Nijmegen, 21 mei 2007

De Amnesty International studentengroep heeft op maandag 21 mei jl., in samenwerking met het Soeterbeeck programma, haar tweede jaarlijkse debat georganiseerd. Het debat was opgezet als een tribunaal waarin de situatie in West Papua (zie ook de case van de studentengroep Nijmegen), onder de aandacht werd gebracht door Nederland (gedeeltelijk) verantwoordelijk te stellen voor de situatie daar. De jury, het publiek, kwam tot een aantal heldere conclusies en hierdoor, en ook door de hoge opkomst, was het debat een succes.
Sarah Strouss
Sarah Strouss, de president van ons tribunaal

Het tribunaal werd geopend door diens president, Sarah Strous. In haar openingswoord legde zij kort uit wat de bedoeling was en zij gaf ook een kort overzicht van de geschiedenis die heeft geleid tot de aanklacht tegen Nederland. Deze geschiedenis houdt onder meer in dat Nederland tot 1962 de macht had in het gebied maar onder zware internationale druk de macht moest overdragen aan de VN en Indonesië. Ook introduceerde zij de sprekers: aanklager Professor Mr. Piet Hein van Kempen, verdediger José Dominguez, Professor Pieter Drooglever, ethicus Marcel Becker en de heer Ben Kaisiëpo medeoprichter van de Papuase studentengroep Kobe Oser. Aanklager Van Kempen nam als eerste het woord. Hij legde uit dat, zou men Nederland voor een echt tribunaal willen krijgen, daar nogal wat problemen aan zouden zitten maar dat er voor het Amnesty tribunaal van werd uitgegaan dat die allemaal waren opgelost.

De aanklacht tegen Nederland was opgebouwd uit 3 vragen waar de jury zich over zou moeten buigen. De eerste vraag is of Nederland verplicht is financieel in te grijpen om de situatie in West Papua te verbeteren. De tweede vraag was of Nederland diplomatiek moest ingrijpen, de derde vraag of Nederland militair zou moeten ingrijpen.

Nederland zou op grond van de VN resolutie genaamd ''Responsibility to Protect'' gedwongen kunnen worden in te grijpen mits er voldaan was aan een van de volgende voorwaarden: er moet sprake zijn van genocide, etnische zuivering of misdaden tegen de menselijkheid in West Papua. Aan de eerste twee voorwaarden is misschien voldaan, afhankelijk van hoe de feiten worden geïnterpreteerd. Volgens de aanklager is het laatste punt, misdaden tegen de menselijkheid, het sterkste punt, mede door het Amnesty International rapport uit 2007. Een ander punt met betrekking tot de Nederlandse verantwoordelijkheid is het verdrag over West Papua getekend door Nederland in New York in 1962. Hierin werd expliciet de verplichting vastgelegd de mensenrechten van de bewoners van West Papua te beschermen. De verdediger was hierna aan de beurt. De verdediger wees de aanklacht af om drie redenen. Ten eerste heeft Nederland de soevereiniteit van West Papua overgedragen aan de VN en kan dus niet langer aansprakelijk worden gehouden voor misstanden daar omdat die nu de verantwoordelijkheid van de VN zijn geworden. Ten tweede heeft Nederland zijn best gedaan om waarborgen voor het volk van West Papua vast te leggen in het Verdrag van New York. Nederland mocht er vanuit gaan dat de VN die verplichtingen zou nakomen. Ten derde kan Nederland niet aansprakelijk worden gehouden omdat het simpelweg niet de macht heeft om meer te doen voor West Papua dan het nu doet. Na de betogen van beide raadsheren werd de eerste getuige opgeroepen. Prof. Pieter Drooglever, schrijver van het rapport 'Een daad van vrije keuze', vertelde over de geschiedenis van West Papua. Hoe Nederland in de 17de eeuw via Molukse vorsten soevereiniteit claimde in het gebied. Hoe in de 19de eeuw, toen het denken over soevereiniteit na de Verlichting en de Franse revolutie drastisch was veranderd, de Nederlandse houding naar West Papua meeging, en Nederland zich meer direct met het bestuur ging bemoeien, maar nog altijd gebruik maakte van Molukse ambtenaren. De blanke Nederlandse aanwezigheid in het gebied bleef lange tijd beperkt tot enkele tientallen ambtenaren en militairen. Dhr. Drooglever vertelde hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog de bezetting van West Papua door de Japanners een verandering in het Papuase denken teweeg bracht. Er ontstond een Papuase verzetsbeweging, en er werd een vlag ontworpen, de Morning Star Flag, nu verboden in West Papua. Na het vertrek van de Japanners kwamen de Nederlanders terug, maar de wens tot onafhankelijkheid bleef. West Papua bleef Nederlands grondgebied na de onafhankelijkheid van de rest van Indonesië. In 1962 kwam daar verandering in. De New York Agreement werd getekend, waarin de macht over West Papua werd overgedragen aan de VN, waarbij het bestuur werd toevertrouwd aan Indonesië. Nederland had wel namens de West Papua s, die bij het overleg niet betrokken werden, een referendum geëist waar de Papua's konden kiezen voor onafhankelijkheid of aansluiting bij Indonesië volgens het systeem van ''one man, one vote''. Later werd dit verdrag herzien in het overleg van Rome, waar het Indonesische systeem van ''Mushawara'' werd ingevoerd. "Mushawara" is een systeem waarbij in plaats van "one man, one vote", een afvaardiging van het volk overlegd, en beslist. Dit systeem is op onkiese wijze uitgevoerd, zo vertelde dhr Drooglever.

Na het historische perspectief, werd er een heel andere kant van het tribunaal belicht door de ethicus Marcel Becker. Hij presenteerde zijn 'mijmeringen' over het onderwerp verantwoordelijkheid. Hierbij maakte hij onderscheid tussen directe, of actieve verantwoordelijkheid, waarbij je verantwoordelijk bent voor wat je zelf doet, en collectieve verantwoordelijkheid, waarbij je verantwoordelijk gehouden wordt omdat je tot een groep behoort.
De Heer Becker
De Heer Becker in discussie

Als voorbeeld werd genoemd dat als bij het Landelijk Secretariaat van Amnesty Nederland fraude wordt geconstateerd, wij als studentengroep in Nijmegen beduidend minder mensen op onze activiteiten krijgen dan voorheen, ook al hebben wij persoonlijk de fraude niet gepleegd (let wel, dit is een voorbeeld!). Een ander voorbeeld is dat Duitsers in Israël nog steeds geacht worden bepaalde grappen niet te maken. Met dat laatste voorbeeld toonde hij aan dat collectieve verantwoordelijkheid ook in de tijd overdraagbaar is. Dhr. Becker beargumenteerde dat als Nederland een vorm van verantwoordelijkheid toebedeeld kan krijgen, het altijd zal gaan om een collectieve verantwoordelijkheid.

Na de pauze kwam de heer Ben Kaisiëpo aan het woord. Hij was gevraagd een verhaal te geven van de situatie in West Papua op dit moment. Hij schetste een beeld van een volk dat zich tekort gedaan voelt door de Nederlandse overheid. Dat al jaren strijd voor het recht over zichzelf te beschikken. Hij vertelde over de vele mensen die waren verdwenen en vermoord in West Papua. Over de aids-problemen, die door gebrekkige voorlichting en ook door gedwongen migratie verergeren.

En hij verweet Nederland een hypocriete houding jegens West Papua, waarbij zij haar beloftes niet is nagekomen. Hij citeerde de toespraak van toenmalig minister president De Quay, na het sluiten van de overeenkomst van New York: "De gedachten en de beste wensen van het Nederlandse volk zullen U hierbij vergezellen. Moge God u bewaren."

Kaisiepo in betoog
De heer Kaisiepo, midden in zijn vurig betoog

Na de verhalen van de getuigen en de korte slotredes van de raadsheren was het tijd voor het jury debat. Er werden drie stellingen naar voren gebracht, waar mensen op konden reageren. Uiteindelijk werd gestemd over de vraag of de stelling juridisch dan wel moreel gezien van toepassing was. De eerste stelling, dat Nederland verplicht zou zijn financieel in te grijpen, werd aangenomen, op morele gronden. Hier ging wel enige discussie aan vooraf, over de aard van het financieel ingrijpen. Sommigen achtten een economisch boycot bevorderlijk voor de situatie in West Papua. Anderen twijfelden aan het nut van economische sancties dan wel economische steun, zo lang de Indonesische regering volledige financiële controle op het gebied heeft. De tweede stelling, Nederland is verplicht diplomatiek in te grijpen, werd na enige discussie over de rol die de VN daarbij moet hebben, op zowel juridisch als moreel vlak aangenomen. De derde stelling, die Nederland verplichte tot militair ingrijpen, kon door tijdgebrek helaas niet meer aan een discussie onderworpen worden. Zij werd echter met algemene stemmen afgewezen. Hierna vatte Sarah Strous het oordeel van de Jury samen, waarna zij de zitting sloot, het debat voorbij was, en de borrel begon. Wij zelf hebben een hele goede avond gehad, en zijn daarbij veel dank verschuldigd aan alle sprekers, die door gedegen voorbereiding er een hele interessante avond van hebben gemaakt. Het publiek, die ondanks de lange zit tot aan het einde van de discussie alert is geweest en interessante bijdrages heeft geleverd, maakte de avond wat ons betreft een compleet succes.

(Bron: Amnesty International Studentengroep)

< Vorig | Volgend >
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]