Heeft praten met Jakarta nog zin?

"Jazeker! Het alternatief is namelijk oorlog."

"Speciale Autonomie is niet de finale oplossing voor de problemen in West Papua, het is eenvoudigweg ons recht na 40 jaar ontwikkelingsachterstand," benadrukt Thaha Al Hamid, secretaris generaal van het Papua Presidium nog eens vanuit zijn afgelegen woning in Entrop Jayapura. "Geen enkele regering mag een volk het recht op ontwikkeling ontnemen." Een jaar na de invoering van de Speciale Autonomie is er nog bar weinig veranderd. Gratis onderwijs voor lagere en middelbare scholieren blijft uit, de Papua-raad -een soort provinciale eerste kamer- is nog niet geïnstalleerd en medische zorg mag dan wel gratis zijn voor de allerarmsten, maar de medicijnen die worden voorgeschreven blijven onverminderd duur. Druk gebarend en op het puntje van zijn stoel: "Het plan bestaat slechts op papier, Papua's worden nu eenmaal niet serieus genomen door Jakarta. Maar wat ze ook voor de Papua's bedenken, onze eis voor onafhankelijkheid via vreedzame dialoog met Jakarta blijft onveranderd." Een interview met een levendige vertolker van aspiraties van Papua's.

Sinds het tweede nationaal Papua-congres dat in 2000 plaatsvond timmert de Papua Presidium Raad (PDP) hard aan de weg om de aspiraties van de Papua's aan het grote publiek bekend te maken, inclusief het centrale gezag in Jakarta. Na de brute moord op Presidium-voorzitter Theys Eluay in november 2001, zijn de presidiumleden nog voorzichtiger en meer op hun hoede. Maar hun boodschap naar aanleiding van het congres blijft dezelfde: de Papua's eisen rechtzetting van de geschiedenis en onafhankelijkheid. Het liefst via een vreedzame dialoog met Jakarta, hoewel het tegen dovemansoren lijkt gericht. Toch blijft het Presidium in haar eis volharden: "De autonomiewetten zijn voor Jakarta een zoethoudertje in de hoop dat we niet langer onafhankelijkheid wensen. Maar onze politieke onafhankelijkheid staat hier los van, die eis blijft onverminderd bestaan. Politiek en het recht op ontwikkeling moet je niet verwarren. Bovendien is mijn idee van speciale autonomie geen gouverneur die in Jakarta om geld moet bedelen, hij moet dit eenvoudigweg eisen. Dat geld behoort ons toe!"

Ad-hoc oplossing
Op 1 januari 2002 is de zogeheten Otsus (Otonomi Khusus, oftewel speciale autonomie) van kracht gegaan. Dankzij deze nieuwe wetten heeft de Papua-bevolking nu recht op tachtig procent van de inkomsten uit grondstoffen, mag de naam 'Papua' gebruikt worden en mag de Morgenster-vlag naast de Indonesische vlag gehesen worden. Verder belooft het de aanstelling van de Papua-raad, Majelis Rakyat Papua of MRP, een adviesorgaan voor het provinciale parlement, dat bestaat uit religieuze en traditionele leiders en vrouwen. Deze raad zou de rechten van de Papua's beter moeten beschermen en goedkeuring verlenen aan kandidaten voor het gouverneurschap van Papua. In theorie zou het de situatie van Papua's moeten verbeteren op gebied van onderwijs, gezondheidszorg, overheidsdiensten, de economie en ordehandhaving. Helaas bleek tijdens de evaluatie op 28 juli jl. in Jayapura dat er van de uitvoering van de Speciale autonomie nog weinig terecht is gekomen. De deelnemers aan de evaluatie -lokale regeringsleiders, academici, religieuze en traditionele leiders, verscheidene NGO-vertegenwoordigers en centrale regeringvertegenwoordigers- kwamen tot de slotsom dat slechts 10% van de nieuwe wetten in de praktijk ten uitvoer zijn gebracht gedurende het eerste jaar. Dat verbaast Thaha niets: "De speciale autonomiewetten zijn een ad-hoc oplossing van de Indonesische regering. Het heeft niets met de goedheid van Jakarta te maken, het is Jakarta's antwoord op ontevreden Papua's. Ging men vroeger naar de tuin als men honger had, nu schrijven de mensen voorstellen en bedelen om geld bij de provinciale regering. Nu blijkt dat er geen geld is, heeft men honger. Nee, de Otsus-wetten gaan volledig voorbij aan het politieke conflict in West Papua en de mensenrechtenschendingen die het Indonesische leger heeft begaan in het verleden en heden. Moeten we het moorden, de folteringen en verkrachtingen gewoon vergeten? Nee, daar moeten we eerst over praten. Voor Jakarta is het ook een commodity voor de internationale gemeenschap, een middel om de buitenwereld te laten zien dat ze het ditmaal echt goed voor hebben met de Papua's. Wij weten wel beter. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat de speciale autonomiewetten volgend jaar alweer aangepast zijn!"

Dialoog
Valt er dan nog wel te praten met een dergelijke regering? "Wat er ook gebeurt, de dialoog met Jakarta zullen we altijd voorstaan. Het alternatief is namelijk oorlog en op militair gebied is Indonesië vele malen sterker. We hebben geen geweren en dus is het Papua Presidium voorstander van onafhankelijkheid via vreedzame dialoog. Ook lobby op internationaal niveau is belangrijk voor onze strijd. We moeten blijven praten met Amerika, Europa en de Pacific en dat gebeurt al op verschillende niveaus." Dat dialoog belangrijk is ondervindt Aceh momenteel. De regering is uitgepraat en een militaire operatie naar Amerikaans model -snel, doeltreffend en bijna live te volgen- is volgens hen de enige oplossing voor de opstandige provincie. Het Indonesische journaal opent steevast met een bulletin over de laatste ontwikkelingen in Aceh. "Ongecensureerd", want de wereld mag best weten wat Indonesië omwille van de eenheid van de republiek doet." Volgens Thaha is een militaire operatie zoals die in Aceh nog niet te voorzien in Papua: "Er zijn verschillende redenen voor Indonesië om niet West Papua binnen te vallen zoals ze dat in Aceh deden. Om te beginnen heeft Papua geen goede infrastructuur, een dergelijke militaire operatie tegen bijvoorbeeld de OPM is onmogelijk. Hiervoor moeten ze de jungle in en dat houden ze niet lang vol." Lachend: "Als ze langer dan twee dagen naar Yoweni in de jungle moeten is het moreel al gebroken! Verder heeft Aceh buren die niet kritisch naar Indonesië kijken. West Papua is een ander verhaal: Australië, Nieuw Zeeland en de Pacific zijn landen die bij een grootscheepse militaire operatie zoals in Aceh niet de andere kant zullen uitkijken."

Operatie Intel
Het werkelijke gevaar schuilt volgens Thaha Al Hamid in de Indonesische inlichtingendienst, de zogeheten immer actieve Intel-machine. "Het is de Intel die we echt moeten vrezen. De Indonesische inlichtingendienst werkt geheel volgens het verdeel-en-heers-principe. Neem bijvoorbeeld de zogenaamde overgave van OPM-ers onlangs. Tweeënveertig in Jayapura, twintig in Biak en onlangs nog in Wamena. Een volledig in scène gezette operatie met de bedoeling het moreel van de OPM en het volk te breken." Zelf vindt hij de zogenaamde vredige situatie in West Papua zorgelijk: "Juist omdat West Papua niet een overduidelijke brandhaard is zoals Aceh maar zogenaamd "damai" (vredig, red.) kan het leger vrijelijk beslissen over Papua. Voor een militaire operatie is immers geen presidentieel decreet nodig. Hun aanwezigheid neemt zo ongemerkt toe. En aangezien het leger baat heeft bij conflictsituaties zal het proberen die te creëren. Bij eventuele geweldsuitbraken is het leger dan al in volle paraatheid aanwezig. Bovendien weten we allemaal dat Indonesië alleen ons land nodig heeft, en niet de Papua's. Via de inlichtingendienst probeert het leger de Papua's tegen elkaar uit te spelen. Ze winnen inlichtingen in over onze wandelgangen en strategieën en bedenken van alles om onze politiek te ondermijnen. Het OPM-incident is daar een goed voorbeeld van, een overduidelijke Intel-operatie!"

Kritiek
Dat wil volgens Thaha niet zeggen dat alleen Indonesië de oorzaak is van verdeeldheid onder de Papua's. Volgens hem is er ook een gebrek aan communicatie tussen de verschillende fracties. Maar daar wordt aan gewerkt: "Het Presidium heeft al met de OPM, mensenrechtenorganisaties, buitenlandse politieke organisaties overlegd en agenda's vergeleken. Daaruit wordt een working team voor reconciliatie gevormd, waardoor we ons werk beter op elkaar afstemmen en elkaar informeren. Daarnaast hebben we elke twee maanden interne vergaderingen met kritische Papua's en niet-Papua's waarin we onze eigen taak en werk onder de loep nemen. We verwelkomen objectieve kritiek over ons werk. Ook zijn we bezig met de uitgave van een bulletin waarin we informatie geven over de stand van zaken sinds het congres, ons werk in Indonesië en daarbuiten." Toch heeft het Presidium de afgelopen tijd veel kritiek te verduren gekregen; er zouden teveel buitenlandse tripjes zijn zonder duidelijke resultaten. "Tja, dat soort commentaar is vervelend. Het Presidium wordt vervolgens gemeden en op het Internet via verschillende nieuwsgroepen beklaagd." Lachend: "Vaak weten ze meer over het Presidium te vertellen dan ikzelf!" Dan serieus: "Via Internet wordt nieuws razendsnel verspreid wat onze zaak zeker heeft geholpen, maar het kan ook tegen ons werken. Sommige deelnemers aan discussiegroepen geven anoniem hun visie over het Presidium of over de strijd en daar moet je mee oppassen. Provocatie en verdeeldheid zaaien is gemakkelijk en de lachende derde is Indonesië. Ook zouden we ons standpunt ten aanzien van de OTSUS gewijzigd hebben om ook te kunnen "profiteren" van het Otsus-geld, daar is niets van waar! Hier in West Papua hebben we het al druk genoeg met sosialisasi (bewustwordingsproces), moeten we ons dan ook nog bezighouden met Papua's in het buitenland die ons beklagen? Wij zouden bergen Freeport-geld hebben ontvangen voor buitenlandse reisjes? Ik kan je zeggen dat ik nog nooit een cent van Freeport heb ontvangen. Andere leden ook niet, tenminste niet in de hoedanigheid als Presidiumlid en nooit rechtstreeks. Tom Beanal is commissaris voor Freeport dus dat is een ander verhaal. Sterker nog, als Freeport ons financieel wil steunen: meer dan welkom! Het is tenslotte geld van Papua-bodem. Ik zou graag mijn telefoonrekening willen betalen. Die is gisteren door iemand anders betaald die het onaanvaardbaar vond dat de secretaris-generaal van het Presidium geen telefoontjes kon plegen. Nee hoor, alle donaties zijn welkom. Tenzij men voorwaarden gaat stellen ten aanzien van onze boodschap, dan houdt 't op. "

"M"
Toch geeft Thaha toe dat er ook binnen het Presidium een hoop verbeterd kan worden. Er is nog te weinig communicatie tussen de leden onderling waardoor de een niet altijd weet wat de ander doet. Een van de blijvende problemen is het gebrek aan geld voor de juiste uitvoering van het sosialisi-proces en internationale diplomatie. "We doen ons best met de middelen die we hebben. Daarom is samenwerking tussen de verschillende organisaties ook zo belangrijk. Ook voor de Papua's in het buitenland. Zet je ego's opzij en praat met elkaar. Dialoog is ontzettend belangrijk tussen Papua's. Tenslotte is ons einddoel hetzelfde: M! (Merdeka). Probleem is dat iedereen zijn eigen prauwtje bouwt, terwijl ze allemaal dezelfde richting uitvaren. Het West Papua Nationaal Congres, OPM/TPN, PDP, het zijn slechts instrumenten voor hetzelfde doel, namelijk onafhankelijkheid. Als iemand mij vraagt of ik bereid ben te sterven voor het Presidium dan zeg ik volmondig nee." Even pauzerend en dan vol overtuiging: "Niet voor de PDP of de OPM wil ik sterven, wel voor de vrijheid van West Papua." Dat die dag ooit aanbreekt lijkt Thaha van overtuigd: "De huidige generatie leeft voor de strijd en voor degenen die al gevallen zijn. Wij zijn het product van de geschiedenis van West Papua en gaan verder met het werk dat zij niet hebben kunnen afmaken. Sommigen bidden en wachten op een wonder. Nonsens, voor vrijheid moet je keihard werken."

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]