West Papua Courier is een uitgave van de Stichting Informatie West Papua in Wageningen. Dit opinieblad verschijnt vijf keer per jaar, bestaat al sinds 1978 en is opgericht door Zacharias Sawor, schrijver van het boek ‘Ik ben een Papoea’’, die zijn land in 1967 moest en ontvluchten en sinds 1968 in Nederland verblijft. Het blad geeft achtergrondinformatie over maatschappelijke, politieke en culturele ontwikkelingen in West Papua, informeert over de Papua-gemeenschap in Nederland en houdt de actualiteit bij in Indonesië, Papua New Guinea en de Pacific. Het blad wordt verzorgd door een team van zes vrijwilligers en vaste redacteurs, die er hun roots hebben liggen of na bezoeken aan het prachtige land zich het lot van de Papua’s in West Papua aantrekken en zoveel mogelijk mensen in Nederland maar ook daarbuiten (WPC heeft ook Nederlandse lezers in Australië, Zuid-Afrika en de VS) willen informeren over de situatie in West Papua. Sinds de inlijving van West Papua bij de Republiek Indonesië in 1963 is de situatie nl. verergerd op politiek, sociaal-economisch en humanitair gebied. Een kort historisch overzicht.

Nederlandsch Nieuw-Guinea
… Irian Barat, Irian Jaya, West Papua en Papua, het zijn slechts enkele van de namen die het land kent dat op 20 juni 1545 ‘ontdekt’ werd door de Spanjaard Inigo Ortiz de Retes. Hij gaf het na Groenland grootste eiland ter wereld de naam ‘Nueva Guinea’. Sinds 1 januari 2002 mag deze provincie van Indonesië zich officieel ‘Papua’ noemen, de autochtone Papua’s geven de voorkeur aan de naam ‘West Papua’. Hoe raak je als land in een situatie verzeild waarin je al meer dan 38 jaar onderdrukt wordt door je buren? Geen gemakkelijke vraag. Het antwoord begint bij het Nederlandse koloniale bestuur vanaf 1714. Nederland heeft als koloniale mogendheid vml. Nederlands Oost-Indië meer dan drie eeuwen bestuurd. In 1883 besloten de Nederlanders en Engelsen, inmiddels ook in Nieuw-Guinea gearriveerd, een grensgeschil over waar nu precies het Engelse grensgebied begon en het Nederlandse ophield eenvoudig op te lossen. Ze trekken eenvoudigweg een lijn dwars door het land langs de 141ste meridiaan. Een historische (mis)stap waarvoor niet de Nederlanders of Engelsen, maar de Papua’s tot vandaag de dag de prijs betalen. Wat voorheen één land en één volk was werd plotseling twee landen: de Papua’s aan de rechterkant van deze lijn, in Papua Nieuw-Guinea, werden onafhankelijk in 1975, voor de Papua’s aan andere kant was de basis gelegd voor een moeizame lijdensweg die nog steeds voortduurt.

Touwtrekkerij
Op 17 augustus 1945, nadat Soekarno en Hatta de Indonesische onafhankelijkheid hadden geproclameerd, hebben de Indonesiërs vooralsnog geen belangstelling voor Nieuw-Guinea dat voorlopig onder Nederlands heerschappij blijft. Vanaf eind 1951 beweerde de Indonesische regering plots dat de soevereiniteit wel was overgedragen. De kwestie Nieuw-Guinea bleef voortslepen en vormde een serieus conflict tussen de beide landen in de periode tussen 1951 en 1962. Intussen werden vanaf januari tot maart 1961 in geheel Nederlands Nieuw-Guinea rechtstreekse parlementsverkiezingen gehouden. Op 5 april 1961 vond de installatie plaats van het eerste (gekozen) parlement van West Papua: de Nieuw-Guinea Raad. Op 1 december 1961 wordt de nieuwe vlag en het Papua-volkslied ‘Hai Tanahku Papua’ officieel in gebruik genomen, tot grote onvrede van Indonesië die met een heuse oorlog dreigt. Nederland wordt hoe langer hoe meer onder druk gezet door de VS om het conflict met Indonesië op te lossen. De toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Luns houdt vast aan dit Nederlandse stukje in de oost, maar krijgt steeds minder steun. Als Indonesië haar eerste infiltranten via een luchtaanval op Nieuw-Guinea dropt, Rusland zich ook met het conflict bemoeit en ook Australië en Engeland Nederland de rug toekeren, trekt Nederland ten slotte haar handen af van de Papua’s. Onder druk van de Amerikanen, vooral de gebroeders Kennedy, aanvaart Nederland uiteindelijk een nieuw plan: Plan Bunker. De Papua’s zelf, de belangrijkste partij bij de onderhandelingen zou je verwachten, worden niet geraadpleegd.

New York-Agreement
Het Plan Bunker, de naam van de Amerikaanse diplomaat Elsworth Bunker, voorzag in de eerste fase de overdracht van het bestuur door Nederland aan een voorlopig bestuur van de VN op 1 oktober 1962. De VN droeg vervolgens het bestuur over aan Indonesië op 1 mei 1963. De tweede fase van het plan bestond uit zes à zeven jaar Indonesisch bestuur waarna de Papua’s door middel van een referendum zouden kunnen kiezen tussen aansluiting bij Indonesië of een zelfstandige natie vormen. Dit plan werd bezegeld met een akkoord: de New York Agreement van 15 augustus 1962. Vanaf dat moment begint de ellende voor de Papua’s pas echt. In Nieuw-Guinea, of Irian Barat zoals het dan heet, wordt elke uiting van Papua-nationalisme bloedig onderdrukt: het Indonesische leger houdt door het hele land strafexpedities met bombardementen en raketaanvallen.

De dag waarop alle Papua’s huilden
Op 4 augustus 1969 wordt de zgn. volksraadpleging inderdaad gehouden. Het blijkt een farce: een toneelspel waarbij Indonesië de regie volledig in handen heeft. Hoewel in de New York-Overeenkomst duidelijk beschreven stond dat de VN als controlerend, toezichthoudend en adviserend orgaan moest toezien op de uitvoering van het akkoord, was de rol van de VN een schertsvertoning. Nieuw-Guinea staat dan al enige jaren onder Indonesisch bestuur en van enige vrijheid voor de Papua’s is dan allang geen sprake meer. In plaats van het "one man/woman-one vote"-syteem volgens internationale normen, wordt een Indonesische versie van het poldermodel gehanteerd "Musyawarah", een schending van artikel 18 van de Overeenkomst waarin staat dat de daad van zelfbeschikking uitgevoerd moet worden volgens “internationale normen”. Er worden 1025 kiesmannen geselecteerd die een volk van 800.000 zielen vertegenwoordigen. Ze worden ruim van tevoren in afzondering bijeen gebracht, geïndoctrineerd, geïntimideerd of juist overladen met cadeaus, alles om ‘overeenstemming’ te bereiken. Over de uitslag mocht nl. geen twijfel bestaan: iedereen wordt nadrukkelijk ‘verzocht’ te kiezen voor aansluiting bij Indonesië. Dit gebeurt dan ook. Eén van de kiesmannen, ds. Ori Hokojoku thans woonachtig in Zutphen, kenschetste die dag in een interview met het Algemeen Dagblad december 1998 als: ‘De dag waarop alle Papua’s huilden.’

‘Glorieus Irian’
Al vanaf het begin hebben de Papua's zich verzet tegen de komst van Indonesië. Het merendeel van de Papua’s heeft zich nooit willen neerleggen bij het resultaat van de ‘Act of Free Choice’. Indonesië was dan ook vastberaden opstandige Papua’s hard aan te pakken. Om met Soekarno’s woorden te spreken: “Alle inwoners van Indonesië, van Sabang tot Merauke, die actieve politiek bedrijven die strijdig is met de ideologie en de politiek van de Indonesische staat zal ter dood veroordeeld worden.” Irian Barat heet vanaf dat moment ‘Irian Jaya’, oftewel ‘Glorieus Irian’. Na de volksraadpleging storten multinationals zich op de glorieuze rijkdom aan delfstoffen in West Papua. Een ‘goed’ voorbeeld hiervan is exploitatie sinds 1967 van de Koperberg en de daarnaast gelegen Grasberg die samen ongeveer de grootste ertsvoorraad ter wereld bevatten door de Amerikaanse mijngigant Freeport McMoRan. De enorme mijn is goed voor ten minste 40 miljard Amerikaanse dollars aan koper en goud en zo’n 300 duizend ton giftig afval per dag. Een kwart eeuw later sluit Freeport een contract waarbij het zijn concessiegebied uitbreidt met 2,5 miljoen hectare, een gebied zo groot als de Benelux waarin vijf Papua-volken woonden. Het straatarme Indonesië heeft grote belangen bij de aanwezigheid van Freeport: het bedrijf is de grootste bron van belastinginkomsten. Vanaf 1970 volgen al snel meer bedrijven die aardolie wonnen, er tropisch hardhout haalden of de visrijke wateren rond West Papua leegvisten. Van de 41.5 miljoen hectare regenwoud van West Papua is er meer dan 27.6 miljoen hectare bestemd voor exploitatie, vaak zonder rekening te houden met de woon- en leefomgeving van de Papua’s die er wonen. Transmigratie - de 1 miljoen Papua’s dreigen een minderheid in eigen land te worden - commerciële houtkap en mijnindustrie zijn slechts enkele voorbeelden van Indonesische politiek in West Papua, waarbij de belangen van Jakarta voorop staan en de (land)rechten van Papua’s niet meetellen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van buitenlandse bedrijven voor Indonesische militaire bewaking die vaak met geweld optreden tegen protesterende Papua’s. Het Indonesische leger heeft sinds 1962 schuld aan de verdwijning van meer dan 100.000 Papua’s, ongeveer 10% van de bevolking (!).

Verandering
Met de val van voormalig dictator Soeharto in 1998 is Indonesië is het toneel geworden van turbulente ontwikkelingen en drastische veranderingen. Zo is er ook in West Papua meer openheid en meer vrijheid van meningsuiting. De meest recente verandering voor West Papua is de speciale automie (Otsus) die officieel 1 januari 2002 van kracht is gegaan: Papua - de nieuwe naam voor Irian Jaya - is daarmee officieel een zichzelf besturende provincie van Indonesië geworden. Het zou een herverdeling van de rijkdom betekenen: 80% van de inkomsten uit bosbouw en visserij, 70% van de inkomsten uit de mijnbouw zijn voor Papua zelf. Er is echter nog een lange weg te gaan voordat de speciale autonomie een voldongen feit zal zijn. Hoewel de speciale autonomiewetten de juridische basis vormen voor grotere zeggenschap voor de Papua’s over hun eigen provincie, moeten de richtlijnen voor de autonomiewetten nog opgesteld worden. Met name waar het gaat om de niet-financiële zaken zoals het recht op eigen volkslied, vlag en het Papua-parlement (MRP), zijn er nog allerlei aparte regeringsreglementen van toepassing. Het is dan ook geen wonder dat de eerste reacties van de Papua’s op autonomie lauw of zelfs ronduit afwijzend zijn. Het wantrouwen wordt nog eens versterkt door de acties en uitspraken van voormalige president Megawati. Zij riep in december 2001, net na de moord op Papua-Presidium-leider Theys Eluay, de Indonesische strijdkrachten op “de integriteit van het land te allen tijde te bewaren en zich niet te laten tegenhouden door de angst mensenrechtenschendingen te begaan.” Het is dan ook niet verwonderlijk dat het overgrote deel van de bevolking zich nog steeds wenst af te scheiden van Indonesië. Sinds december 2001 is de internationale solidariteitsbeweging West Papua (mensenrechtenorganisaties wereldwijd die zich inzetten voor het recht op zelfbeschikking voor de Papua’s) een internationale campagne begonnen voor herziening van het VN-besluit van 1969 over West Papua. Het falen van de VN om een goed referendum te garanderen heeft geleid tot tientallen jaren van lijden. In een petitie aan VN-Secretaris Generaal Kofi Annan roepen mensenrechtenactivisten, steunorganisaties en parlementsleden uit de hele wereld de VN op de zaak te heropenen en een van de zwartste bladzijdes uit haar geschiedenis recht te zetten. Het nationale volkscongres van 29 mei tot en met 4 juni 2000 werd het tweede Nationaal Papua Congres in Port Numbay, West Papua. Tijdens dit congres is een volksvertegenwoordiging gekozen, het Papua-panel, en een Papua-presidium dit internationaal lobbied voor een vreedzame dialoog met jakarta waarbij het uitgangspunt duidelijk is: zelfbeschikking voor het volk van West Papua, los van Indonesië.

Wilt u meer weten
...over wat er zich werkelijk afspeelt in West Papua? Over de lange maar ook vreedzame strijd van het Papua-volk voor zelfbeschikking en vrede in Papua? Over de toenemende internationale steun voor de aspiraties van het Papua-volk? Word dan lid van de West Papua Courier (WPC). De informatiestroom vanuit Indonesië/West Papua is de laatste jaren enorm toegenomen. De redactie van de WPC maakt een brede selectie uit het nieuws over West Papua, Indonesië en de Pacific en geeft daarnaast achtergrondinformatie en analyses over het nieuws. Wij nodigen ook lezers uit een bijdrage of visie te leveren over bepaalde vraagstukken. De WPC-redactie hoopt zo haar lezers in binnen- en buitenland zo goed mogelijk te informeren over de huidige (mensenrechten)situatie in West Papua. Internationale aandacht is hard nodig, want zonder deze aandacht blijft de zaak West Papua weer een binnenlandse aangelegenheid, of, zoals Soeharto eens cynisch de roep van Oost-Timor om onafhankelijkheid omschreef: “Een vervelend steentje in de schoen van Indonesië.”

VS