Mamampuku, geen Kamoro's aan het woord komen. In de film die de expositie inleidt wordt kort maar krachtig gerefereerd aan de misstanden rond Freeport. Echter, zelfs in deze film - een medium dat zich zo goed leent voor het naar voren brengen van de meningen en uitingen van mensen ver weg - komen de Kamoro niet aan het woord. We zien slechts enkele Kamoro in de videoprogramma's over het maken van een kano, een trom en een geestenpaal. Maar er is een kans om dit goed te maken. Het museum is van plan om in mei Kamoro houtsnijders naar het museum te laten komen om hun vakmanschap kunnen te tonen. Wellicht is er dan ook ruimte om hen aan het woord te laten over de huidige toestand in Papua, de toenemende militarisering en het gebrek aan respect voor Papua's in Indonesië, en het uitblijven van hoop op een menswaardige behandeling voor deze onderdrukte bevolkingsgroep. De Kamoro die naar Leiden komen, gaan beelden maken die tezamen met andere voorwerpen geveild worden op dezelfde wijze als tijdens de Arts Festivals. Ik ben benieuwd of er dan ook discussies over eigendom en vervreemding van de materiële cultuur van Papua's losbarsten.

In Papua is ondertussen de reformasi, de decentralisatie en demilitarisatie die de Papua's na de val van president Soeharto veel hoop gaf, onder het presidentschap van Megawati teruggedraaid tot een venijnige verdeel-en-heers politiek en toenemende vrijheid voor het leger in het optreden tegen mensen en groepen die verdacht worden van separatisme. Ook krijgt het leger bijna vrij spel als het gaat om de exploitatie van grondstoffen en de seksindustrie. De inkomsten dienen grotendeels om tekorten in het budget voor de gewapende macht te compenseren. Het resultaat is dat het leger langs de lijn van verderfelijke tribale en uitbundig corrupte politiek van grotendeels gepapuaniseerde provinciale en regionale overheden, steeds meer territoriale macht krijgt. Papua's als de Kamoro voelen zich wederom in het nauw gedrukt. Papua leeft, maar dan wel op zeer wrange wijze.

Toch zijn er ook positieve ontwikkelingen. Papua's als de Kamoro zijn nu een stuk beter bekend met de wijdere wereld en organiseren zichzelf op overtuigende wijze in kerkgroepen en andere maatschappelijke organisaties om hun stem te verheffen. Thema's als mensenrechtenschendingen door Papua's zelf, huiselijk geweld, ongelijkheid tussen vrouwen en mannen, racisme en discriminatie worden steeds vaker aan de orde gesteld. Amungme's en Kamoro's studeren aan de universiteit en enkelen hebben het tot hoge posities in het onderwijs en het bedrijfsleven geschopt. Papua leeft, op zeer veelzijdige en vaak contrasterende manieren. Maar wat zien we daarvan terug in Leiden? Bijna niets en dat is spijtig, niet in het minst omdat er een kans wordt gemist om het bredere publiek in Nederland te betrekken bij de strijd om een beter bestaan van de Kamoro.

De expositie is zeker de moeite waard om te gaan zien, omdat het een hoogtepunt is in het tonen van Nieuw-Guinea kunst. Het gaat om de grootste verzameling van Kamoro-objecten ter wereld en tezamen met de catalogus krijgen we een indruk van de rijkheid van denken van de Kamoro die middels houtsnijwerk en lichaamsdecoratie tot uiting wordt gebracht.

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]