Spreekbuis voor de vrijheidsstrijd
25 jaar West Papua Courier
Zacharias Sawor
Voor u ligt het decembernummer van 2003. Het eerste nummer van West Papua Courier verscheen in december 1978, hetgeen inhoudt dat de West Papua Courier afgelopen december 25 jaar bestaat; een heuglijk feit om even stil bij te staan. Heuglijk omdat de West Papua Courier op pro deo basis werd opgestart en gedurende 25 jaar werd gedragen door mensen die ervan overtuigd zijn dat geloof in de vrijheid en gerechtigheid het hoogste goed is wat de mens kan bezitten, een geschenk van God.
Spreekbuis
Doel van de oprichting van de West Papua Courier (WPC) was als spreekbuis voor de vrijheidsstrijd van West Papua te fungeren. Het bestuur van de Nationale Bevrijdingsraad van West Papua (National Liberation Council of West Papua, afgekort NLC), dat bestond uit Nicolaas Jouwe, voorzitter, schrijver dezes als algemeen secretaris en wijlen Hein Inggamer als penningmeester, had al vroeg het plan opgevat om een voorlichtingsorgaan op te richten. Maar steeds werd dat plan naar de achtergrond geschoven, onder andere door gebrek aan menskracht maar vooral door gebrek aan financiële draagkracht om een krant continu te laten verschijnen.
In het voorjaar van 1978 organiseerde 'Stichting Hulp aan Papoea´s in Nood' (St. Hapin) in Utrecht een algemene bijeenkomst, waar Nederlandse vrienden en Papua´s bij elkaar kwamen om zaken met betrekking tot West Papua te bespreken. De discussie ging niet alleen over de charitatieve hulpverlening aan Papua´s in nood en de studie van Papua-jeugd als belangrijke thema´s van de Stichting Hapin, maar ook over hoe de vrijheidsstrijd van West Papua aan het brede publiek gepresenteerd moest worden. Een van de aanwezigen op de bijeenkomst was wijlen ds. Jan Drost uit Rijswijk. Jan Drost maakte zich sterk voor het oprichten van een voorlichtingsorgaan voor de zaak West Papua: "Papua´s moeten via de media aan de buitenwereld bekend maken wat hun vrijheidsidealen zijn. Daarvoor moet je een eigen krant hebben, een spreekbuis waarin je je eigen mening kan ventileren." Beide besturen van het NLC en Stichting Hapin hoorden het pleidooi van ds. Jan Drost aan en ook werd de suggestie binnen eigen kring besproken. In die tijd vergaderden de beide besturen vaak samen, omdat zowel Nicolaas Jouwe als schrijver dezes aangesteld werden als adviseur van de St. Hapin. Voor het bestuur van het NLC was het pleidooi van ds. Drost een welkome duw in de rug, een stimulans om het reeds opgevatte plan - een krant uitgeven - ten uitvoer te brengen. Wij realiseerden ons evenwel dat het experiment geen gemakkelijke taak was; een krant continu te laten verschijnen naast je vaste baan, de zorg voor je gezin en het onderhouden van sociale contacten. Toch hebben we de stap aangedurfd en ben ik trots dat ik, betrokken bij de WPC vanaf het eerste uur, dit feit mag aankondigen via dit speciale nummer.
Financiële steun
Toen beide besturen eenmaal besloten hadden een begin te maken met de uitgave van het eerste nummer van de West Papua Courier, kwam al snel een belangrijke factor, de financiële ondersteuning van het nieuwe medium, ter sprake. Het toenmalige bestuur van Stichting Hulp aan Papoea´s in Nood, t.w. mevrouw Th. Beun-Voostad, presidente, de heren N. Padding, secretaris, A. Godschalk, penningmeester, E. Kamphorst en W. Tolsma, stelde zich van het begin af aan garant voor een continue uitgave van het nieuwe voorlichtingsorgaan. Daarmee was een belangrijk probleem opgelost. Als redactie en bestuur van het NLC mochten we blijven rekenen op de financiële steun van de Stichting Hapin destijds en vooral in het begin waren we voor bijna honderd procent financieel afhankelijk van de stichting. Successievelijk betaalden de lezers abonnementsgeld zodat de krant zichzelf kon bedruipen. Het is hier dan ook gepast om een woord van dank te richten aan het toenmalige Bestuur van Stichting Hulp aan Papoea´s in Nood, dat de uitgave van de WPC mogelijk heeft gemaakt. Zonder die financiële handreiking hadden we de WPC nooit continu kunnen laten verschijnen. De nieuwe krant voorzag ook in een behoefte van de donateurs van Hapin, die ook op de hoogte wensten gehouden te worden van de situatie in West Papua en de Pacific. Toentertijd was het merendeel van onze abonnees dan ook donateurs van Hapin.
De Naam
De naam werd door mij voorgesteld en aangenomen. Waarom 'West Papua Courier'? Het woord koerier betekent volgens 'Van Dale Nieuw Handwoordenboek der Nederlandse Taal', "renbode", bode belast met het overbrengen van ambtelijke mededelingen of mondelinge berichten, inz. van staats- of militair belang. ''Koerier" werd gekozen omdat we de boodschap, de vrijheidsidealen van het Papua-volk naar buiten wilden uitdragen. Wij wilden en willen als bode fungeren tussen de onderdrukte Papua´s en de vrije wereld.
Aanvankelijk wilden we de Nederlandse spelling gebruiken, maar kozen tenslotte toch voor het Engelse woord 'Courier', omdat wij van plan waren naast de Nederlandse editie ook een Engelse versie uit te geven om zodoende een zo breed mogelijk, dat wil zeggen internationaal publiek te bereiken. In het begin publiceerden we ook Engelse artikelen, maar aangezien de meeste lezers Nederlands waren en zijn, bleven we toch in het Nederlands schrijven.
In de loop van het 25 jaar bestaan van de WPC hebben wij op een bescheiden wijze kunnen bijdragen aan de informatievoorziening met betrekking tot West Papua, de Pacific-regio en Indonesië.
Hoewel wij met veel gebreken begonnen, begon de krant er langzaam maar zeker professioneler uit te zien en vooral door de intrede van de computer konden artikelen sneller en gemakkelijker verwerkt en over en weer per e-mail gestuurd worden voor eindredactie.
Eerste redactie
De eerste redactie bestond uit het dagelijks bestuur van het NLC, t.w. Nicolaas Jouwe, wijlen Hein Inggamer en ikzelf als eindredacteur. De heer Niek Padding, toenmalig secretaris van St. Hapin droeg ook bij tot het leveren van een aantal artikelen.
Bij het schrijven van dit artikel denk ik terug aan mijn vriend en mederedacteur wijlen Hein Inggamer, die mij onvermoeibaar met een groot plichtsgevoel bijstond met het typen van artikelen. Dit deed hij op de enige elektrische tweedehandsschrijfmachine die we bij een Wageningse drukker op de kop hadden weten te tikken, met financiële steun van Stichting Hapin. Vaak typte Hein, hetzij bij mij thuis of bij hem boven op zijn zolderkamer. Hij typte namelijk sneller dan ik, dus hij zat vaak achter de schrijfmachine en ik dicteerde de teksten. We wilden de WPC als kwartaalblad laten verschijnen en dat lukte aardig. Toch was het een tijdrovende en vaak frustrerende bezigheid, omdat we toentertijd niet beschikten over computers. Elke typefout moest met een zogenaamd tippexpapiertje verbeterd worden. Soms zaten we tot diep in de nacht te werken om een nummer op tijd klaar te krijgen. Onze beide vrouwen wijlen Rachel en Marjan voorzagen ons van de nodige thee met koekjes zodat we gesterkt het werk konden voortzetten. Hier past dan ook een woord van dank aan Rachel en Marjan die ons trouw bijstonden gedurende al die jaren, want niet alleen de WPC verzorgden wij, ook het Papua-congresboekje van 1982 kwam onder onze verantwoordelijkheid tot stand. De meeste toespraken in dit boekje moesten in twee talen vertaald worden, Nederlands en Maleis/Indonesisch, en dat vergde veel tijd en energie van ons beiden. Immers zowel Hein als ik had twee volle dagtaken respectievelijk aan het Instituut voor Veredeling van Tuinbouwgewassen en aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, nu Universiteit Wageningen. Nooit heb ik gemopper van hen vernomen; als Papua-vrouwen zagen ze het als hun verantwoordelijkheid op deze manier een bijdrage te leveren aan de strijd voor de vrijheid van hun vaderland.
Versterking
In 1983 kregen we versterking van Evert Kamphorst, die een grote aanwinst bleek te zijn. Niet alleen omdat hij een goed redacteur was, maar ook omdat hij al beschikte over zijn eigen computer. Door zijn toedoen werd onze oude elektrische schrijfmachine verruild voor nieuwe computers, waarmee het schrijven en het uitwisselen van artikelen veel sneller ging. Het betekende voor ons een grote tijdwinst en een groot gemak.
Hoe Evert ertoe besloot ons redactieteam te versterken kan ik me nog goed herinneren. Evert was een vervent sympathisant van de Papua-zaak. Hij correspondeerde namelijk al jarenlang met vrijheidsstrijder Elke Bemey die in de binnenlanden van West Papua verzet bood tegen de Indonesische bezetter. Helaas moest ook Bemey zijn verzet tegen de Indonesiërs met zijn leven bekopen. Evert was dusdanig geroerd door de moord op zijn correspondentievriend dat hij vroeg wat hij kon doen om het werk van zijn vriend voort te zetten. Ik zei tegen Evert dat hij het beste de redactie van de WPC kon versterken. En zo kwam Evert, die inmiddels was toegetreden tot het bestuur van de Stichting Hapin, ons team versterken.
Eerst deden we de redactie samen met anderen, maar gaandeweg werd het kernteam kleiner en waren we met ons tweeën. Gedurende tien volle jaren, van 1983 tot 1993, hebben we de krant samen voortgezet. Hoewel we al beschikten over computers, hadden we nog geen e-mail zoals nu het geval is.
Na tien jaar samen de WPC te hebben uitgegeven stopte Evert. Ik heb grote bewondering en waardering voor Evert, die als jonge Nederlander destijds die nog nooit eerder in West Papua werkzaam was geweest, toch grote sympathie koesterde voor de vrijheidsstrijd van zijn vriend Elke Bemey en voor het volk van West Papua. Hier past een woord van dank aan Evert, zijn vrouw Gerrie en beide dochters, die hem zo vaak moesten missen voor een redactievergadering in Wageningen of elders in het land.
Verjonging
Toen ik in augustus 1996 ernstig ziek werd vanwege nierproblemen en enige tijd niet meer voor de WPC kon werken moest er een oplossing gezocht worden om de verschijning van de krant toch te waarborgen. De Stichting Papua Volken (PaVo) werd benaderd om de WPC voort te zetten, gegeven de omstandigheden de beste oplossing. Ondanks de kentering die de WPC ondervond door de wisseling van de redactie, bleef de krant verschijnen. Hoewel ook een aantal mensen van het bestuur van de PaVo artikelen leverde voor de WPC, bleek continu verschijnen toch een hele opgave voor hun redactieteam destijds. Na ongeveer anderhalf jaar onder hoede te zijn geweest van de PaVo, besloot het huidige team de redactie over te nemen.
Ik ben dan ook blij met de huidige verjonging van de redactie: hoogopgeleide jongelui die de krant als vrijwilliger naast hun betaalde baan beter kunnen runnen dan wij van de eerste generatie. Wij hebben het lang volgehouden zij het met vallen en opstaan.
Onder leiding van Vien Sawor, hoofdredacteur, Ellen te Winkel-de Wilde, eindredacteur, Erik Middelman, vertaler en verantwoordelijk voor de website (www.westpapua.nl) en twee andere vaste redactieleden, redacteur en verantwoordelijk voor DTP -die liever anoniem blijven in verband met familie in West Papua- verschijnt de WPC nu 5 keer per jaar. Daarnaast mogen we vaak rekenen op een aantal vertalers die zich ook beschikbaar heeft gesteld voor de WPC.
Ik kan het niet nalaten deel te blijven uitmaken van de redactie en nu de WPC haar 25ste jaar heeft bereikt, ben ik alleen maar blij en dank verschuldigd aan al degenen die pro deo zoveel tijd en energie hebben gestoken in de WPC als "Opinieblad over de situatie in West Papua".
Moge het ideaal, de Vrijheid voor West Papua, waarvoor de West Papua Courier 25 jaar geleden werd opgericht, eens worden bereikt.
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]