Zacharias Sawor
Schrijver van het boek "Ik ben een Papoea" en een van de oprichters van de West Papua Courier, schrijft nog steeds over de misstanden in West Papua. Helaas is er nog steeds genoeg stof over het lijden van een volk dat met uitsterven bedreigd wordt. Zelf ondervond hij de onderdrukking aan den levende lijve: zijn verzet tegen het Indonesische regime resulteerde in gevangenisstraf. Na zijn vrijlating zag hij het als zijn taak zich blijvend in te zetten voor de vrijheid van West Papua vanuit het buitenland. Een interview geeft hij liever niet, hij werkt liever op de achtergrond. Na enig aandringen krijgen we toch het persoonlijke verhaal van de West Papua Courier-redacteur van het eerste uur.
Redacteur West Papua Courier
Zacharias Sawor, 66 jaar en geboren in het dorp Sowek, Biak, werd in 1955 als een van de eerste vijf Papua-jongens op 18-jarige leeftijd naar Nederland uitgezonden ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Zending op 5 februari 1955. Hij ging eerst naar het Christelijk Baudartius Lyceum in Zutphen, daarna naar de Rijks Hogere School voor Tropische landbouw in Deventer (nu Hogeschool). Hij koos met opzet voor landbouw omdat het nuttig zou kunnen zijn voor de opbouw van zijn land. Vol enthousiasme keerde hij in september 1962 terug naar West Irian om te werken aan de ontwikkeling van een toekomstig onafhankelijk West Papua. Hij werd hoofd van Landbouwvoorlichting en Landbouwonderwijs bij de Dienst Economische Zaken, Afdeling Landbouw, een functie die hij overnam van een Nederlander die moest vertrekken vanwege de overdracht van Nederlands Nieuw Guinea aan Indonesië. Veel kans om te werken aan de opbouw van zijn land kreeg hij niet: op 19 april 1963 werd hij gearresteerd vanwege illegale politieke activiteiten. Na weer vrijgelaten te zijn werd hij op 25 augustus opnieuw gearresteerd en bracht dit keer een vol jaar door in de gevangenis tot 24 augustus 1966. Tegen die tijd had hij genoeg gezien en gehoord. Genoeg om boekdelen vol te schrijven, hetgeen hij ook deed. Zijn boek getiteld "Ik ben een Papoea" werd het relaas van corruptie, terreur en moord na de overdracht van Nederlands Nieuw Guinea aan Indonesië tot aan de definitieve overdracht in 1969. Helaas ging de Indonesische terreur ook door na 1969, maar het nieuws hierover druppelde slechts mondjesmaat naar buiten. Het deed Zacharias Sawor samen met anderen besluiten een blad op te richten dat reeds 25 jaar de situatie in West Papua vertelt: de West Papua Courier.
Terugkomst
Vlak voor hij in 1962 naar West Papua vertrok richtte hij met enkele andere Papua's de Papua-studentenvereniging 'Kobe Oser' op: "De naam Kobe Oser is destijds door mij voorgesteld en aangenomen door iedereen. Het betekent Eenheid. Het streven was om alle jongeren van diverse streken uit Nieuw Guinea elkaar te laten leren kennen en het onderlinge saamhorigheidsgevoel te versterken. Ik was een jaar voorzitter van Kobe Oser totdat ik op 5 september 1962 terugging naar West Papua." In West Irian, zoals het inmiddels was omgedoopt, bekleedde hij diverse belangrijke functies. Zo werd hij penningmeester van Parkindo, de Christelijke Politieke Partij van Indonesië, voorzitter van GAMKI, Gerakan Angkatan Muda Kristen Indonesia (Beweging voor Christen Jongeren, afdeling Irian) en vice-voorzitter van Christelijke Vakbeweging, Persekiding in Irian Barat. Helaas werden al die organisaties verboden op grond van de presidentiële besluiten No. 8 en No. 11, 1963. Ze werden bestempeld als illegaal, "zoals helaas alle politieke activiteiten destijds illegaal waren", aldus Sawor.
Met de komst van Internet en e-mail is nieuws over West Papua veel toegankelijker en sneller verspreid. "Dat was vroeger wel anders", zo vertelt Zacharias Sawor. In 1998 keerde hij voor het eerst terug na 35 jaar. Het weerzien met zijn vaderland was niet wat hij ervan gehoopt had. "Er heerste een sfeer van onderdrukking, de aanwezigheid van het Indonesische leger en politie was duidelijk merkbaar. In de kampongs was er geen vooruitgang, maar juist het omgekeerde, stilstand. De Papua´s waren in een tweederangspositie terecht gekomen. Daar waar je Papua's verwachtte zag je Indonesiërs op kantoren en in bedrijven. Mooie huizen werden bewoond door Indonesiërs, de Papua's woonden in de zgn. volkswoningen, die waren zo klein dat grote gezinnen er nauwelijks in konden leven. Zo kan ik wel doorgaan."
Bezetting
Volgens vriend en tweede kamerlid voor PvdA destijds, J. H. Scheps, riep de situatie in West Papua onwillekeurig herinneringen op aan de jaren 40-45 in Nederland: militairen, die in 1962 gepakt en gezakt uit een leeggeplunderd West Irian huiswaarts keren; straatterreur en standrecht; verbod van politieke activiteiten; opheffing van de meest elementaire burgerlijke rechten en vrijheden. Het dreef Sawor ertoe te schrijven over wat er om hem heen gebeurde. "Tijdens mijn werk als ambtenaar van de landbouw in Nieuw Guinea zag ik het lijden van mijn volk door de onderdrukkingspraktijken van de Indonesiërs. Het volk werd gemuilkorfd, kon en mocht niets zeggen. Standrechten werden uitgevoerd en Indonesië dat zich voordeed als broedervolk, kwam in werkelijkheid als bezetter. Al die misstanden moesten aan de kaak gesteld worden. Een Papua-parlementariër van het Provinciaal Parlement, genaamd Zakarias Kondjol, was de eerste die de standrechten in zijn gebied Ayamaru bekend durfde te maken in het parlement. Hij moest zijn moed bekopen met zijn leven. Deze missstanden moesten wereldkundig gemaakt worden. Mijn boek: 'Ik ben een Papoea', bevat vele getuigenverslagen van de mensenrechtenschendingen in West Nieuw Guinea sinds de gezagsoverdracht op 1 oktober 1962. Het vertolkt het lijden van een onderdrukt volk dat tot op de dag van vandaag voortduurt."
Gevangenisstraf
Op 19 april 1963 werd Sawor gearresteerd op beschuldiging van illegale politieke activiteiten, maar wegens gebrek aan bewijs werd hij na enkele dagen weer vrijgelaten. "Tijdens mijn arrestatie vonden ze gelukkig geen bewijzen, die wist mijn vrouw wijlen Rachel Sawor-Awom, net op tijd door de wc te spoelen tijdens een onopgemerkt moment tijdens de huiszoekingen."
Samen met een aantal vrienden, o.a. Saul Hindom, richtte hij de Nationale Bevrijdingsraad van West Papua op. Hindom werd al snel in Biak gearresteerd en twee dagen later werd Zacharias Sawor aangehouden door de officier van justitie in Sukarnapura (nu Jayapura). "Ik zat 1 jaar in de gevangenis van 25 augustus 1965 tot 24 augustus 1966 en kreeg vervolgens negen maanden huisarrest, wat inhield dat ik nergens naartoe mocht en me elke dag moest melden. Bij mijn vrijlating kende mijn eigen kinderen me niet meer, mijn oudste zoon bleef me steevast oom noemen in het begin."
De periode in de gevangenis was slecht, Sawor vertelt hierover: "Ik zat in een kleine cel van 2 meter lang en 2 meter breed. Twee maal per dag mocht je een half uur uit de cel komen voor frisse lucht, onder strenge bewaking natuurlijk. Ik kreeg erg weinig te drinken, ondanks de moordende hitte overdag. Midden in de nacht kwamen ze me vaak ophalen voor langdurige verhoringen, een keer zelfs van vijf uur 's ochtends tot 9 uur 's avonds. De verhoorder ondervroeg me meestal onder dreiging van een pistool, puur om je te intimideren. Keer op keer wilden ze me dwingen een document te ondertekenen waarin ik afzag van een vrij West Papua en de Republiek Indonesië aanvaardde. Dat weigerde ik pertinent. In de gevangenis zag ik kans een dagboek bij te houden. Dat is een uitgebreid document geworden; ben wel van plan er eens iets over te schrijven. Wie weet wordt het een echt boek."
Vlucht
Nadat hij werd vrijgelaten kreeg Sawor negen maanden huisarrest. "Vele van mijn vrienden die destijds net als ik politiek actief waren verdwenen op mysterieuze wijze. Het werd te gevaarlijk, ik wist dat ik moest vluchten. In juni 1967 zag ik kans om met mijn vrouw en twee kinderen naar Papua New Guinea te vluchten, toen nog TPNG, Territory of Papua and New Guinea. Mijn gezin en ik zijn per prauw gevlucht naar Papua New Guinea. Degene die ons op 2 juni 1967 naar TPNG/PNG bracht deed of hij ging vissen, we vertrokken in het holst van de nacht vanaf ons huis op Dok V. We moesten op de bodem van de prauw blijven liggen. Mijn kinderen waren die nacht ook muisstil, alsof ze wisten dat 't ernst was. Hij voer gewoon met de visserslamp aan alsof hij aan het vissen was. Eerst voer hij naar het westen en daarna noordwaarts de zee in. Zodra hij ver genoeg was, deed hij de lamp uit en op volle toeren voer hij richting het oosten, de eerste plaats in PNG was Wutung. Hij heeft ons daar om 3 uur ´s ochtends afgezet en voer toen vissend terug. Bij aankomst in Wutung gaf ik hem de afgesproken som geld. Later hoorde ik van mijn familie dat hij dat geld teruggaf aan mijn familie.
Hij vond dat zijn bijdrage aan de strijd was mensen helpen die de strijd in het buitenland voortzetten. Jammergenoeg is hij al overleden, maar ik heb nog vaak geld kunnen sturen naar zijn weduwe. Via bevriende kamerleden, o.a. J.H. Scheps, Mr. K. J. van Rijkevorsel en vrienden, mocht ik na 16 maanden in verschillende vluchtelingenkampen gezeten te hebben met mijn gezin van de Nederlandse regering via Australië naar Nederland komen. Op 5 oktober 1968 landden we in Nederland, het was een koude, regenachtige dag."
Eenheid
Bij terugkomst in oktober 1968 volgde een poging de twee oudste Papua-leiders Markus W. Kaisiëpo en Nicolaas Jouwe te benaderen om tot eenheid te komen - overeenkomstig het verzoek van veel Papua-leiders in West Papua. Die missie mislukte helaas. "Ik heb me uiteindelijk aangesloten bij de groep van Nicolaas Jouwe en werd eerst Algemeen Secretaris van KKPB (Komité Kemerdekaan Papua Barat -Bevrijdingscomité voor West Papua). Na het debacle in New York in 1969, d.w.z. de overdracht van het gebied aan Indonesië, werd het KKPB vervangen door de Nationale Bevrijdingsraad van West Papua. Ik bleef de functie van Algemeen Secretaris vervullen. Ik ben twee maal met de heren Jouwe en Womsiwor en andere Papua-vrienden in 1969 naar New York en Washington geweest om te pleiten voor onze zaak, maar dat mocht niet baten. Amerika was bang voor de invasie van het communisme van China naar Indonesië en daarom werd Nederland onder druk gezet om West Papua over te dragen. West Papua werd slachtoffer van de wereldpolitiek op dat moment. Helaas!" In 1982 volgde een nieuwe poging tot het samenwerking tussen de twee Papua-leiders in Nederland. Sawor werd gekozen tot algemeen secretaris van het Papua Eenheidscongres in 1982. "Met wijlen Hein Inggamer heb ik het congresboekje gepubliceerd in twee talen, Nederlands en Indonesisch. Ik heb de eenheid van het Papua-volk altijd belangrijk gevonden."
Achtergrond
Begin 1995 werd Sawor ernstig ziek: zijn nieren bleken nog maar 10% te functioneren wat hem dwong het rustiger aan te doen. Aan 22 jaar lang adviseur en later bestuurslid van de stichting HAPIN kwam een einde. Het betekende ook het einde van zijn hoofdredacteurschap van de West Papua Courier. Tot hij op 19 augustus 1996 in aanmerking kwam voor niertransplantatie; het gaf hem letterlijk weer energie en bewegingsvrijheid om activiteiten te ontplooien. De 66-jarige Sawor is al een jaar met pensioen van de Landbouwuniversiteit Wageningen maar denkt er voorlopig niet aan rustig aan te doen: "Ik volg de ontwikkelingen in West Papua, Indonesië en de Pacific op de voet en dat kan tegenwoordige heel goed via Internet en e-mail. Naast redacteur voor de West Papua Courier ben ik voorzitter van Stichting Geestelijk en Sociaal Welzijn Papua´s Copan in Nederland. Daarnaast ben ik actief als voorzitter van Stichting Rajori, een stichting die kleinschalige projecten in West Papua financiert en ben ik bestuurslid van Stichting Papua Cultureel Erfgoed (PACE), het neemt allemaal de nodige tijd in beslag. Eigenlijk had ik ook geen tijd voor dit interview maar vooruit, het is voor de WPC tenslotte. Bovendien vertel ik niet graag over mezelf, ik werk liever op de achtergrond als het kan."
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]