Genocide in West Papua
Yale's rapport inzake mensenrechten in West Papua
Zacharias Sawor
De gerenommeerde Amerikaanse Universiteit Yale (Yale Law School) bracht in november 2003 een rapport uit met betrekking tot de situatie van de mensenrechten in West Papua sinds de inlijving van het gebied door Indonesië na de zogeheten "Act of free Choice" in 1969.
De titel van het Rapport luidt: "Indonesian Human Rights Abuses in West Papua: Application of the Law of Genocide to the History of Indonesian Control." De Nederlandse vertaling luidt ongeveer als volgt: "Indonesische Mensenrechtenschendingen in West Papua: Toepassing van de Wet van Genocide op de Geschiedenis onder Indonesisch Bewind." Het 76 pagina's tellende rapport gaat uitvoerig in op de door Indonesië in de loop van 40 jaar bezetting (1963 - 2003) begane wandaden, gemeten naar Internationale normen met betrekking tot genocide. Verleden jaar november hebben enkele Nederlandse dagbladen aandacht besteed aan het Rapport, hier volgt het eerste deel van mijn visie op het rapport. (vet)
Ernstige mensenrechtenschendingen
Om met de inleiding te beginnen: Het Rapport beschrijft hoe sinds de Indonesiërs de macht over het gebied krijgen middels de bovengenoemde "Act of Free Choice" van 1969 de Papua´s behandeld zijn als tweederangsburgers in hun eigen land, beroofd van hun recht van zelfbeschikking en onderworpen aan ernstige mensenrechtenschendingen, begaan door Indonesische autoriteiten. Men noemt de gewelddadige militaire campagnes en buitenrechterlijke moorden op duizenden West Papua´s. Duizenden zijn onderworpen aan martelingen, verdwijningen, willekeurige arrestaties, detenties, verkrachting of andere vormen van serieus mentaal en lichamelijk letsel. De Indonesische regering verjaagt de West Papua´s van hun land, exploiteert hun natuurlijke rijkdommen, vernietigt hun eigendommen en gewassen, minacht en vernietigt hun cultuur, en sluit hen uit van de hogere gouvernementsfuncties, het zakenleven en goed onderwijs.
Genocide
De schrijvers van het Rapport leggen uit wat de term "genocide" is, een term die veel vaak in dit Rapport zal voorkomen. Deze term werd gevormd door de Poolse jurist Raphael Lemkin gedurende de Tweede Wereld Oorlog om de afgrijselijke gruweldaden, begaan door het Derde Rijk te beschrijven. Het werd een misdaad onder internationale wetgeving toen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 9 december 1948 de Conventie op Preventie en Strafvervolging van misdaad als gevolg van genocide goedkeurde.
De Conventie van Genocide omschrijft genocide als vormen van 'vogelvrij verklaarde daden toegepast op volks-, etnische- ras- en religieuze groepen als zodanig'. De Conventie werd van kracht verklaard op 12 januari 1951 en gehanteerd als een belangrijk document voor de handhaving van de internationale rechtsorde. De schrijvers benadrukken, dat de term 'Genocide' niet zo maar een term is die gemakkelijk kan worden toegepast op elke vorm van overtreding, maar juist van toepassing is op ernstige misdaden, hetgeen dus ook geldt voor het gebruik van die term in dit Rapport.
'Genocide' is de ultieme ontkenning van de bestaansrechten van hele groepen menselijk bestaan. Het rapport gaan verder in op het ontleden van de term genocide.
West Papua en genocide?
Het Rapport komt met gestaafde gegevens met betrekking tot de door de Indonesische overheid en leger begane wandaden, en stelt vervolgens 3 vragen met betrekking tot het gebruik van de gewraakte term Genocide: vormen de West Papua´s een groep die onder de definitie van genocide valt? Zijn de door de Indonesiërs begane daden tegen de West Papua´s genocidaal?
Zouden wij uit de begane daden een conclusie kunnen trekken, dat er een doelbewust plan ontwikkeld was om de West Papua´s te vernietigen?
Het Rapport benadrukt verder, dat zij niet de intentie heeft een definitief antwoord te willen geven op de gestelde vragen. Maar dat zij als doelstelling voor ogen heeft een sterke basis te willen (vast)leggen voor verdere serieuze discussie omtrent de mensenrechtenschendingen begaan door de Indonesische overheid jegens de West Papua´s, die aldus vallen onder de term genocide. Even belangrijk is ook het feit, dat het Rapport de nadruk legt op de noodzakelijke behoefte aan gedocumenteerd materiaal afkomstig van betrouwbare bronnen om de internationale aandacht te vragen voor de ernstige mensenrechtensituatie in West Papua. Overal waar sprake is van genocide, zal een dergelijk onderzoek en belangstelling om achter de feiten te komen letterlijk een zaak van leven en dood zijn.
Historie van Mensenrechtenschendingen in West Papua
West Papua is het westelijke deel van Nieuw Guinea, het tweede grootste eiland van de wereld. Is verdeeld in twee delen, waarvan West Papua als provincie van Indonesië wordt bezet. Het oostelijke deel dat door Australië werd bestuurd is sinds 1975 onafhankelijk.
De inwoners van West Papua kwamen van Azië, ongveer 50.000 jaar geleden gedurende de ijstijd. Zij bestaan uit 3 groepen nl. de Negroiden, de Papua´s en de Melanesiërs, die tegenwoordig worden ingedeeld bij het Melanesische ras. Historisch zijn de Papua´s ingedeeld in clans en taalgrenzen. In 1963 toen Nederland het gebied aan Indonesië overdroeg telde het 200 talen onder de 500.000 - 700.000 Papua´s. Gespreide gemeenschappen kwamen soms in los verband bij elkaar, soms gekleurd door twist over traditioneel land.
West Papua´s onderhielden voor het eerst contact met de Maleisische cultuur via contacten met handelaren van de Maleisische archipel (Indonesië), namen kruidnagelen, specerijen en slaven mee van het eiland in het begin van de 7de eeuw. Indonesië claimde dat het Keizerlijke Hindu Rijk van 1293 zich uitstrekte tot West Papua, wat door historici werd betwijfeld, omdat er geen enkele nalatenschap van waarde te constateren was. In 1545 werd het eiland ontdekt door de Spanjaard Inigo Ortiz de Retez en geclaimd voor Spanje. Engelsen vestigden een nederzetting in het Noord-westen van het eiland in 1793. Geplaagd door ziektes en de vijandige bevolking verlieten het gebied in 1795, waarna de Nederlanders kwamen en verklaarden in 1828 de soevereiniteit over Westelijk Nieuw Guinea.
West Papua onder Nederlands bestuur
In 1848 wees het Nederlandse Gouvernement de Sultan van Tidore aan om namens haar het gebied te besturen. Nederland was verder traag in het opzetten van een bestuurlijk apparaat en gebruikte het gebied alleen voor het winnen van haar natuurlijke mineralen. De Koninklijke Shell won er olie in 1907. Tientallen jaren daarna exploiteerden de Britse en de Amerikaanse maatschappijen mineralen uit West Papua. Nederland vestigde in Tanah Merah Digul (1926) een interneringskamp voor Indonesische politieke delinquenten. Deze Indonesiërs vreesden de toenemende vijandige houding van de Papua´s. Toen Nederland in 1942 de oorlog van Japan verloor werden de gevangenen naar Australië gebracht om er hun gevangenisperiode door te brengen. De Nederlanders ontvluchten het gebied zonder een goed bestuursapparaat te hebben opgezet.
De Japanners probeerden hun gezag over de Papua´s te doen gelden. De meeste Papua´s van de kust waren christen en konden zich niet goed aanpassen. In Biak brak bovendien de Koreribeweging uit, waar men geloofde in de terugkomst van de Manseren Manggundi om de mensen te verlossen van alle wereldse ellende en de rijkdom zou brengen. De Papua´s verzetten zich tegen de Japanners die wraak tegen hen namen. De geallieerden onder leiding van het Amerikaanse leger kwamen in augustus 1944 aan. Na de Japanse capitulatie in augustus 1945 kwamen de Nederlanders terug en begonnen het gezag te herstellen, bestuur en onderwijs werden met spoed opgezet.
Overdracht
Inmiddels roerden de Indonesiërs zich over hun wens voor de onafhankelijkheid. De Indonesische Badan Penyelidikan Kemerdekaan Indonesia (BPKI) werd opgericht, waar figuren als Soekarno en Hatta een belangrijk rol speelden. Op 17 augustus 1945 proclameerden zij de Republik Indonesia, waar volgens hun West Papua erbij hoorde. In de originele proclamatie tekst werd Nieuw Guinea echter niet genoemd. Op de Ronde tafel Conferentie in Den Haag werd Nieuw Guinea uitgezonderd van de rest van Indonesië, wat later een bron van diplomatieke ruzie vormde tussen beide landen.
Nederland droeg uiteindelijk de soevereiniteit over aan Indonesië op 27 december 1949 zonder West Papua.
In 1946 werd door het Nederlandse bestuur in Nieuw Guinea een conferentie gehouden, waar Frans Kaisiepo en Johan Ariks deelnamen. Kaisiepo poneerde dat de economische situatie met betrekking tot de bevolking geen belemmering mocht vormen voor het samengaan met Indonesië. Johan Ariks daarentegen, was voor verzet tegen buitenlandse controle over het gebied.
Nederland ging met grote voortvarendheid met de ontwikkeling en opbouw van het gebied vanaf 1950. In 1957 creeërden de Nederlanders in het kader van Papuanisering een groot aantal banen voor de Papua´s. Soekarno zag deze ontwikkeling als een bedreiging voor zijn annexatiepolitiek. Hij vroeg en kreeg militaire steun van de Sovjet Unie om de Nederlanders te verjagen. Om de spanning van de koude oorlogconfrontatie te vermijden lieten Amerika, Australië en het Verenigd Koninkrijk van Groot Britanië Nederland in de kou staan en steunden Indonesië.
Het "Plan Luns" van 1961 om het gebied te internationaliseren, dus geplaatst onder het V.N. bestuur om daarna algemene vrije verkiezingen te houden over de toekomst van het gebied werd verworpen.
Inmiddels gingen de Nederlanders door met de voorbereiding van het gebied voor onafhankelijkheid. Algemene verkiezingen werden gehouden, waar op 5 april 1961 het eerste Papua Parlement, Nieuw Guinea Raad werd geinstalleerd. Op 1 december 1961 werden de Nationale symbolen, de vlag, de Morgenster en het Volkslied, Hai Tanahku Papua door het parlement geintroduceerd en aanvaard door Nederland. Indonesië werd zenuwachtig door deze ontwikkelingen, stuurde infiltraties en dropte militaire paratroepen in het zuidwesten en het zuiden van het land.
President J. F. Kennedy van Amerika vreesde het uitbreken van een oorlog en de invloed van het communisme in Zuid Oost Azië en nam daarom het initiatief om de New York Overeenkomst van 15 augustus 1962 tussen Nederland en Indonesië onder onder auspiciën van de VN te bekrachtigen in de VN. Nederland moest het bestuur aan het voorlopig bestuur van de VN (UNTEA) op 1 oktober 1962 overdragen. UNTEA op haar beurt zou de macht overdragen aan Indonesië op 1 mei 1963. Na 7 jaar Indonesisch bestuur, zou in 1969 een referendum worden gehouden om te bepalen of de Papua´s bij Indonesië wensten te blijven of onafhankelijk wilden worden. Indonesië manipuleerde de verkiezingen: geen "one man one vote" maar 1025 onder druk gezette kiesmannen kozen uiteindelijk unaniem voor aansluiting bij Indonesië. De Boliviaanse ambassadeur Fernando Ortiz Sanz moest met lede ogen toezien hoe Indonesië de Internationale overeenkomst verkwanselde ten gunste van zichzelf.
Indonesische bezettingsmacht en de OPM
De 1.500 Indonesische paratroepen zijn in het gebied gebleven. Het land werd overstroomd door 400.000 transmigranten, die de Papua´s wegdrukten van alle economische bronnen van bestaan. Kantoren werden voor het grootste deel bezet door de Indonesische nieuwkomers. In april 1967 kreeg de Amerikaanse multinational Freeport Mc. MoRan van het Suharto regime (Nieuwe Orde) toestemming om haar dochter Freeport Indonesia in West Papua te vestigen. Het getekende contract verleende vergaande volmachten en bevoegdheden aan Freeport met betrekking tot de bevolking en de grond. Zo moest de Amungme bevolking van het koude malaria vrije hoogland worden overgeplaatst naar het laagland in nieuwe nederzettingen, waar ze massaal stierven aan malaria. Hun gronden werden geconfisqueerd door de Freeport met goedvinding van Suharto regime. Freeport McMoRan bezat een aandeel van 91%, waarvan de Australische mijnbouwgigant Rio Tinto 16,5% aandeel heeft. Het bedrijf begon haar activiteiten al 2 jaar voor de zogeheten Act of Free Choice nog in 1969 moest plaats vinden.
De Papua´s hebben zich verzet in de OPM, Organisatie Papua Merdeka (Free Papua Movement ), een beweging die massaal door het volk werd gesteund. Indonesische troepen traden onmenselijk hard op tegen zowel de OPM als het gewone volk. Het volk werd gemarteld, gedood, vrouwen en jonge meisjes werden verkracht door het leger.
In eind 1968 en april 1969 brak de opstand opnieuw uit in Waghete en Enarotali, zo ook in andere plaatsen in heel West Papua en dat bood natuurlijk weer de harde tegenstand van het Indonesische leger wiens optreden gekwalificeerd was als "barbaars". OPM-leden vluchtten naar Papua New Guinea voor politiek asiel, werden echter teruggestuurd naar kampen vlak over de grens. Indonesische soldaten achtervolgden en doden er 28. Inmiddels heerste in het land een economische chaos. De winkels waren leeg, al vertelden de autoriten aan de buitenwereld dat het in de economische centra wel goed was.
Wordt vervolgd...
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]