1978 De eerste West Papua Courier

terug in de tijd

Zacharias Sawor

Mijn artikel in de eerste West Papua Courier van december 25 jaar geleden kenschetst de situatie van 1978 maar bevat onderwerpen die - helaas - ook vandaag de dag nog realiteit zijn. Wat speelde er zoal in 1978? Een terugblik aan de hand van de onderwerpen in mijn artikel voor de eerste WPC.

Gespannen situatie
De algemene situatie in West Papua/Irian Jaya in 1978 was erg gespannen. Een van de voormannen van de OPM (Organisasi Papua Merdeka), kolonel Martin Tabu van het Bevrijdingsleger die nauwe banden had met de OPM-leider Jakob Prai, zou na jaren van verzet te hebben geboden tegen de Indonesische bezetters van plan zijn zich over te geven aan de Indonesiërs. Hij stelde echter als voorwaarde dat er "een feest van vrede en verzoening" gehouden zou worden om zijn overgave te bezegelen. De Indonesische autoriteiten stemden daarin toe en stuurden vier hoogwaardigheidsbekleders plus drie anderen, in totaal zeven personen en de piloot zelf. Op 16 mei 1978 vertrokken de zeven naar een door kolonel Tabu van te voren aangewezen plaats, Kampong Lama, ongeveer 100 km ten zuiden van de hoofdstad Jayapura. De zeven waren: Kolonel Ismail, commandant van de Indonesische Strijdkrachten, overste Admiraal, wnd. hoofd van de Inlichtingen Dienst, ds. Willem Maloali, voorzitter van het Provinciaal Parlement, pater Aloysius Ombos, aalmoezenier van het leger, Frans Leo, een Chinese krokodillenjager die nauwe banden zou hebben met kolonel Tabu en verder twee Papua´s, Otto Suangburaro uit het dorp Asei bij het Sentani meer en Bas Mekawa. De Chinees en de beide Papua´s waren handlangers van de Indonesiërs en kenden het gebied goed vandaar dat zij meegingen als gids. Bij aankomst in kampong Lama echter werd de gehele bemanning van de helikopter opgewacht en gevangen genomen door de mannen van Kol. Martin Tabu. De helikopter werd in brand gestoken en de piloot werd vermoord als straf voor het feit dat hij herhaaldelijk het gebied met zijn heli bombardeerde en de bevolking de stuipen op het lijf jaagde elke keer als hij zijn bommen weer liet vallen. De OPM wilde met deze gijzeling aan de wereld laten zien dat haar strijd voor de vrijheid van West Papua hun ernst is, ondanks haar gebrekkige bewapening. Zij beschikt over een hoge morele kracht en de steun van het volk.

Humane vrijheidsstrijd
De voormannen van de OPM stelden als eis in ruil voor de vrijlating van de gijzelaars dat er een conferentie zou worden gehouden tussen de regeringen van Indonesië, Australië en Papua New Guinea, waar onderhandeld zou worden over de vrijheid van West Papua. Verder werd een bedrag van 400.000 dollar geëist. Deze eisen werden later verzacht door wapens en ammunitie te eisen in ruil voor de belangrijkste gijzelaars, hetgeen inderdaad gebeurde. De ex-gijzelaars werden in oktober van dat jaar naar Jakarta gevlogen, waar ze een grondige medische behandeling ontvingen vanwege de zware beproevingen die zij ondergingen tijdens de gijzeling. Wat het lot was van de drie andere gijzelaars was niet bekend. De lezer zal zich misschien afvragen waarom de OPM degenen die verantwoordelijk waren voor bloedige wraakoefeningen tegen onschuldige burgerbevolking vrijliet, terwijl niet aan hun oorspronkelijke eisen werd voldaan. Het ging hier om de beide legerofficieren aan wier handen Papua-bloed kleefde. De OPM heeft altijd op een humane manier de strijd gevoerd, omdat zij van het principe uitgaat dat zij voor een rechtvaardige zaak strijdt. Helaas is dit principe in de huidige wereld van geweld veel vaker gelogenstraft. Toch was het goed dat de OPM haar menselijke kant liet zien, ondanks dat ze de piloot die veel burgerslachtoffers op zijn geweten had doodden.

Reactie van Indonesië
De gijzeling had ook toen een ongekende harde reactie van Indonesië tegen de OPM. Het Indonesische leger voerde zware bombardementen uit in de gebieden ten zuidoosten van Jayapura bij de grens met Papua New Guinea. Hele dorpen werden verwoest, hierbij vielen vele burgerslachtoffers. Daarbij werd gebruik gemaakt van de door de Verenigde Staten van Amerika geleverde bommenwerpers, de zogeheten Bronco OV-10´s. De bevolking van het gebied raakte in paniek en vluchtte massaal naar Papua New Guinea. De in Port Moresby, Papua New Guinea verschenen Post Courier van 12 juli 1978 vermeldde een aantal van 400 vluchtelingen. Dit getal werd aan het einde van dezelfde maand bijgeschroefd en kwam op 1000. Het leger achtervolgde de vluchtelingen tot zelfs over de grens. Zij verwoestten de voedseltuinen van de bevolking om te voorkomen dat de OPM door de bevolking van voedsel van voedsel zou worden voorzien. De vertegenwoordiger van het UNHCR (Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen) uit Australië, Sampat Kumar, bezocht het grensgebied en gelukkig komt dan de internationale belangstelling voor de Papua-vluchtelingen op gang. Ze werden in kampen bij de grens opgevangen, waaronder het bekende vluchtelingenkamp Black Wara dat aan de rivier Zwarte Water ligt. Helaas ontvingen we ook het bericht dat een deel van de vluchtelingen teruggestuurd werd en bij aankomst in het westen meteen door het leger is opgepakt, bijeengedreven en doodgeschoten.

Situatie in de steden
De Papua-bevolking in de steden vreest, dat de gespannen situatie van 1962 - 1969 terug zal keren. Elke Papua, vooral de leiders, wordt gewantrouwd. Het is zelfs zo dat de Papua-soldaten in het leger en Papua-politieagenten geen wapens mogen dragen. In Jayapura en Biak leeft men voortdurend in angst voor een op handen zijnde razzia. Deze vrees wordt versterkt door een rapport van een zekere Timoreze legerofficier Da Kosta Lopez, waarnemend voorzitter van het Provinciaal Parlement in Jayapura. In dit rapport beweert Lopez dat de leiding van de OPM zich in de stad bevindt en niet in het operatiegebied zelf. Op bijeenkomsten van meer dan twee of drie personen wordt door het leger ingegrepen. Zo moesten de volgende personen het ontgelden: in Jayapura: H. Wakum, S. Rumanasen en L. Rumwaropen. In Biak: R. Rumkorem, C. Bowae en J. Korwa, in Manokwari: Ds. Matini en A. Baransano. Berichten uit andere steden konden ons helaas niet bereiken door gebrekkige communicatiemiddelen.

Repressie duurt voort
De Indonesische repressiepolitiek in West Papua is tot vandaag de dag nog steeds aan de gang. Deze politiek zal niet ophouden te bestaan. Immers het Papua-volk voelt zich in haar vrijheid beperkt en onderdrukt. Het Papua-volk wil zich uiten en moet zich dan ook blijven verzetten tegen de onderdrukker, dit geldt niet alleen voor de Papua´s, maar ook voor de Acehéërs en Zuid-Molukkers. In beide gebieden is de situatie ook erg gespannen door het harde optreden van het Indonesische leger. Gelukkig kunnen nu in dit computertijdperk berichten veel sneller verspreid worden over de gehele wereld waardoor Indonesische misstanden niet onder de korenmaat worden geschoven, maar sneller aan de wereld bekend worden gemaakt. Iedereen moet weten wat voor leger het grootste land in Zuid-Oost Azië heeft.

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]