SCHULDIG ZWIJGEN
De Papua in zijn bestaan bedreigd
Zacharias Sawor
Dr. Kees Lagerberg, een bekende vriend van de Papua´s, nam zelf het initiatief om de uitvoering van de zgn. Daad van Vrije Keuze in West Papua in 1969 te onderzoeken. De studie, met dezelfde strekking als het bijna gelijktijdig verschenen rapport van Prof. Drooglever, onderzoekt de zaken met betrekking tot de Indonesische inlijving van West Papua. De titel en ondertitel van Lagerbergs boek geven aan dat er meer schuilt achter de gang van zaken met betrekking tot de Indonesische bezetting van West Papua. Meer dan alleen de gemanipuleerde "Daad van vrije keuze" in augustus 1969.
Enkele jaartallen
Lagerberg begint in hoofdstuk 1 met de titel: "Schriftloze prehistorie naar verwarde naamgeving", waar hij een aantal jaartallen noemt waar ontdekkingsreizigers de geschiedenis in gaan als ''ontdekkers'' van landen. Zo was de Spanjaard Inigo Ortiz de Retes de eerste die in 1545 de monding van Mamberamo aandeed met zijn schip San Juan, de Spaanse vlag plantte en daarmee het land voor de Spaanse kroon claimde. Deze claim wordt door Lagerberg op pagina 22 doeltreffend verwoord: "Bij het symbolische in bezitneming van een wingewest, placht men op het strand een wapenbord aan te slaan, maar dat gaf in feite niet veel meer eigendomsrecht dan de merkgeur van een hond op een lantaarnpaal." De Retes zag grote gelijkenissen tussen de Papua's en de negroïde bevolking van het Zuid-West Afrikaanse Guinea en gaf het land dan ook de naam 'Nova Guinea'. Aanvankelijk was De Retes op zoek naar het land van Isla del Oro, het goudeiland achter de horizon, maar deze poging mislukte.
Archeologen van de Groningse universiteit vonden in de grotten van het Ajamarumeer in de Vogelkop tijdens hun onderzoek van 1995 tot 2001 overblijfselen van menselijke bewoners die dateren van tienduizenden jaren geleden. Dit onderzoek laat tegelijkertijd menselijke bewoning zien die verwantschap heeft met de bevolkingen van Papua New Guinea en Noord Australië. Dit laatste gebied is gescheiden door de ondiepe Arafura Zee. Nieuw Guinea zat immers vast aan het continent Australië vóór de ijstijd. Lagerberg geeft aan dat als men de tegenwoordige bevolking van het Sterrengebergte bezoekt, men negroïde bewoners aantreft die nog voor een groot deel in stenen tijdperk leven en onversneden negroïde Melanesiërs zijn. "Het standpunt van Jakarta, dat het gebied Indonesisch of Aziatisch zou zijn met bewoners die daarom geen Papua´s mochten heten, is de ontkenning van de realiteit," aldus Lagerberg. Nog sterker noemde Lagerberg de sultan van Tidore (1453) die "de inwoners van de westelijke eilanden en de kust van de Vogelkop Papoa ua (anders dan wij) noemde, dus dan wat de verschillen betreft tussen zij en wij (Papua´s) de spijkers op zijn kop sloeg."
Naast de Portugezen en de Spanjaarden lieten ook de Hollanders en de Engelsen zich gelden als belangrijke zeevarende volken. Zo liet de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) zich in de 17e eeuw duidelijk zien door haar schepen uit te zenden naar het legendarische Suydland of Goudland, dat leidde tot naamgeving Australië aan het vijfde continent. Voor Nieuw Guinea echter was weinig belangstelling.
Bestuur
De sultan Ibnu Mansur van Tidore vestigde zijn gezag over de inwoners van de westelijke eilanden, de Radja Ampat (vier vorsten) en de kust van de Vogelkop.
De Engelsen bouwden in de noordelijke kust hun Forten Albion en later Coronation. De Biakkers hadden al langer aan de noordkust hun vesting Manokwari (oude vesting). Deze Biakkers heten tot vandaag de dag Noemforezen (ZS). Deze forten werden door de kustbewoners vernield. De Nederlanders hebben pas in 1828 definitieve bezetting van het eiland genomen door er militairen te plaatsen. Op de verjaardag van Koning Willem I wordt Nieuw Guinea geproclameerd tot Nederlands grondgebied, "vanaf de 141ste breedte graad op de zuidkust westwaarts." "Op 16 mei 1895 wordt in het Staatsblad van Nederlands Oost-Indië officieel bevestigd, na een overeenkomst met de Engelsen in Den Haag, dat het gebied westelijk van de Fly-rivier behoort tot Nederlands-Oost Indië." Tot dan toe speelde het handelsbelang een belangrijke rol, maar later hebben andere interesses hun intrede gedaan.
Zo deed de zending vanuit het westen haar intrede door op 5 februari 1855 twee Duitse zendelingen, Ottow en Geissler, op het eiland Mansinam bij Manokwari te plaatsen. Hun werk was zeer zwaar en leverde praktisch niets op. De RK-Missie begon in Merauke op 14 augustus 1905. De beide kerkgenootschappen vieren dit jaar resp. 150 en 100 jaar kerkelijke arbeid op Nieuw-Guinea.
Met de geallieerden gingen de zgn. gemilitariseerd burgerlijk gezag van de Nederlanders (NICA) mee. De oud-commissaris van politie op Nieuw Guinea Jan P. K. van Eechoud was de leiding toevertrouwd. Hij begon meteen door Papua-bestuursambtenaren op te leiden in het plaatsje Kota NICA bij het meer van Sentani. Zijn grote verdienste was het vertrouwen aan de Papua´s te geven. Hij krijgt dan ook de eretitel: "Bapak Papua." Hij is later naar West Papua teruggekeerd, is daar overleden en in Hollandia, tegenwoordig Jayapura, begraven.
Jan van Eechoud was ook de eerste resident van het binnenlands bestuur, hij heeft het echter niet tot gouverneur geschopt. Drs. S.L.J. van Waardenburg was de eerste gouverneur, later dr. Jan van Baal en als laatste dr. P. J. Platteel. Van Waardenburg had de taak om voorbereidingen te treffen voor de vestiging van Indische Nederlanders in Nieuw Guinea. Van Baal echter volgde de lijn van Den Haag, die de Papua´s moest begeleiden naar het zelfbeschikkingsrecht, de onafhankelijkheid. Platteel volgde de gedurfde strategie van politieke bewustwording van de Papua´s van staatssecretaris mr. Theo Bot. Onder hem zijn de Nieuw Guinea Raad, de nationale symbolen en het volkslied tot stand gekomen. Soekarno zag deze Nederlandse plannen als een bedreiging voor zijn politiek ter inlijving van West Papua bij Indonesië.
Koloniale namen
Lagerberg besteedt ook aandacht aan de namen, die in de loop der tijd het land vergeven zijn door koloniale mogendheden die het land hebben bezet. Zo was de naam Papoa ua, afkomstig van sultan Ibnu Mansur van Tidore. Verder de naam Nova Guinea (Nieuw Guinea) van de Spanjaard Inigo Ortis de Retes. Deze Spaanse bezetting bestond alleen op papier, maar heeft verder niets te betekenen. De naam Nieuw Guinea geldt later als een algemene naam voor het gehele eiland.
De namen Irian Barat, Irian Jaya kwamen van de Indonesiërs, terwijl de naam Nederlands Nieuw Guinea verbonden blijft aan de Nederlanders. Alleen de Japanners (1942-1945) hebben geen naam aan het land gegeven.
Het krachtenveld
De auteur beschrijft in het 2e hoofdstuk de hoofdrolspelers in de Nieuw Guinea zaak, nl. aan de Nederlandse kant oud-minister van Buitenlandse Zaken Mr. J.M.A.H. Luns en president Soekarno aan de kant van Indonesië. Luns studeerde rechten aan Neerlands oudste Universiteit Leiden en was tevens een leidende figuur in de studentenbeweging. Soekarno studeerde aan de Technische Hogeschool van Bandung en was ingenieur. "Geen van beide staatslieden was door geboorte of afkomst voorbestemd een rol in de wereldpolitiek te spelen."
Soekarno was de zoon van een onderwijzer, de vader van Luns was leraar in beeldende kunst. Luns had net als zijn vader voorliefde voor de kunst. De moeder van Soekarno was een Balinese van een kleine adel (priaji), trouwde een Javaan in Surabaya waar Soekarno werd geboren.
De auteur beschrijft de politieke rollen van de beide staatslieden: Luns die gebonden was aan parlementaire democratie waarbij hij zich moet verantwoorden aan het parlement en de ministerraad, terwijl Soekarno als alleenheerser alles van boven af aan zijn ondergeschikten dicteert. De Nederlandse diplomaten spelen vaak eigen diplomatieke spelletje buiten hun baas om, wat de positie van Luns verzwakte.
Ook in dit hoofdstuk beschrijft Lagerberg de rol van de Nederlandse zakenlieden als Rijkens van Unilever en Konijnenberg van de KLM. Prins Bernhard speelde via zijn Bilderberggroep in de Nieuw Guinea zaak een belangrijke rol. Hij was bij de Kennedy´s kind aan huis en het Bunkerplan zou van de koker van Bernhard zijn gekomen. Naar buiten toe deed hij voorkomen alsof hij de koningin over zijn politieke manoeuvres had gebrieft, maar de koningin had zo haar eigen opvatting over de Papua-zaak. Ook journalist Willem Oltmans, die een goede vriend van Soekarno was, speelde een negatieve rol in de Nieuw Guinea-zaak.
Verandering van politieke standpunten
In hoofdstuk 3 schrijft de auteur over de veranderde opstelling van Nederland toen Indonesië de zaak Nieuw Guinea naar de VN bracht. De VN bemoeiden zich met de zaak via de UNCI (UN Commission on Indonesia). Ook de VS onder leiding van Eisenhower en John Foster Dulles veranderden hun politiek t.a.v. Indonesië in verband met hun positie in het Verre Oosten. Australië is ook enigszins aan het veranderen, enerzijds is het in de eerste plaats gericht op het westen, anderzijds ook op Azië en Indonesië in het bijzonder, als hun grote buurland.
De Sovjet Unie, dat door Soekarno handig werd benaderd om tegenspel te bieden tegen Amerika, was ook een partij in de zaak Nieuw Guinea. Amerika was doodsbenauwd voor de grote expansie van het communisme uit het noorden naar Zuid Oost Azië, vooral naar Indonesië met een sterk groeiende communistische partij (PKI).
De VS hebben Indonesië dan ook voorzien van wapens met de belofte dat ze die niet zou gebruiken voor oorlog t.b.v. gebiedsuitbreiding. De Sovjets verstrekten leningen van resp. USD 400 en USD 900,00 voor aankoop van wapens, o.a. 30 illjushin-bommenwerpers en 70 Mig-straaljagers. De Sovjets beloofden o.a. onderzeeërs en andere oorlogsboten. Engeland leverde motortorpedoboten, zonder torpedo´s. Met deze wapenaankopen was Indonesië serieus van plan diplomatieke stappen te bekrachtigen met een invasie op Nieuw Guinea om Nederland te dwingen Nieuw Guinea over te dragen.
Zo was er de het zgn. invasieplan ' Djajawidjaja', dat tot doel had om de strategische legerplaats Biak aan te vallen. Het doel was 30.000 man te laten landen op Biak om dit strategische punt in te nemen. Als dat slaagde zou heel Nieuw Guinea in handen van de Indonesiërs vallen. De Indonesiërs hebben een poging gedaan in Nieuw Guinea aan land te komen en wel op 15 januari 1962: drie torpedoboten (Matjan Tutuls) werden op oorlogspad gestuurd. Het leidende schip met aan boord de commodore Jos Soedarso werd door de Nederlandse Fregat gelijk de grond ingeboord. De andere twee Matajan Tutuls, waar zich op één ervan de latere generaal Bennie Murdani bevond zijn gevlucht naar de Indonesische territoriale wateren.
Uitvoering Overeenkomst van New York
In hoofdstuk 5 gaat de auteur uitvoerig in op de geschiedenis met betrekking tot de Ronde Tafel Conferentie, die zou leiden tot de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 te Amsterdam. Soekarno speelde listig in op het spel om de grootmachten Amerika en de Sovjet Unie tegen elkaar uit te spelen voor eigen politiek gewin. Het resultaat was dat Nederland uiteindelijk onder de druk van de VS gedwongen werd het plan van de diplomaat Ellsworth Bunker te aanvaarden, wat uiteindelijk zou leiden tot de bestuursoverdracht van West Papua aan Indonesië. De overeenkomst van 15 augustus 1962 voorziet de bestuursoverdracht in 2 fases, nl. op 1 oktober 1962 de overdracht van Nederland aan het voorlopige bestuur van de UNTEA, vertegenwoordigd door de ondersecretaris-generaal José Rolz Bennett. Vervolgens werd op 1 mei 1963 het bestuur door de VN overgedragen aan Indonesië. Soekarno kwam zelf met een oorlogschip naar Kota Baru (Hollandia) om de nieuwe gouverneur Eliezer J. Bonay te installeren.
De beloofde zgn. volksraadpleging in 1969 verliep volgens het Indonesische 'Musyawarah' systeem, waarbij 1025 geselecteerde mannen en vrouwen onder druk werden gezet om voor aansluiting bij Indonesië te kiezen. Er was geen andere keuze, anders denkenden zouden worden geliquideerd.
In dit hoofdstuk gaat de auteur verder uitvoerig in op het zogeheten "protocol van Rome", waarbij ministers Luns en Udink een ontmoeting hadden met de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Adam Malik. Tijdens dit gesprek zou de door Indonesië gewenste manier van uitvoering van de zogeheten "Daad van Vrije Keuze", nl. niet de internationale methode "one man one vote", maar de zgn. "musyawarah" (overleg tot unaniem besluit), aan de orde zijn gekomen. Het politieke doodvonnis van de Papua´s is in feite bij die ontmoeting bezegeld. Tijdens dat gesprek waren de ministers ook overeengekomen dat Nederland het gebied financieel zou steunen voor wegenbouw. Minister Udink kon de Indonesiërs een bedrag van 100 miljoen dollars toezeggen. Dat geld werd overgemaakt via de Aziatische Ontwikkelingsbank te Manila. Minister Luns, die zich tot dan onverzettelijk inzette voor het zelfbeschikkingsrecht van de Papua´s, maakt dan een ommezwaai van 180 graden. Hij praat zelfs samen met Indonesië in de VN het gesjoemel van Indonesië goed. De kritiek van de VN vertegenwoordiger Ortiz Sanz over dat gesjoemel was niet mals. Belangrijk voor Nederland is dan de normalisering van de betrekkingen met Indonesië, waardoor handelsrelaties weer worden hersteld. "Nederlandse vorderingen uit de periode, dat Indonesië meende alle Nederlandse eigendommen te moeten onteigenen worden vereffend."
Papua-verzet
Van het begin is de meerderheid van de Papua´s altijd tegen de komst van de Indonesiërs geweest. Er is een kleine groep, die door de propagandistische invloed van Indonesiërs pro-Indonesisch wordt. Er is ook een kleine groep Papua´s die zich achtergesteld voelde door de Nederlanders en daarom de kant van Indonesië koos. Lagerberg noemt een aantal namen van deze teleurgestelde groep. Zij zijn later allemaal "bekeerd" en fanatieke anti-Indonesische vrijheidsstrijders geworden. Belangrijk om te vermelden is dat de stem van de Papua´s nooit wordt gehoord. Er werd altijd over hen gepraat, maar nooit met hen. De auteur benadrukt deze miskenning van de mening van de Papua´s over hun eigen toekomst. Het was dan ook vanzelfsprekend dat de Papua´s zich gingen verzetten tegen de Indonesiërs.
Het eerste verzet begon in Manokwari onder leiding van Permenas (Ferry) Awom en de gebroeders Lodewijk en Barend Mandatjan op 28 juli 1965, waar zij de eerste aanval op een Indonesische kazerne uitvoerden. Het verzet verplaatste zich vervolgens van Manokwari westwaarts naar de Vogelkop, naar Biak, Hollandia (huidige Jayapura) en van daaruit naar de grens met Papua New Guinea, naar Merauke, Fak-Fak, de Wisselmeren tot het Sterrengebergte, waar tot vandaag de dag verzetsgroepen onder leiding van Kelly Kwalik en Bernhard Mawen nog stand houden. Mawen studeerde voor priester, maar uit protest tegen het onrecht jegens zijn landgenoten sloot hij zich bij het verzet aan vanaf 1968. Melkianus Awom heeft zich in de binnenlanden van West Biak lang kunnen handhaven, dankzij de hulp van de bevolking, totdat hij begin 2005 aan een hartaanval bezweek. In Manokwari is de OPM (Operasi /Organisasi Papua Merdeka) geboren. De naam zou zijn gegeven door Terjanus Aronggear, een van Yapen-Serui afkomstige Papua, die vanwege zijn aandeel in de strijd gevangen werd genomen en jarenlang in de gevangenis vertoefde. Als gevolg van het Indonesische offensief vluchtten er meer dan 10.000 vluchtelingen naar Papua New Guinea.
Indonesische tegenaanval
De tegenaanval van Indonesië op de onschuldige burgerbevolking was onmenselijk en niet te beschrijven. Je kunt nu zeggen dat elk Papua-gezin of -familie slachtoffers kent. Gebieden die het meest onder het brute geweld van Indonesische soldaten lijden zijn: de Wisselmeren, Baliem Vallei, Manokwari, Ajamaru, Manokwari, Sorong, Wasior, West en Noord Biak. Het aantal slachtoffers van het Indonesische brute geweld wordt geschat tussen 150.000 en 300.000. Hier onder ook gerekend de slachtoffers van de door Indonesië ingevoerde ziektes, als HIV-Aids, wormziekten, cholera, malaria, etc.; ziektes die in de Nederlandse tijd werden onderdrukt, maar nu weer de kop op steken. Het gaat Indonesië tenslotte niet om de mensen, maar om het land West Papua, of liever gezegd om de rijkdommen van het land. Lagerberg beschrijft hoe de Papua's tot op de dag van vandaag het slachtoffer zijn van het politieke spel op internationaal niveau. Nederland wijst tot op de dag van vandaag alle verantwoordelijkheid af en blijft nog steeds het zwijgen toe gedaan.
SCHULDIG ZWIJGEN
De Papua in zijn bestaan bedreigd (301 pagina´s)
Dr. C.S.I.J. Lagerberg
[ Begin pagina | Home |
Inhoud archief | Mail
]